Katholieke traditie

Editoriaal: Paus Pius X die het modernisme veroordeelde (1)

Editoraal artikel over het modernisme en wat de Heilige Paus Pius X daarover te zeggen had.

De H. Kerk werd door Jezus Christus ingesteld om het geloof dat Hij verkondigd heeft te bewaren en te verkondigen. “De Rooms Katholieke Kerk is een altijd durend mirakel door haar wonderbaar en vruchtbaar voortbestaan, ondanks vervolgingen, scheuringen en ketterijen, ondanks de zwakheden van haar leden, ja zelfs van haar oversten.” (Catechismus van 1954).

Jezus zei tegen Petrus: “Gij zijt de Steenrots waarop ik mijn Kerk bouw, en de machten van de Hel zullen tegen haar niets vermogen want Ik zal met haar zijn tot het einde der tijden.” De H. Kerk bestaat weldra 2000 jaar. Van bij haar ontstaan werd zij aangevallen, bekampt door haar vijanden. Het geloof dat zij bewaart en verspreidt, wordt nu meer dan ooit tevoren aangevallen en in twijfel getrokken door het modernisme.

Deze ketterij verkondigt dat wij maar mogen geloven wat wij met ons menselijk verstand kunnen begrijpen. Het modernisme heeft de pretentie de Kerk te hervormen en aan te passen aan deze tijd. Deze ketterij is gevaarlijker dan alles wat zich tot nu toe heeft voorgedaan. Volgens de H. Paus Pius X is zij “het gif van alle ketterijen tegelijk”. Volgens zijn encycliek “Pascendi” is de grondslag van het modernisme een valse filosofie, die leert dat het menselijk verstand niet in staat is het bovenzinnelijke te kennen. Het menselijk kenvermogen is, volgens die leer, beperkt tot de wereld van de verschijnselen. Wat buiten de wereld van de zintuigen ligt, blijft voor ons verborgen. Bijgevolg kan het menselijk verstand ook God niet kennen. Nooit, zo zegt die filosofie, kan God gevonden worden door het menselijk verstand. Dus zijn er ook geen bewijzen dat God bestaat – of dat de God die wij vereren, de ware God is.

De Rooms Katholieke Kerk daarentegen, leert dat de natuurlijke aanleg van de mens hem in staat stelt door zijn verstand God te kennen. Het 1ste Vaticaans Concilie verklaart plechtig: “Als iemand beweert dat de enige ware God, onze Schepper en Heer, door het licht van de rede niet met zekerheid uit de geschapen dingen kan worden gekend, is hij in de ban.” Verder verklaart dit Concilie: ” Dezelfde H. Kerk stelt vast en leert dat God, het begin en einddoel van alle dingen, door het natuurlijk licht van de rede, met zekerheid uit de geschapen dingen kan worden gekend: want Zijn onzichtbaar wezen wordt sinds de Schepping van de wereld in de geschapen dingen met het verstand gezien.”

De H. Kerk heeft in deze zinnen slechts datgene bepaald wat altijd het geloof der Christenen was en reeds in de geschriften van het Oud en Nieuwe Verbond zijn vastgelegd. In het Boek der Wijsheid (13-9) staat: “Dwaas zijn alle mensen, die God niet kennen en Hem door de zichtbare dingen heen, niet vermogen te zien. Zij aanschouwen wel zijn werken, maar de Schepper niet. De Schepper kent men aan de grootheid en de schoonheid van zijn schepselen.”

De H. Paus Pius X – in zijn encycliek tegen het modernisme – stelt de filosofie van de H. Thomas van Aquino tegenover de dwaalleer van de modernisten en zegt o.a. :

“De scholastische filosofie en theologie wordt door de modernisten altijd bespot en veracht. Of dat uit onwetendheid of vrees gebeurt, of om beide redenen; één ding staat vast, zucht naar nieuwigheid gaat altijd samen met haat tegen de scholastiek. Er bestaat geen duidelijker aanwijzing dat iemand wat voor het modernisme begint te voelen, dan dat hij blijk geeft van zijn beginnende afkeer voor de scholastiek.”

Verder herinnert Pius X aan een zin uit de door zijn voorganger Pius IX uitgevaardigde “Syllabus”, waarin de opvatting is veroordeeld dat de methodes en beginselen van de scholastiek niet zouden passen bij de noden van onze tijd en de vooruitgang van de wetenschappen. Pius X zegt hier niets nieuws. Hij sluit zich alleen aan bij de traditie van de Kerk, die de filosofie van St. Thomas altijd als een veilige gids heeft beschouwd bij het zoeken naar de waarheid.

