Paus Benedictus

Paus Benedictus breekt de stilte en doet zijn zeg over de misbruikcrisis in de Kerk

Paus Benedictus XVI heeft in het licht van de misbruikcrisis in de Kerk zijn pen genomen en een brief geschreven. Het werd vandaag gepubliceerd in het Duitstalige blad Klerusblatt. In deze brief verwijst Benedictus naar de “seksuele revolutie” die plaatsgreep in de jaren 1960, en de gevolgen welke dat met zich meebracht in de seminaries en uiteindelijk in de Kerk. Hij wijst erop dat het verwaarlozen van de Heilige Eucharistie – en meer bepaald de teloorgang van het geloof in de Werkelijke Tegenwoordigheid – mee aan de basis ligt van deze hele crisis. 

Paus Benedictus steekt van wal met het vermelden van de “seksuele revolutie” en het seksuele libertarisme dat volgde in de jaren daarna, en waarvan hij in Duitsland getuige was, en vervolgens laakt hij het verraad van theologen betreffende de verwerping van het concept van intrinsiek kwaad – het concept dat er “daden zijn die altijd en onder alle omstandigheden moeten geklasseerd worden als boosaardig”:

“De kwestie begint bij de door de staat voorgeschreven en gesteunde introductie van kinderen en jongeren in de natuur van seksualiteit. In Duitsland, had de toenmalige minister van gezondheid, Ms. Käte Strobel, een film laten maken waarin alles dat voorheen niet toegestaan was te tonen, inclusief seksuele geslachtsgemeenschap, nu getoond werd ten behoeve van educatie. Wat in het begin eerst bedoeld was voor de seksuele educatie van jonge mensen werd vervolgens wijd aanvaard als een ‘haalbare optie.’

Gelijkaardige effecten werden bereikt door de “Sexkoffer” die door de Oostenrijkse overheid werd gepubliceerd [een controversiële koffer met sekseducatiemateriaal dat gebruikt werd in Oostenrijkse scholen in de late jaren 1980]. Seksuele en pornografische films werden toen een normale zaak, tot op het punt dat ze werden vertoond in bioscoopjournaaltheaters. Ik herinner mij nog, toen ik op een dag door de binnenstad van Regensburg wandelde, ik massa’s mensen zag aanschuiven vóór een grote cinema, iets dat we vroeger enkel gezien hadden in oorlogstijden, toen men hoopte op een bijzondere bedeling (van bvb. voedsel). Ik herinner mij ook, toen ik op Goede Vrijdag in het jaar 1970 aankwam in de stad, ik de aanplakborden beplakt zag met een grote poster van twee volledig naakte mensen in een innige omarming.

Onder de vrijheden waar de Revolutie van 1968 wilde voor vechten vechten, was deze totale seksuele vrijheid, één die niet langer gelijk welke norm toestond. Voor de jonge mensen in de Kerk, maar niet enkel voor hen, was dit op vele manieren een zeer moeilijke tijd. Ik heb mij altijd afgevraagd hoe jonge mensen in deze situatie het priesterschap konden benaderen en aanvaarden, met al z’n consequenties. De uitvoerige instorting van de volgende generatie priesters in die jaren, en het hoge aantal laïciseringen waren een gevolg van al deze ontwikkelingen.

Tegelijkertijd, onafhankelijk van deze ontwikkeling, leed de Katholieke moraaltheologie een instorting die de Kerk weerloos liet tegen deze veranderingen in de maatschappij.”

Benedictus legt uitvoerig uit hoe die instorting in z’n werk ging, en wijst erop hoe de encycliek Veritatis Splendor door leidende Duitse theologen werd verworpen vanwege het gebruik van de term ‘intrinsiek kwaad’.

