Het bekeringsverhaal van Kaing Guek Eav, de directeur van de S-21 martelgevangenis tijdens het bewind van de Rode Khmer in Cambodja

Dat zelfs de grootste boosdoeners zich kunnen bekeren, en dat wij moeten bereid zijn ook zo’n mensen vergiffenis te schenken – zoals ook God dat doet – wordt bewezen door het verhaal van de bekering van Kaing Guek Eav of kameraad Duch, de voormalige directeur van de Tuong Sleng gevangenis – beter bekend als S-21 – ten tijde van het terreurbewind van de Rhode Khmer onder Pol Pot in Cambodja. Tijdens de periode van 1975 tot aan de val van het bewind in 1979 werden 2 miljoen mensen brutaal vermoord. Bekend zijn onder meer de zogenaamde ‘killing fields’, de moordvelden, waar mensen met machetes werden doodgehakt of met ijzeren staven werden doodgeslagen en kinderen werden doodgesmakt tegen bomen. Maar ook de Tuong Sleng gevangenis was zeer berucht. Gevangenen – zogenaamde tegenstanders van het regime, en zelfs ieder die een “overtreding” had begaan (zoals het dragen van een bril, of het spreken van een woord in een andere taal), werden er op de gruwelijkste wijze gefolterd, meestal tot de dood toe.

Kaing Guek Eav studeerde wiskunde aan het Lycée Suravarman II in Siem Reap. In 1962 behaalde hij de eerste helft van zijn baccalaureaat en in hetzelfde jaar behaalde hij de tweede helft van zijn baccalaureaat op het beroemde Lycée Sisowath in Phnom Penh. Hij was de op een na beste van het land. Hij werd wiskundeleraar en bleef dat tot hij in Phnom Penh in contact kwam met een groep studenten uit het communistische China. Vanwege dit contact moest hij de gevangenis in. Daar werd zijn sympathie voor het communisme aangewakkerd. Na zijn vrijlating werd hij lid van de Communistische Partij, daar schopte hij het tot hoofd van de veiligheidsdienst. In 1975 greep de communistische Rode Khmer de macht en begon aan een nieuw Cambodja. Het moest een boerenparadijs worden; alles wat hiermee in strijd was werd uitgeroeid. Kaing Guek Eav, beter bekend als kameraad Duch, werd commandant van de S-21-gevangenis in Phnom Penh en heeft persoonlijk toegezien op de martelingen. Iedereen kon in deze gevangenis terechtkomen; voor diefstal van een aardappel, het dragen van een bril of het achteloos gebruik van Engelse of Franse woorden. Hij liet aan het eind van zijn bewind zelfs zijn eigen naaste adjudant vermoorden. Hij hield nauwkeurig bij wat er met iedere gevangene gebeurde. Er is een lijst met namen van gevangenen gevonden waarop geschreven stond “Dood hen allemaal”, ondertekend door hem.

Na de overwinning van de Rode Khmer in april 1975 richtten Duch en zijn mannen overal in de hoofdstad gevangenissen in, waaronder de beruchte Tuol Sleng-gevangenis. Duchs verzoek om overplaatsing in mei 1975 naar de Industriële Sector van de regering werd afgewezen. Het Tuol Sleng gevangenkamp werd aanvankelijk geleid door In Lon (alias Kameraad Nath) met Duch als plaatsvervanger. Vervolgens werd In Lon overgeplaatst en Duch gepromoveerd tot directeur. In mei 1976 werden alle gevangenissen in Phnom Penh geconsolideerd en verplaatst naar Tuol Sleng.

Gevangenissen als Tuol Sleng werden opgericht om de bevolking te zuiveren van verdachte vijanden van de revolutie. In Tuol Sleng beval Duch de executie van gevangenen nadat hun verhoor was afgerond. Bijvoorbeeld, op een lijst met de namen van 17 gevangenen (acht tieners en negen kinderen) schreef hij het bevel “sla ze in stukken.” Op een langere lijst van gedetineerden luidt zijn aantekening “sla dood: 115; houd: 44 personen.” De tekst onder deze aantekening luidt: “Kameraad Duch stelde Angkar voor; Angkar stemde toe.” Op een lijst van 20 vrouwelijke gevangenen schreef Duch aantekeningen voor elk van hen, met het bevel: “meenemen voor executie”, “houden voor ondervraging” of “medisch experiment”. Minstens 100 gevangenen stierven nadat al hun bloed was afgenomen voor transfusies voor gewonde soldaten. Er werden ook chirurgische operaties uitgevoerd op gevangenen om medisch personeel te trainen.