Reeds in het begin van de 14d eeuw, nog vóór de heiligverklaring van Thomas van Aquino, wordt zijn leer op de voorgrond geplaatst als de leer die in de christelijke scholen moet worden verkondigd. Sinds de 15de eeuw krijgt de H. Thomas de erenaam “Doctor Angelicus”. In 1567 kent Paus Pius V hem de titel van Kerkleraar toe. Paus Leo XIII roept St. Thomas uit tot patroon van de Katholieke scholen. Het kerkelijk wetboek van 1917 schrijft de leer van de H. Thomas voor in de seminaries voor de priesteropleiding.

Volgens de H. Paus Pius X was het prijsgeven van de leer van St. Thomas de voornaamste oorzaak van het modernisme.

Het modernisme leert: God kennen door het verstand is onmogelijk. Bijgevolg is er ook geen Openbaring in die zin dat God van buitenaf tot de mensen spreekt. Alle godsdiensten komen in de ogen van de modernisten oorspronkelijk uit het innerlijk leven voort. Alle geloof is dus resultaat van een innerlijke ervaring. Het geloof ontstaat zonder inwerking van buiten als een intuïtie van het hart. Godsdienst is volgens de modernist een religieuze ervaring. Godsdienst is niet gebaseerd op gezag dat van buiten komt. Er bestaat geen goddelijke openbaring buiten de ziel! Er bestaat geen spreken van God dat zich tot het menselijk verstand richt. Er bestaat maar een rechtstreeks contact van de ziel met het absolute, het oneindige. Een contact dat door een zielkundige behoefte wordt veroorzaakt.

De modernisten stellen zich dat meer gedetailleerd zo voor: in het onderbewustzijn van de menselijke ziel sluimert een behoefte aan het goddelijke dat niet nader kan worden geformuleerd. Nu en dan wordt aan die behoefte voldaan door een ervaring van het gevoel. Dat gevoel ontstaat spontaan, aanvankelijk zonder verstandelijke overweging. Dit is de oorsprong van elke godsdienst. Alle godsdiensten, ook de christelijke, zijn slechts resultaten van dat intuïtieve contact mat het Oneindige. Op dit gevoel dat met God verenigt, berust het geloof. Dit geloof is openbaring omdat God zelf zich in het binnenste van de mens bekend maakt. De oorsprong van de godsdienst moet volgens de modernisten toegeschreven worden aan het in het onderbewustzijn verborgen religieus gevoel. Dit intuïtief contact met het goddelijke is echter eerst nog onduidelijk en vaag. Dan komt het menselijk verstand dit te hulp. Het verstand doorlicht het religieus gevoel. Zo ontstaan, volgens het modernisme, de Kerkelijke dogma’s, die zich laten vastleggen en door het Kerkelijk gezag worden goedgekeurd. Daaruit volgt dat die dogma’s steeds opnieuw moeten worden aangepast enz…

Uit deze uiteenzetting kan men besluiten dat het modernisme voor doel heeft de Christelijke godsdienst af te breken en de Rooms Katholieke Kerk te vernietigen. De H. Paus Pius X doorzag het gevaar van het modernisme. Hij noemde het “De verderfelijke pst die dreigde iedereen te besmetten in de H. Kerk.” In zijn Syllabus somt hij 65 stellingen op die strijdig zijn met de Leer van de Kerk, en hij veroordeelde ze. In zijn Encycliek “Pascendi Dominici Gregis” rukt hij het masker af van de modernisten, die overal infiltreren in de leiding van de H. Kerk.

Op 1 september 1910 kondigt Pius X een besluit af dat de antimodernistische eed oplegde aan al wie een hogere wijding of een geestelijk ambt zou bekleden in de Kerk. Deze eed bleef in voege tot kort na het Tweede Vaticaans Concilie. Ze werd in 1967 afgeschaft… twee jaar voordat Bergoglio tot priester werd gewijd.

Alle priesters, bisschoppen en kardinalen die werden gewijd vóór het Concilie (waaronder Paus Benedictus XVI) hebben deze eed afgelegd.