Vervolgens gaat Benedictus dieper in op de morele corruptie van de geestelijken, en legt uit dat er tijdens de jaren 1960 in verschillende seminaries homoseksuele klieken (groepen) in die seminaries aanwezig waren, en dat toen het Vaticaan dit wilde onderzoeken, dit abrupt werd geblokkeerd. Ook herinnert Benedictus zich een bisschop die in zijn seminarie pornofilms toonde aan de seminaristen, zogezegd om ze hiertegen “weerbaar” te maken:

“In verschillende seminaries werden homoseksuele klieken gevormd, welke min of meer openlijk handelden en op significante wijze het klimaat in de seminaries veranderde. In één seminarie, in Zuid-Duitsland, leefden de kandidaten voor het priesterschap en de kandidaten voor het lekenministerie van de pastorale specialist samen. Bij de gezamenlijke maaltijden aten de seminaristen en de pastorale specialisten samen, de gehuwden en de leken soms vergezeld van van hun vrouw en kinderen, en bij gelegenheid van hun vriendin. Het klimaat in dit seminarie kon geen steun bieden voor de voorbereiding voor de priesterlijke roeping. De Heilige Stoel was op de hoogte van zulke problemen, zonder precies geïnformeerd te zijn. Als eerste stap werd een Apostolische Visitatie georganiseerd in de seminaries van de Verenigde Staten.

Terwijl de criteria voor de selectie en de benoeming van bisschoppen ook veranderd werd na het Tweede Vaticaans Concilie, was de relatie van de bisschoppen ten opzichte van hun seminaries ook heel anders. Bovendien, een criterium voor de benoeming van nieuwe bisschoppen was nu hun “conciliairiteit”, die uiteraard op verschillende manieren kon begrepen worden.

Inderdaad, in vele delen van de Kerk werden conciliaire houdingen begrepen als het hebben van een kritische of negatieve houding tegenover de tot nu toe bestaande traditie, die nu moest vervangen worden door een nieuwe, radicaal open relatie met de wereld. Eén bisschop, die voorheen seminarierector was, had ervoor gezorgd dat de seminaristen pornofilms te zien kregen, naar verluidt met de bedoeling om ze aldus bestand te maken tegen gedrag dat tegengesteld is aan het geloof.”

Benedictus doet hier wat Bergoglio niet deed: het probleem van homoseksualiteit in de seminaries ter sprake brengen. Paus Benedictus brengt wat verder de woorden van Jezus in herinnering: “Maar als iemand een van deze kleinen die geloven, aanstoot geeft, het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp” (Marc. 9,42), en brengt ze in verband met een misbruik van het geloof. Volgens Benedictus is de zinsnede “deze kleinen” in de taal van Jezus de gewone gelovigen die verward kunnen worden in hun geloof door de intellectuele arrogantie van diegenen die denkend dat ze wijs zijn.

“Jezus beschermt de schat van het geloof met een nadrukkelijke bedreiging van een straf voor diegenen die het beschadigen.”

Benedictus ziet het dan ook als een alarmerende situatie dat in het algemeen bewustzijn van de kerkelijke wet, heden het geloof niet langer bescherming nodig lijkt te hebben.

Vervolgens enkele citaten van Benedictus over de crisis en hoe deze kan opgelost worden:

“De tegenwerkende kracht tegen kwaad, die ons en de hele wereld bedreigt, kan uiteindelijk enkel bestaan in ons binnengaan in deze liefde [van God]. Het is de echte tegenkracht tegen kwaad. De macht van het kwaad komt voort uit onze weigering om God lief te hebben. Hij die zich toevertrouwt aan de liefde van God is verlost. Indien wij niet verlost zijn is dit een gevolg van ons onvermogen om God lief te hebben. God leren liefhebben is daarom het pad van de menselijke verlossing.”

“Wanneer God in een samenleving ‘sterft’, wordt het vrij, zo werden we verzekerd. In werkelijkheid betekent de dood van God in een samenleving ook het einde van de vrijheid, omdat wat sterft het doel is dat oriëntatie voorziet. En omdat het kompas verdwijnt dat ons de juiste richting aanwijst door ons te leren goed te onderscheiden van kwaad.”

“Dat is het geval met pedofilie. Het werd slechts korte tijd geleden getheoretiseerd als zijnde vrij legitiem, maar het heeft zich verder en verder verspreid. En nu beseffen we met een schok dat er dingen gebeuren met onze kinderen en onze jeugd die hen dreigen te vernietigen. Het feit dat dit zich ook in de Kerk kon verspreiden onder de priesters zou ons in het bijzonder moeten verontrusten.”

“Waarom bereikte pedofilie zo’n proporties? Uiteindelijk is de reden de afwezigheid van God.”

