Opiniestuk van de Nederlandse Kanunnik Cor Mennen:
In 1970, vlak na het Concilie, verscheen van de hand van Peter Eicher het boek “Die anthropologische Wende: Karl Rahners philosophischer Weg vom Wesen des Menschen zur personalen Existenz”. De titel van dit boek geeft al aan wat de “anthropologische Wende” is: een radicaal andere wijze van denken die in de Kerk van het Concilie ingang vond. Niet meer God, niet meer het wezen van de mens zoals die door God geschapen is, staat centraal in het denken maar het individuele persoonlijke menselijke bestaan. In die verandering van denken is de belangrijkste theoloog van Concilie, Karl Rahner SJ, een voortrekker geweest. Dit denken heeft een enorme invloed gehad en is door praktisch iedereen klakkeloos aanvaard.
Misschien is die verandering in denken en beleven wel het meest duidelijk zichtbaar in de omkering van de altaren in de liturgie. Eeuwenlang, praktisch vanaf het begin van de Kerk was de gebedsrichting in de liturgie naar het Oosten gericht naar de wederkomende Christus, naar God aan wie het offer van lof werd opgedragen. Priester en volk baden in dezelfde richting. Na het Concilie ontstond er ineens een tendens, niet door het Concilie voorgeschreven of aanbevolen, om de altaren naar het volk toe te keren en de eucharistie naar het volk gericht te celebreren. Het werd vrij algemeen aanvaard en de Kerk keurde het zelfs goed en gaf deze mogelijkheid aan in de liturgische boeken. En dan kunnen allerlei brave mensen wel zeggen dat God nog steeds in het middelpunt staat, maar zichtbaar wordt dat in ieder geval niet meer.
Dat liturgie breed als mensendienst en niet als eredienst aan God beschouwd wordt, blijkt uit de talloze misbruiken die in dezelfde tijd ontstaan zijn en waarvan ik er hier maar enkele opsom: populaire wereldse deuntjes in huwelijks- en uitvaartvieringen; een uitvaart of een huwelijk in de kerk dat gelardeerd wordt met stompzinnige heidense gedichtjes die de mensen nu eenmaal “aanspreken”; koren die in concertopstelling op de trappen van het hoogaltaar staan want dan “klinkt het veel mooier”; altaren die vanouds een symbool van Christus en vast ankerpunt in de kerk zijn maar die weggeschoven of weggerold worden om plaats te maken voor een concert; de oneerbiedigheid waarmee allerlei mensen het priesterkoor op- en aflopen etc, etc. Het gaat hier duidelijk niet meer om God maar om de mens of hoogstens om een God die alleen maar ten dienste van de mens staat.
In deze nefaste context kunnen we ook de neiging zien bij sommige bisschoppen om aan de (in feite heidense) wensen van bepaalde mensen bij liturgische vieringen van uitvaarten toe te geven en om zogenaamde pastorale redenen, zij het beperkt, seculiere muziek toe te staan. Ook de functionele benadering van het priesterschap past in dit kader. Het is niet zozeer een heilig, van God gegeven, ambt als wel een dienst aan de gemeenschap. En dat heeft tot gevolg dat voor sommigen het onderscheid tussen priesters en pastorale werkers (bijna) wegvalt.
In de jaren zeventig vroeg een rector van een bejaardenhuis in Den Bosch aan een collega-priester die een hoge functie had bij de bisdomdiensten of hij een avondmis van hem kon overnemen. De betreffende priester dacht even na en zei toen tot verbazing van de rector: “Nee, dat kan ik niet. Ik kan geen eucharistie vieren met een gemeenschap die ik niet ken.” De eucharistie is tot louter “samen vieren” verworden en God is praktisch buiten beeld.
In deze coronacrisis wordt pijnlijk duidelijk hoe theologisch bekrompen de Mis versus populum (naar het volk) is. Er is namelijk geen volk. Der priester richt zich tot een lege kerk en veel priesters voelen zich daar ongemakkelijk bij. Live streams die metterhaast geregeld worden bieden soms gevoelsmatig uitkomst. De priester kan zich nu tot de camera en de denkbeeldige gelovigen richten. Op internet circuleert een foto waarop een priester foto’s van parochianen in de banken heeft gezet om hem het gevoel te geven dat hij ondanks de lege kerk toch voor zijn parochie celebreert.

Hoeveel zinvoller zou het zijn, als de priester aan de ander kant van het altaar zou staan richting kruis, richting tabernakel, richting God. Dat zou hij zich niet meer alleen voelen. Dan zou ook beter duidelijk worden wat de Mis ten diepste is: het kruisoffer van Christus, door de priester in de persoon van Christus sacramenteel tegenwoordig gesteld op het altaar en aangeboden aan de Vader. De eucharistie is niet op de eerste plaats een maaltijd. Jezus heeft de eucharistie weliswaar tijdens een maaltijd ingesteld maar het is het offer van zijn Lichaam en Bloed, dat op Goede Vrijdag zal plaats vinden. Zo heeft de Kerk het vanaf het begin verstaan. Pas de communie is een maaltijd. Door te eten en te drinken krijgen we deel aan het offer, deel aan het Lichaam en Bloed van Christus. De notie van het offer is bij veel priesters en gelovigen verdwenen. De Mis lijkt alleen te zijn onderricht en communie. De consecratie is er voor veel mensen alleen om de communie mogelijk te maken. Dat is Luthers en Anglicaans maar zeker niet katholiek.