De antimodernisten-eed

  1. Ik, N.N., omarm en aanvaard stellig alles wat tezamen en afzonderlijk door het foutloze Leergezag van de Kerk bepaald, uitgesproken en verklaard is, in het bijzonder die leerstellingen die zich rechtstreeks verzetten tegen de dwalingen van deze tijd.
  2. Ten eerste belijd ik dat God, begin en einddoel van alle dingen, met zekerheid gekend kan worden en Zijn bestaan kan bewezen worden door middel van het natuurlijke licht van de rede, “vanuit de dingen die gemaakt zijn geworden” , dit is vanuit de zichtbare werken van de schepping, zoals een oorzaak zeker gekend is door zijn effecten.
  3. Ten tweede erken ik en stem ik in met de externe argumenten voor de openbaring, d.i. de goddelijke feiten, in het bijzonder wonderen en voorspellingen als zijnde de meeste zekere tekenen van de goddelijke oorsprong van de christelijke godsdienst en ik houd mij eraan dat deze volmaakt aangepast zijn aan het inzicht van elke tijd en van elke mens, met inbegrip van deze tijd.
  4. Ten derde geloof ik ook vast dat de Kerk, bewaarder en lerares van het geopenbaarde woord, door de ware en historische Christus zelf, toen Hij bij ons verbleef, rechtstreeks en dadelijk gesticht is geworden en dat dezelfde Kerk gegrondvest werd op Petrus, de prins van de apostolische hiërarchie en op zijn opvolgers doorheen alle tijden.
  5. Ten vierde aanvaard ik oprecht dezelfde geloofsleer in dezelfde zin en met altijd dezelfde betekenis zoals deze aan ons is overgeleverd geworden vanaf de apostelen tot aan de rechtgelovige Vaders; en dus verwerp ik volledig de ketterse notie van de evolutie van de dogma, volgens de welke deze van de éne zin in de andere zin overgaan, onderscheiden van dat wat de Kerk vroeger leerde. Zo ook veroordeel elke dwaling waardoor, in plaats van de goddelijke geloofsschat, door Christus overgeleverd aan Zijn Bruid, de Kerk en door haar getrouw te bewaren, een filosofische uitvinding of een schepping van het menselijk bewustzijn geplaatst wordt die het menselijk pogen geleidelijk verfijnd heeft en in de toekomst door middel van oneindige vooruitgang zich zal vervolmaken.Ten vijfde houd ik ten zeerste vast aan en belijd ik oprecht dat het geloof niet een blind religieus gevoelen is dat vanuit het verborgen onderbewustzijn opkomt en onder druk van het hart en wil moreel gevormd wordt maar dat het geloof een werkelijke instemming van het verstand met de uitwendige waarheid is, aanvaard vanuit het horen; en waardoor wij geloven dat waar is al wat gesproken, betuigd en geopenbaard is geworden door de persoonlijke God, onze Schepper en Heer, op het gezag van God, de Volmaakte Waarheid.
  6. Tevens, met gepaste eerbied onderwerp ik mij en houdt ik met geheel mijn ziel vast aan alle veroordelingen, verklaringen en richtlijnen, vervat in de encycliek ‘Pascendi’ en het decreet ‘Lamentabili’, vooral betrefffende wat men noemt ‘de geschiedenis van de dogma’s’.
  7. Desgelijks verwerp ik de dwaling van zij die beweren dat het geloof van de Kerk in strijd kan zijn met de geschiedenis en dat de katholieke dogma’s, in de betekenis waarin ze nu verstaan worden, niet kunnen verzoend worden met de ware oorsprongen van de Christelijke godsdienst.
  8. Ik veroordeel en verwerp ook de stelling die zegt dat een meer geleerde christen een tweevoudige persoonlijkheid kan aannemen, nl. één van gelovige en een ander van historicus alsof dit toestaat voor de historicus te beweren datgene wat in tegenstelling is met zijn geloof als gelovige of premissen aan te brengen van waaruit de valsheid of twijfelachtigheid van de dogma’s volgt, op voorwaarde dat deze dogma’s niet rechtstreeks ontkend worden.
  9. Tevens verwerp ik de wijze van bepalen en interpreteren van de Heilige Schrift, die, in het opzij zetten van de traditie van de Kerk, de analogie van het geloof en de normen van de Apostolische Stoel, de principes van de rationalisten aanneemt en met niet minder aanmatiging de tekstkritiek als de enigste en hoogste regel beschouwt.
  10. Bovendien verwerp ik de mening van diegenen die stellen dat iemand die onderwijst in de geschiedenis van de theologie of erover schrijft eerst de voorgevormde begrippen naast zich neer moet leggen over de bovennatuurlijke oorsprong van de katholieke traditie of over de goddelijke bijstand, beloofd voor het altijddurend bewaren van elke, geopenbaarde waarheid; of dat de geschriften van de Vaders enkel dienen geïnterpreteerd te worden door middel van de principes van de wetenschap, afgezonderd van enig welke gewijde autoriteit en met dezelfde vrijheid van oordelen waarmee men gewoonlijke profane monumenten onderzoekt.
  11. Tot slot belijd ik dat ik in het algemeen absoluut ver sta van de dwalingen van de modernisten die stellen dat er in de gewijde traditie niets goddelijks is; of die – wat nog veel ergers is- dit toegeven in pantheïstische zin, zodanig dat er niets overblijft dan een simpel feit zoals de gewone feiten van de geschiedenis, nl. dat een school, begonnen door Christus en zijn Apostelen, door de energie, sluwheid en vermogens van mensen in de volgende eeuwen is voortgezet geworden.
  12. Daarom houd ik ten stelligste vast aan en zal ik tot mijn laatste adem vasthouden aan het geloof van de Vaders over het zekere charisma van de waarheid, het welke is, was en altijd zal verblijven in de opvolging van het episcopaat sinds de apostelen.
  13. En dit mag niet zo verstaan worden opdat men kan vasthouden aan wat beter en meer geschikt lijkt voor de cultuur van een bepaald tijdperk maar veeleer opdat men nooit iets anders zou geloven of begrijpen dan de absolute en onveranderlijke waarheid, verkondigd vanaf den beginne door de apostelen.
  14. Dit alles beloof ik getrouw, geheel en oprecht te bewaren en het ongeschonden te bewaken en nooit ervan af te wijken, hetzij in het onderricht, hetzij in woord of geschrift. Dit beloof ik, dit zweer ik, zo waarlijk helpe mij God en zijn Heilige Evangelies.