In het derde deel van zijn brief verwijst Benedictus ook naar de Heilige Eucharistie, en hij wijt de huidige crisis aan een gebrek aan respect voor Jezus in de Heilige Eucharistie. Benedictus spreekt over “hoe weinig wij Christenen vandaag nog weten over het appreciëren van de grootsheid van de gave die bestaat in Zijn Werkelijke Tegenwoordigheid.” De eerste en belangrijkste vereiste is volgens hem de vernieuwing van het Geloof in de Werkelijke Tegenwoordigheid van Jezus in het Heilig Sacrament, en we moeten alles doen wat we kunnen om het geschenk van de Heilige Eucharistie te beschermen van misbruik:

“God werd mens voor ons. De Mens als zijn schepsel ligt zo nauw aan Zijn hart dat Hij zich verenigd heeft met hem, en aldus de menselijke geschiedenis is binnengetreden op een zeer praktische wijze. Hij spreekt met ons, Hij leeft met ons, Hij lijdt met ons en Hij nam de dood op zich voor ons. We vertellen hierover in groot detail in de theologie, met geleerde woorden en gedachten. Maar het is precies op deze manier dat we het risico lopen om meesters van het geloof te worden in plaats van te worden vernieuwd en bestuurd door het geloof.

Laten we dit overwegen in verband met een centrale kwestie, de viering van de Heilige Eucharistie. Onze handeling van de Eucharistie kan enkel bezorgdheid opwekken. Het Tweede Vaticaans Concilie was correct gefocust op het terugbrengen van dit sacrament van de Aanwezigheid van het Lichaam en het Bloed van Christus, de Aanwezigheid van Zijn Persoon, Zijn Passie, Dood en Verrijzenis, tot het centrum van het Christelijk leven en het bestaan van de Kerk. Dit is gedeeltelijk verwezenlijkt, en we zouden de Heer daar heel dankbaar voor moeten zijn.

En toch is er eerder een andere houding die de boventoon voert. Wat nu overheerst is niet een nieuwe eerbied voor de aanwezigheid van Christus’ dood en verrijzenis, maar een manier van omgaan met Hem die de grootsheid van dit Mysterie vernietigt. De afnemende deelname in de Zondagse Eucharistieviering toont hoe weinig wij Christenen van vandaag nog weten over het appreciëren van de grootsheid van de gave die bestaat in Zijn Werkelijke Tegenwoordigheid. De Eucharistie is verworden tot slechts een ceremonieel gebaar wanneer het voor normaal wordt genomen dat hoffelijkheid vereist dat Hij op familievieringen of op gelegenheden zoals huwelijken en begrafenissen aan al diegenen wordt uitgereikt die omwille van familiale redenen werden uitgenodigd.

De manier waarop mensen soms gewoonweg het Heilig Sacrament in de communie ontvangen als een kwestie van routine, toont dat velen de communie zien als een puur ceremonieel gebaar. Daarom, wanneer men denkt over welke daad eerst en vooral vereist is, is het eerder duidelijk dat we geen andere Kerk nodig hebben van ons eigen design. Wat veeleer nodig is, is de vernieuwing van het Geloof in de Realiteit van Jezus Christus aan ons gegeven in het Heilig Sacrament.

In gesprekken met slachtoffers van pedofilie, ben ik op acute wijze bewust geworden van deze eerste en belangrijkste vereiste. Een jonge vrouw die een misdienaar was geweest, vertelde mij dat de kapelaan, haar overste als misdienaar, het seksueel misbruik dat hij bij haar pleegde altijd introduceerde met de woorden: “Dit is mijn lichaam, dat voor jou zal gegeven worden.”

Het is duidelijk dat deze vrouw niet langer de woorden van de consecratie kan aanhoren zonder opnieuw al de vreselijke kwelling van haar misbruik te ervaren. Ja, we moeten dringend de Heer om vergiffenis smeken, en eerst en vooral moeten we bij Hem zweren en Hem vragen om ons allen opnieuw de grootsheid van Zijn lijden, Zijn Offer, te leren. En we moeten alles doen wat we kunnen om het geschenk van de Heilige Eucharistie te beschermen tegen misbruik.”

