Crisis

Bisschop René Gracida: “De goede kardinalen laten het na van in te grijpen”

Mgr. René Gracida, bisschop-emeritus van Corpus Christi, Texas (°1923) schreef onlangs op zijn blog een uitvoerige verklaring omtrent de ongeldigheid van de verkiezing van Bergoglio én de reden waarom de geldig aangeduide kardinalen nú moeten ingrijpen. Wij vertaalden voor u de belangrijkste passages.

Verklaring van Mgr. René Gracida:

De geldige kardinalen, dit zijn de kardinalen aangeduid door Pausen Benedictus XVI en Johannes Paulus II, moeten spoedig handelen om Franciscus de barmhartige te verwijderen van de troon van Sint Petrus voordat hij de Institutionele Kerk nog meer beschadigt dan hij reeds beschadigd heeft.

Recent hebben vele geleerde Katholieke waarnemers, inclusief bisschoppen en priesters, de verwarring in de leerstellige verklaringen op gebied van geloof en moraal die gemaakt werden door de Apostolische Stoel in Rome en door de vermeende Bisschop van Rome, Paus Franciscus, bekritiseerd. Sommige devote, getrouwe en bedachtzame katholieken hebben zelfs gesuggereerd dat hij opzij zou moeten gezet worden als een ketter, een gevaarlijke verschaffer van dwaling, zoals recent vermeld in een aantal verslagen.

Het beweren van ketterij voor het part van een man die een veronderstelde paus is, het beschuldigen van materiële dwaling in verklaringen over geloof en moraal door een veronderstelde Roomse Paus, suggereren en presenteren een tussenkomende voorafgaande vraag over zijn authenticiteit in dat ambt van de Opvolger van Petrus als het Hoofd van de Apostelen, of: was deze man het onderwerp van een geldige verkiezing door een authentiek conclaaf van de Heilige Roomse Kerk? Dit is zo, omdat elke opvolger van de Heilige Petrus de gave van ‘Onfeilbaarheid’ geniet. Dus, vooraleer men kan beginnen spreken over het excommuniceren van een dergelijke prelaat, moet men logischerwijze onderzoeken of deze persoon de uniforme goede en veilige vrucht van onfeilbaarheid tentoonspreidt. Als het er op lijkt dat hij herhaaldelijk materiële fouten maakt, dan wekt dit de vraag of zijn verkiezing wel geldig was. Men verwacht dat een authentiek verkozen Paus op miraculeuze en uniforme wijze volledig onbekwaam is om fouten te maken op vlak van geloof en moraal. Wat is er nodig om de ongeldigheid van een dergelijke verkiezing te onderscheiden? Zijne Heiligheid Paus Johannes Paulus II heeft ons, in zijn uitgebreide nalatenschap aan Kerk en wereld, het antwoord op deze vraag gegeven. De Katholieke gelovigen moeten terugblikken op waar we vandaan komen, naar wat zich voorgedaan heeft in en rond de Sixtijnse Kapel in maart 2013 en hoe de vruchten van die voorvallen onder die mensen van magistrale orthodoxie zo’n uitgebreide bezorgdheid hebben doen krijgen over verwarrende en/of ronduit verkeerde doctrinaire uitlatingen welke voortkwamen van De Heilige Stoel.

Zijn Apostolische Constitutie “Universi Dominici Gregis” welke het zogenaamde Conclaaf in maart 2013 besloeg, bevat duidelijke en specifieke taal over het ongeldigmakende effect, aangaande het afwijken van haar normen. Bijvoorbeeld, paragraaf 76 stelt: “Zou de verkiezing plaatsvinden op een manier anders dan voorschreven in de huidige constitutie, of zouden de voorwaarden hier weergegeven niet nageleefd worden, is de verkiezing omwille van deze redenen nietig en ongeldig, zonder enige nood voor een verklaring op dit gebied; bijgevolg verleent het geen recht aan diegene die verkozen werd.” Daarom geloven velen dat er een waarschijnlijkheid is om te geloven dat Monseigneur Jorge Mario Bergoglio nooit geldig verkozen werd als de bisschop van Rome en de opvolger van Sint Petrus  – hij nam nooit rechtmatig het ambt van de Opperste Pontifex van de H. Rooms Katholieke Kerk op zich en geniet daarom niet het charisma van onfeilbaarheid. Indien dit waar is, dan is de situatie verschrikkelijk omdat de vermeende pauselijke daden niet als dusdanig geldig kunnen zijn, inclusief de zogenaamde benoemingen tot het college van kiezers zelf. Enkel geldige kardinalen kunnen onze kritieke situatie herstellen door het privaat (in het geheim) erkennen van de realiteit van een aanhoudend interregnum (‘tussenregering’) en voorbereidingen te treffen om het proces recht te zetten door gehoorzaamheid aan de wetgeving van zijne Heiligheid Paus Johannes Paulus II in die Apostolische Constitutie Universi Dominici Gregis. Terwijl duizenden katholieke gelovigen begrijpen dat enkel de kardinalen die deelnamen aan de gebeurtenissen van maart 2013 binnenin de Sixtijnse Kapel alle informatie hebben die nodig is om de kwestie van de geldigheid van de verkiezing te evalueren, is er voldoende publiek bewijs voor de sluwe lekengelovigen om met morele zekerheid te vermoeden dat de daad van het college van kardinalen van maart 2013 een ongeldig conclaaf was, een volslagen ongeldigheid.