Duch maakte indruk op zijn superieuren met zijn werk en werd benoemd tot hoofd van de gevreesde “speciale tak” van Democratisch Kampuchea; de Santebal.

Naarmate de partijzuiveringen tegen het einde van de periode van Democratisch Kampuchea toenamen, werden meer mensen naar Duch gebracht, waaronder voormalige collega’s, waaronder zijn voorganger in Tuol Sleng, In Lon. Gedurende deze periode bouwde Duch een groot archief op van gevangenisdossiers, politiefoto’s en onttrokken “bekentenissen”.

Op 6 januari 1979 kreeg hij het bevel van zijn superieur om de resterende gevangenen te doden. De volgende dag behoorde Duch tot de laatste Rode Khmer-kaderleden die Phnom Penh ontvluchtten nadat het in handen van het Vietnamese leger was gevallen. Hoewel hij er niet in slaagde veel van de uitgebreide documenten van de gevangenis te vernietigen, zorgde hij voor de executie van verscheidene overlevende gevangenen voordat hij de stad ontvluchtte.

Duch bereikte de grens van Thailand in mei 1979. Details over zijn verblijfplaats op dat moment blijven onduidelijk. Aangenomen wordt dat hij naar de bossen van Samlaut ging, waar hij met zijn familie werd herenigd. Hier werd Duch gedegradeerd door broeder nummer twee, Nuon Chea, omdat hij had nagelaten de documenten in Tuol Sleng te vernietigen. Aan de grens leerde hij Thais spreken en leerde zichzelf Engels. Later gaf hij Engelse les en wiskunde in een vluchtelingenkamp in Borai net binnen Thailand.

In juni 1986 werd Duch naar China gestuurd om les te geven als Khmer taalexpert aan het Beijing Foreign Language Institute. Hij keerde een jaar later terug naar de Thais-Cambodjaanse grens en veranderde zijn naam in Hang Pin. Hij werkte als hoge bureaucraat net binnen de Cambodjaanse grens op het secretariaat van Pol Pot in Kamp 505. Kort na het akkoord van Parijs in oktober 1991 verhuisde hij met zijn gezin naar het kleine geïsoleerde dorp Phkoam, dicht bij de Thaise grens. Hier kocht hij wat land en begon les te geven in de plaatselijke school.

In 1995 werd Duch’s vrouw onder mysterieuze omstandigheden gedood bij een aanval op zijn huis. Duch was de enige getuige en verdachtte Pol Pot ervan tot de aanslag te hebben aangezet. Hij verkocht al zijn bezittingen, verzekerde zich van een overplaatsing naar het Svay Chek College en verhuisde daarheen met zijn kinderen.

Kort na de moord op zijn vrouw begon Duch de gebedsbijeenkomsten bij te wonen van de Golden West Cambodian Christian Church in Battambang van Christopher LaPel, een evangelisch Khmer-Amerikaan. Duch bekeerde zich, en werd door LaPel gedoopt en werd uiteindelijk lekenpredikant. LaPel zou later opmerken dat, hoewel hij Duchs echte identiteit toen nog niet kende, er wel aanwijzingen waren. Zo had Duch vóór zijn bekering tegen LaPel gezegd dat hij “veel slechte dingen” in zijn leven had gedaan. Later zou Duch zeggen: “Ik weet niet of mijn broeders en zusters de zonden kunnen vergeven die ik tegen de mensen heb begaan”.

Op de website van LaPel lezen we:

In 1995 leidde Christopher tijdens een van de sessies van het Leadership Training Institute een man genaamd Hang Pin tot Christus en doopte hem. Hang Pin bleef komen naar de twee keer per jaar gehouden trainingen voor kerkelijk werkers. In 1999 bekende Hang Pin, als bekeerd christen, aan Christopher wie hij werkelijk was. Hang Pin was eigenlijk een aangenomen naam om zijn echte identiteit te verbergen. Hang Pin was de beruchte Kaing Guek Eav, beter bekend onder zijn Rode Khmer naam, Duch. Deze man was de vierde hoogste leider in het Rode Khmer-regime en leidde de geheime politie en de S-21 gevangenis waar meer dan 14.000 mensen werden ondervraagd door marteling, vermoord en vervolgens begraven in massagraven op de Killing Fields. Nadat Duch was ontdekt en gevangen gezet, duurde het 10 jaar voordat Christopher hem weer in levende lijve zag. Toen ze elkaar ontmoetten, reageerde Christopher (die het Khymer Rouge-tijdperk ternauwernood overleefde en beide ouders en een broer en zus verloor) niet met haat of woede. In plaats daarvan keek Christopher Duch in de ogen en zei: “Ik hou van je en ik vergeef je.” Christopher had hem tot Christus geleid en ook zijn zus tot Christus.