Benedictus XVI waarschuwt tegen de verleiding van de duivel om de Kerk als “geheel slecht” te zien, en een “betere Kerk” te maken van onze eigen makelij. Hij vergelijkt de Kerk met het veld dat zowel tarwe als onkruid bevat, en het visnet dat zowel goede als slechte vissen bevat, en het is God die uiteindelijk de scheiding zal maken.

“Jezus zelf vergeleek de Kerk met een visnet waarin goede en slechte vissen zijn, die uiteindelijk door God zelf gescheiden worden. Er is ook de parabel van de Kerk als een veld waarop het goede graan groeit dat God zelf heeft gezaaid, maar ook het onkruid dat “een vijand” in het geheim erop heeft gezaaid. Inderdaad, de onkruid in Gods veld, de Kerk, is overdadig zichtbaar, en de boze vissen in het net tonen ook hun kracht. Desalniettemin is het veld nog steeds Gods veld en het net is Gods visnet. En op alle tijden zijn er niet enkel onkruiden en slechte vissen, maar ook de gewassen van God en de goede vissen. Om beiden met nadruk te verkondigen is geen valse vorm van apologetiek, maar een noodzakelijke dienst aan de Waarheid.”

Benedictus rond zijn brief af met volgende overwegingen:

“Nee, zelfs vandaag bestaat de Kerk niet enkel uit slechte vissen en onkruid. De Kerk van God bestaat ook vandaag, en vandaag is het hét instrument waardoor God ons redt. […]

Het is heel belangrijk om de leugens en de halve waarheden van de duivel te bestrijden met de hele waarheid: ja er is zonde en kwaad in de Kerk. Maar zelfs vandaag is er de Heilige Kerk, die onverwoestbaar is. Vandaag zijn er veel mensen die nederig geloven, lijden en liefhebben, in wie de ware God, de liefhebbende God zichzelf toont aan ons. Vandaag heeft God ook zijn getuigen/martelaren in de wereld. We moeten enkel waakzaam zijn om ze te zien en te horen. […]

Eén van de grootste en meest essentiële taken van onze evangelisatie is, voor zover we kunnen, het oprichten van leefgebieden van Geloof en bovenal, ze te vinden en te herkennen. […]

Ik leef in een huis, een kleine gemeenschap van mensen die zulke getuigenissen van de levende God opnieuw en opnieuw ontdekken in hun alledaags leven en die dit vreugdevol ook aan mij tonen. Om de levende Kerk te zien en te vinden is een prachtige taak die ons sterkt en die ons keer op keer vreugdevol maakt in ons Geloof. […]”

 

Bron: LifeSite, NCRegister

Categorieën:Paus Benedictus

Getagd als:

8 antwoorden »

  1. Dit bericht heb ik ook ontvangen van Lifesite, daaronder staat nog het volgende:

    Aan het einde van mijn reflecties wil ik Paus Franciscus bedanken voor alles wat hij doet om ons steeds weer het licht van God te laten zien, dat tot op de dag van vandaag niet is verdwenen. Bedankt, Heilige Vader!

    Ik wil overigens geen onrust maken! Maar het valt me wel op??

    • Ondanks dat Benedictus, in tegenstelling tot Bergoglio (die het misbruik wijt aan ‘klerikalisme’) de waarheid zegt omtrent de oorzaken van de crisis (homoseksualiteit, moreel verval en tanend geloof in de Werkelijke Tegenwoordigheid) is het inderdaad bizar dat Benedictus zijn brief aldus afsloot. Wellicht een formaliteit om naar de buitenwereld toe niet onbeleefd over te komen tegenover Bergoglio.

  2. Een sublieme adhortatie, waaraan ik niets hoef toe te voegen.

    Wat de onreine vissen betreft zijn dat de ongeschubde vissen (Lev. 11:9-12), in het meer van Galilea is dat de zeewolf. Het slechte graan is het zinzanion, hier gekend als dolik of lolium temulentum, dat als het jong is lijkt op het goede graan en daarom pas wordt weggehaald tegen de oogsttijd, want dan is die duidelijk herkenbaar onder andere doordat het geen volle aren draagt.

  3. Dit zijn woorden van een echte Paus, en niet van een nep paus zoals we deze vandaag kennen, er is inderdaad weinig aan toe te voegen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s