[…]

Het lijkt er duidelijk op dat Paus Johannes Paulus II de mogelijkheid anticipeerde van criminele activiteit in de zin van een heiligschennis tegen een proces welke hij wilde dat die geheel vroom, privaat, sacramenteel, geheim en diep spiritueel, al dan niet miraculeus van aard zou zijn. Deze contextuele realiteit, die opnieuw bekrachtigd werd in de Afkondigingsclausule, gecombineerd met

  1. de aard van de inhoud van het hele document;
  2. enkele andere bepalingen van het document, zoals paragraaf 76;
  3. algemene bepalingen van de canonieke wet met betrekking tot de interpretatie, vb. canon 10 en 17; en
  4. de duidelijke zichtbare intentie van de Wetgever, zijne Heiligheid Paus Johannes Paulus II

lijken voorbij enige redelijke twijfel de wettelijke conclusie te bevestigen dat monseigneur Bergoglio nooit geldig tot Roomse Paus werd verkozen. Dit is zo vanwege:

  1. communicatie van gelijk welke aard met de buitenwereld: vb: er gebeurde communicatie tussen de binnenzijde van de Sixtijnse kapel en iedereen buiten de kapel, inclusief een televisie-audiëntie, vóór, tijdens of zelfs vlak na het conclaaf;
  2. Gelijk welke politieke toewijding tot “een kandidaat” en gelijk welk “verloop van handelen” gepland voor de kerk of een toekomstig pontificaat, zoals de uitvoerige, decennialange “pastorale” plannen die in het leven geroepen werden door de kerkvoogden van Sankt Gallen; en
  3. Gelijk welke afwijking van de vereiste procedures van het stemmingsproces van het conclaaf, zoals voorgeschreven, en geweten door een kardinaal dat dit is gebeurd: iedere daad was een ongeldigmakende daad, en indien scienter (schuldige kennis) aanwezig was, is het ook een misdaad aan de kant van gelijk welke kardinaal of andere dader, maar, crimineel of niet, dergelijke daad of handeling die de normen schendt, gaat absoluut, definitief en geheel in tegen de geldigheid van alle veronderstelde gebeurtenissen van het conclaaf

[…]

Het lijkt erop dat het op een discrete en voorzichtige manier bidden en werken om enkel de ware kardinalen aan te moedigen, om ze ertoe aan te zetten de realiteit van de ongeldigheid van het conclaaf te aanvaarden, de meest liefdadige en logische werkwijze zou zijn in het licht van Universi Dominci Gregis, en uit onze hoge persoonlijke achting voor de heldere en duidelijke intentie van z’n Wetgever, zijne Heiligheid Paus Johannes Paulus II. Zelfs een relatief klein aantal geldige kardinalen zouden afdoende kunnen handelen en werken om een functionerende Apostolische Stoel te herstellen, doorheen de verklaring van een interregnum regering [d.i. de verklaring dat de verkiezing en regering met alle daarbij behorende handelingen en benoemingen van Bergoglio van generlei betekenis is].

De nood is duidelijk voor het College om een Algemene Vergadering bijeen te roepen om het Interregnum te verklaren, te overzien en spoedig te beëindigen, die sinds maart 2013 heeft geduurd. Uiteindelijk is het belangrijk om te begrijpen dat het groot aantal vermeende namaak-kardinalen uiteindelijk, vroeg of laat, zal resulteren in een situatie waarin de Kerk nooit geen normale geldige middelen meer zal hebben om een Vicaris van Christus te kiezen. Na die tijd, zal het nog moeilijker, indien zelfs niet menselijk onmogelijk worden voor het College van Kardinalen om de huidige desastreuze situatie recht te zetten en een fatsoenlijk en geldig conclaaf bijeen te roepen zodat de Kerk opnieuw zowel het voordeel van een echte Opperste Pontifex en de grote genade van een waarlijk onfeilbare Vicaris van Christus kan hebben.