Kort nadat zijn identiteit was ontdekt, aanvaardde Duch een overplaatsing naar Samlaut als directeur van onderwijs. Toen in 1996 gevechten uitbraken na de splitsing van de Rode Khmer en de staatsgreep om prins Rannariddh in 1997 af te zetten, vluchtte hij met zijn gezin naar het kamp Ban Ma Muang, net binnen Thailand. In het kamp werkte hij voor het Amerikaans Vluchtelingencomité als toezichthouder op de gezondheidszorg in de gemeenschap. Eind 1998 keerde hij terug naar Cambodja toen de gevechten afnamen. Hij vestigde zich in het dorp Andao Hep in Rattanak Mondul en werkte nauw samen met World Vision International, de christelijke hulporganisatie.

De fotojournalist Nic Dunlop spoorde Duch op in Samlaut. In 1999 interviewden Nate Thayer, die eerder Pol Pot en Ta Mok had geïnterviewd, en Dunlop Duch voor de Far Eastern Economic Review. Duch gaf zich zelf vrijwillig over aan de autoriteiten in Phnom Penh na de publicatie van dit interview.

Op 31 juli 2007 werd Duch formeel beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid en vastgehouden door de door de Verenigde Naties gesteunde Buitengewone Kamers van de Cambodjaanse Rechtbanken. Toen Duch in de gevangenis zat, versleet hij zijn Bijbel, en kreeg hij een nieuwe van Christopher LaPel, de man die hem naar Christus geleid had.

In februari 2008 werd Duch, als onderdeel van het gerechtelijk proces, meegenomen naar de Tuol Sleng gevangenis, de plaats van zijn misdaden. Naar verluidt stortte hij in tranen uit nadat hij had gezegd: “Ik vraag u om vergiffenis – ik weet dat u mij niet kunt vergeven, maar ik vraag u mij de hoop te laten dat u dat wel zou kunnen.

Op 16 februari 2009 begon het proces tegen Duch onder toezicht van de VN in een rechtbank in Phnom Penh. Duch werd vervolgd door internationale mede-aanklagers William Smith en Anees Ahmed en werd beschuldigd van “het persoonlijk toezien op de systematische foltering van meer dan 15.000 gevangenen.” De voorzittende rechter in de zaak was Nil Nonn. Duch werd berecht door een panel van vijf rechters – drie Cambodjaanse, een Franse en een Nieuw-Zeelander – volgens een pact uit 2003 tussen Cambodja en de Verenigde Naties tot oprichting van het tribunaal.

Op 31 maart 2009 aanvaardde Duch in een verklaring voor het Cambodja-tribunaal de verantwoordelijkheid voor het martelen en executeren van duizenden gevangenen, betuigde hij “oprechte spijt” voor zijn misdaden en beloofde hij volledig mee te werken met het tribunaal. Hij is tot nu toe het enige lid van het Rode Khmer-regime dat zijn schuld volledig heeft bekend en spijt heeft betuigd. ,,Alle misdaden die in S-21 plaatshadden (…) zijn gebeurd op mijn instructie’’, aldus Kaing Guek Eav. Hij bekende dat hij zelf ook mensen gemarteld heeft. “Als steniging een Cambodjaanse gewoonte zou zijn geweest, dan zouden ze die mij mogen opleggen. Ik zou dat accepteren”, zei hij met tranen in zijn ogen in de richting van een vrouw van wie man en kinderen in Tuol Sleng werden vermoord.

Hij wilde zich persoonlijk excuseren ten overstaan van de overlevende slachtoffers of slachtoffergroeperingen, maar niemand van hen wilde zijn excuses aanvaarden of geloofde dat ze oprecht waren; ze wilden slechts ‘gerechtigheid’.

Hij werd uiteindelijk veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Op 20 oktober 2018 werd hij in ernstige toestand in het ziekenhuis opgenomen. Na tien jaar gevangenisstraf overleed Duch op 2 september 2020 op 77-jarige leeftijd in het ziekenhuis aan een chronische obstructieve longziekte.

Bron: Wikipedia (Eng) Wikimedia (Ned)