 

Morgen deel 2.


Advertentie

Categorieën:Katholieke traditie

5 antwoorden »

  1. Ik ken een katholiek priester ( west Vlaanderen ) die zulk een antimoderniste eed afgelegd heeft.

    Wel, hij weigert pertinent het ( valse ) Onze Vader te bidden met deze lelijke zin : breng ons niet in beproeving !

    Het beste is, van niet meer naar die soort ‘ eucharistievieringen’ ( ook al zo een modernistische definitie ) te gaan.

    Het spijtige is dat de ‘ modernisten’ onder de grote bescherming van onze welbekende Dwaas Bergo zullen doorgaan en nog liever Onze kerken zullen laten leeglopen en afbreken. Nog liever zullen zij gaan voor pachamamma dan hun te bekeren. En gelovigen die dan toch knielen om Eucharistisch Jezus op de tong te verwelkomen, krijgen nog geen knielbankje….

    Oh ja beste lezers, hoed u voor ene ‘ kardinaal’ De Kesel. Hij heeft al vele mooie en bloeiende gebedsgemeenschappen in het Brusselse teniet gedaan. Ook toen er een petitie kwam tegen deze modernistische versie van het Onze Vader heeft hij niet geantwoord.

  2. De universiteit van Leuven zou voor de opleiding godsdienstwetenschappen en theologie een vak scholastieke theologie verplicht moeten maken. Al was het maar om het verstand en de realiteitszin aan te scherpen zodat men niet langer naar een protestants gevoelsgeloof opschuift.

  3. |
    Pius X, was ook ziener//profeet — hij had tenminste #2 belangrijke visioenen — bij het ene visioen, zag hij hoe het Vaticaan belegerd werd door vijanden — bij het andere visioen, zag hij hoe z’n late op`of na`volger (ook ’n Pius), wegvluchtte uit het Vaticaan …
    |
    zelf denk ik dus, dat het die komende *INTERIM* zal wezen — doch de aanstelling van zo’een interim, is slechts mogelijk indien : een zittende paus die ( door bvb ’n aanslag ) is uitgeschakeld, wel in leven blijft, maar niet langer in`staat blijkt, om z’n ambt te vervullen …
    |
    en, om de puzzel compleet te maken, geloof ik : dat de jezuiten, een AANSLAG zullen plegen op hun_eigen paus !?