Vandaag is het de feestdag van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe (Mexico). Op 12 december 1531 liet Onze Lieve Vrouw haar beeltenis na op de tilma – een soort schort – van de ziener Juan Diego toen hij deze ontrolde vóór de bisschop en er Castilliaanse rozen uit liet vallen; het teken dat de bisschop Maria had gevraagd in het geheim (Juan Diego wist dit niet) als bewijs van de echtheid van de verschijningen. Kort daarna bouwde men er een kerk en tot op heden kan men de wonderbare beeltenis komen bewonderen in de nieuwe basiliek.
We vonden deze video in het Nederlands over de verschijningen en de beeltenis:
En nog eentje in het Engels:
Één reactie op “Feest van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe”
Er heerst tegenwoordig een betreurenswaardige tendens onder historici om geen moreel oordeel te durven uitspreken over de culturen die het onderwerp van hun studie zijn. Elk volk zou het recht hebben om zich te gedragen volgens de gewoontes van zijn tijd en daaronder worden ook de Azteken gerekend. Geen kwaad woord over de Azteken! Onder de Azteken werden wrede mensenoffers aan de lopende band toegepast, minstens 20.000 per jaar. Na een reeks dodingen werd een aantal slachtoffers tijdens gastronomische feestmaaltijden verorberd. Deze verschrikking bereikte zijn hoogtepunt tijdens de inwijding van de grote tempel van Huitzilpochtli in 1486, toen naar verluidt 70.000 gevangenen zijn omgekomen. In deze omstandigheid werd door God besloten dat daar een eind aan moest komen. Papatzin, de zuster van Koning Montezuma, stond kort voordat de Spaanse veroveraars arriveerden vier dagen na haar begrafenis op om haar broer te waarschuwen voor Gods toorn die over het land zou komen. En inderdaad is door een vorm van pokken (alastrim), die de Spanjaarden bij zich droegen, ongeveer 80 tot 90% van de inheemse bevolking omgekomen in telkens terugkerende ziektegolven. De Spanjaarden onder Cortéz zetten voet aan wal in 1519. Twaalf jaar later, toen het Azteekse rijk reeds was ingestort, verscheen de Moeder van God onder de naam Tecoatlaxopeuh, wat betekent: de steen die de slang Coatl verplettert (de hoofdgod), gewoonlijk vereerd als de “Virgen de Guadalupe” (de Azteekse en Spaanse naam klinken ongeveer hetzelfde). Spoedig daarna volgde de wondere massabekering van de inheemse stammen, die toen zo’n 4,5 à 8,5 miljoen mensen moeten hebben geteld. Tegenwoordig is de Basiliek van Guadalupe, die ter herdenking van deze gebeurtenis werd gebouwd, een van de meest bezochte Rooms Katholieke heiligdommen ter wereld. In de zestiende eeuw, wat wel de “Gouden eeuw van het Christendom” wordt genoemd, was sprake van een ongekende samenwerking tussen de plaatselijke bevolking en de kolonisten. Zo kon gebeuren dat de allereerste bisschop van Mexico, Juan de Zumárraga, de titel draagt van “Beschermer van de indianen” en dat de tweede onderkoning Luis de Velasco bekendheid kreeg als de “Vader van de indianen”. Pas tegen het eind van de zestiende eeuw begon de meedogenloze en dikwijls fatale uitbuiting van de Indianen. Zoals George Vaillant in zijn “Azteken van Mexico” aangeeft was de beslissende factor in deze verschuiving naar onderhorigheid de verwoesting van de Spaanse Armada in 1588.