Het lijkt erop dat sommige goede kardinalen beseffen dat het conclaaf ongeldig was, maar zich niet kunnen voorstellen wat eraan te doen; we moeten bidden, indien dit de Wil van God is, dat ze inzien dat het verklaren van de ongeldigheid en het toepassen van een Interregnum doorheen een nieuw geldig conclaaf, hetgeen is ze moeten doen. Zonder zo’n daad, of zonder een groot mirakel, is de Kerk in een uitzichtloze situatie. Eens de laatst geldig benoemde kardinaal de leeftijd van 80 jaar bereikt, of vóór die leeftijd sterft, eindigt het proces voor het verkiezen van een echte Paus zonder duidelijke legale middelen om het te vervangen. Afgezien van een mirakel, zou de kerk niet langer een onfeilbare Opvolger van Petrus en Vicaris van Christus hebben.

In dit verband, willen de kardinalen misschien overwegen wat de H. Moeder de Kerk leert in de Catechismus van de Katholieke Kerk ¶675, ¶676 en ¶677 over de “Ultieme beproeving van de Kerk”. Maar, het feit dat de “Kerk… de Heer zal volgen in zijn dood en Verrijzenis” rechtvaardigt niet het stilzitten van de goede kardinalen, zelfs indien er enkel een minimaal aantal zou zijn, voldoende om Hoofdstuk II van Universi Dominci Gregis uit te voeren en het Interregnum in werking te brengen.

Deze Apostolische Constitutie, Universi Dominici Gregis, die duidelijk toepasbaar was op de daden en de handelingen van het College van Kardinalen in maart 2013, is kennelijk en duidelijk één van de “ongeldigmakende” wetten die uitdrukkelijk stellen dat “een daad ongeldig is, of dat een persoon beïnvloed is”, zoals gesteld in Canon 10 van de Code van de Canonieke Wet van 1983. En, er is in geen geval “twijfel of onduidelijkheid” (Canon 17) over deze Apostolische Constitutie, zoals duidelijk afgekondigd door Paus Johannes Paulus II. De inhoud van het hele document toont duidelijk dat de kwestie van ongeldigheid steeds op het spel stond. Deze Apostolische Constitutie staaft eens en voorgoed, door de Afkondigingsclausule (die alles “gedaan maakt (gelijk welke daad of handeling) door gelijk welke persoon…. op welke manier dan ook in strijd met deze grondwet”] de ongeldigheid van het gehele veronderstelde Conclaaf, bewijzend dat het “volledig nietig en van generlei waarde” is.

Dus, wat gebeurt er indien een groep Kardinalen, die ongetwijfeld onbewust en ongewild deelnamen aan, of handelingen bevorderden van ongehoorzaamheid tegen Universi Dominci Gregis, zouden samenkomen en verklaren dat, krachtens Universi Dominici Gregis, Monseigneur Bergoglio zeer zeker geen geldige Roomse Paus is. Zoals iedere handeling op dit gebied, inclusief de initiële bevinding van ongeldigheid, zou dit overgelaten worden aan de geldige leden van het College van Kardinalen. Ze zouden kunnen verklaren dat de Stoel van Petrus vacant is en een nieuw en fatsoenlijk conclaaf bijeenroepen. Ze zouden een ontmoeting kunnen hebben met Zijne Heiligheid Benedictus XVI, en onderscheiden of zijn aftreden en “op pensioen gaan” gedaan was onder dwang, of gebaseerd was op een vergissing of op bedrog, of anders gezegd niet gedaan op een legale afdoende wijze, die dat ontslag ongeldig zou kunnen maken.