Een belangrijke notie van de eucharistie is ook dat zij de publieke eredienst is van de Kerk. De eredienst die wij, gelovigen, verschuldigd zijn aan God, gebeurt door het opdragen van het heilig Offer. Dat opdragen van het offer gebeurt alleen door de priester in persona Christi maar normalerwijze verenigen de gelovigen zich met dat offer en voegen hun eigen offers bij het offer van Christus. Maar als er door omstandigheden geen gelovigen aanwezig kunnen zijn, dan draagt de priester toch namens de Kerk het offer op en verricht in die kerk de vereiste eredienst. Priesters die geen Mis lezen omdat er geen gelovigen bij zijn voor wie ze celebreren, vergeten dat ze geroepen en gewijd zijn om namens de Kerk en voor de Kerk de heilige eredienst te verrichten, zelfs als er geen gelovigen bij kunnen zijn.
De “anthropologische Wende”, het verschuiven van de aandacht van God naar de mens, van geloofsleer naar pastoraal, van moraal naar “begrip en liefde” is voor de Kerk desastreus geweest en is een van de oorzaken van de secularisatie en het afbrokkelen van de Kerk. We hebben een bekering nodig, een “theologische Wende”, een zich opnieuw fundamenteel in heel het kerkelijk leven richten op God, op zijn eer en op zijn wil. Het omkeren van de altaren in de liturgie zou daar een tekenend begin van kunnen zijn.


8 reacties op “Kanunnik Cor Mennen over de ‘antropologische wende’ van na Vaticanum II”
AMEN!!
Dit stuk kan ik ik met een volmondig AMEN onderschrijven.
Uitstekend verhaal, er is geen woord Frans bij. Klopt helemaal.
Willen we het geloof blijven behouden, dan zullen we terug moeten naar de Tridentijnse Heilige Mis van voor het Tweede Vaticaanse Concilie.
De Tridentijnse Heilige Mis is dagelijks live te volgen bij de Kluizenarij Onze Lieve Vrouw van de Besloten tuin, van de kluizenaar pater Hugo.
Ga naar www. beslotentuin.nl
Daarna naar Liturgie en u kunt daar ook de boekjes voor de onveranderlijke teksten van de Tridentijnse Heilige Mis als de boekjes van de veranderlijke teksten van de Tridentijnse Heilige Mis downloaden.
De Tridentijnse Heilige Mis is op werkdagen van maandag t/m vrijdag om 08.30 uur
en op zaterdag en zondag om 11.00 uur live te volgen.
Pastoor Mennen slaat de spijker op de kop !
Vierde pastoor Mennen ook ad Dominum in zijn pastorale jaren?
“In deze coronacrisis wordt pijnlijk duidelijk hoe theologisch bekrompen de Mis versus populum (naar het volk) is. Er is namelijk geen volk.” Zoiets is geen eerlijke bewering, aangezien de gewone gelovige nu niet naar de kerk mag komen wegens de coronacrisis. Maar toch is het aangeraden (waarschijnlijk verplicht) dat er zelfs nu tenminste één persoon fysiek aanwezig moet zijn in de kerk (acoliet, koster, zanger, …, op afstand van de priester), die dan alle gelovigen vertegenwoordigt die niet aanwezig kunnen zijn. Bij mijn weten is het een aloude regel dat de priester enkel de Mis mag opdragen als er minstens één gelovige aanwezig is. Logisch ook, want het uitreiken van de communie is een essentieel onderdeel van de Heilige Mis, zoals het reeds gebeurde op Witte Donderdag tussen Jezus en zijn Apostelen.
Het uitreiken van de H. Communie aan gelovigen is géén essentieel onderdeel van de H. Mis, wel dat de priester de H. Communie nuttigt. Vandaar is aanwezigheid van gelovigen geen must voor een geldige H. Mis.
In canon 906 van de codex van het canoniek recht staat dat de priesters de heilige Mis niet mogen opdragen als er niet minstens één gelovige bij aanwezig is, tenzij er een goede en verantwoorde reden is om dat toch te doen. Ik zou dan zeggen in coronatijden, als de Mis doorgezonden wordt via tv, radio enzovoort : zorg er best voor dat er minstens één gewone gelovige aanwezig is, bv. een akoliet. En als dit echt niet kan : toch de priester alleen, en zend het uit op radio enz. Uiteraard worden de luisteraars en kijkers ook bij het heilige gebeuren betrokken. Beter de Mis intens op de radio volgen dan niets.doen
Net zoals er apostelen aanwezig waren bij het laatste avondmaal, die het heilige brood mochten nuttigen, is het doodnormaal en uiterst wenselijk dat er bij heilige Missen gewone gelovigen aanwezig zijn. Jezus wil toch dat de gelovigen die in staat van genade zijn, met een vroom hart echt communiceren ? De heilige Mis moet niet zomaar een vrome praktijk zijn voor een priester in zijn eentje.
De bewering “In deze coronacrisis wordt pijnlijk duidelijk hoe theologisch bekrompen de Mis versus populum (naar het volk) is. Er is namelijk geen volk.” slaat nergens op.