Gezien de houding van Zijne Heiligheid Benedictus XVI, en de inhoud van zijn schaarse publieke verklaringen sinds zijn vertrek van de Stoel van Petrus, lijkt deze erkenning van de geldigheid in Benedictus XVI onwaarschijnlijk. In feite moeten ze, zelfs voordat een rechtmatige groep van goede en authentieke kardinalen beslissingen kunnen nemen omtrent de geldigheid van het zogezegde conclaaf van maart 2013, eerst een mogelijks zelfs nog gecompliceerdere taak onder ogen zien: onderscheiden en beslissen welke mannen zeer waarschijnlijk geen geldige kardinalen zijn. Indien een man kardinaal werd gecreëerd door de zogezegde paus, die in feite geen paus is (maar gewoon monseigneur Bergoglio), dan is niemand van hen in werkelijkheid een waar lid van het College van Kardinalen. Daarbij zouden die mannen die als kardinaal aangeduid werden door Paus Johannes Paulus II of Paus Benedictus XVI, maar die openlijk Universi Dominici Gregis met de voeten traden door illegale daden of handelingen die de ongeldigverklaring van het laatste gepoogde conclaaf bewerkstelligden, eveneens niet langer stemrecht hebben in het College van Kardinalen.

Hoe dan ook staat het probleem boven het niveau van ieder ander in de Heilige Moeder de Kerk, die onder de rang van Kardinaal staat. Dus we moeten bidden dat de Goddelijke Wil van de Allerheiligste Drie-eenheid, doorheen de bemiddeling van Onze Lieve Vrouw als Middelares van Alle Genaden en de H. Michaël, Prins van Barmhartigheid, zeer spoedig de verwarring in de Heilige Moeder de Kerk rechtzet door daden van die geldige Kardinalen die nog steeds een authentiek College van Kiezers vormen.

 

Bron: Blog van Mgr. René Gracida – Abyssum.org

Advertenties

Categorieën:Crisis

3 antwoorden »

  1. Men zal schrik hebben voor hun postjes en angst om hu plaats de verliezen! Goed artikel

  2. Universi Dominici Gregis kwam uit in 1996, het eerste jaar dat een aantal kardinalen van het ultra-liberale kamp telkens vlak na nieuwjaar heimelijk bijeenkwamen in het Zwitserse Sankt Gallen. Het een en ander staat in de geruchtmakende biografie van Kardinaal Danneels uit 2015, met name in het hoofdstuk “Op weg naar een conclaaf” (p. 470-74). Daarin staat dat sinds 2002 een van de vaste onderwerpen de opvolging van Johannes Paulus II was. (De kennelijke opvolger Kardinaal Martini was door een slopende ziekte in 2002 afgevallen.) Een consensus werd gezocht onder kardinalen die stuk voor stuk wars waren van de traditie en een manier zochten om de Kerk werelds te maken in een nauwe verbondenheid met het heidendom. In artikelen 79 en 81 van Universi Dominici Gregis staat: «« In bevestiging van wat mijn voorlopers voor mij hebben gestipuleerd, verbied ook ik eenieder, zelfs als hij kardinaal is, tijdens dat de paus leeft en zonder hem daarover te hebben geconsulteerd, om plannen te maken betreffende de verkiezing van zijn opvolger, of bepaald stemgedrag te bevorderen of dienaangaande in private bijeenkomsten (aan de openbaarheid onttrokken) tot besluiten komen. (…) De kardinaal-kiesmannen zich zullen onthouden van ieder soort pact of overeenkomst, belofte of welk soort verbintenis dan ook die een verplichting inhoudt om hun stem voor een persoon of personen te geven of dat juist te weerhouden. Indien dit daadwerkelijk plaatsvindt, zelfs onder ede, dan besluit ik dat zulk een verbintenis van nul en generlei waarde is en dat niemand gehouden is dat op te volgen. Hierbij leg ik voor degenen die dit verbod overtreden de straf op van ‘excommunicatie latae sententiae’ (automatische excommunicatie zodat zo iemand nooit paus mag worden). Het is echter niet mijn bedoeling om de uitwisseling van gedachten te verbieden over de verkiezing in de periode dat de Stoel vrij is. »» Hieruit blijkt dat het zeer wel mogelijk is dat buitenstaanders, dat wil zeggen mensen die de verkiezingen in de Sixtijnse Kapel niet hebben bijgewoond, zeer wel in staat zijn om zich een oordeel te vormen over de eventuele ongeldigheid van de verkiezing tot paus van Kardinaal Bergoglio. Welnu, voor mij mag het woordje ‘eventueel’ worden weggelaten. Maar ik nodig eenieder uit om voor zichzelf tot een gebalanceerd oordeel te komen.

  3. Speculeren, vals beschuldigen en erger, dient de Kerk van Christus niet, z een soort kwajongensstreken in het beste geval, maar het keert naar jezelf terug. Stop hiermee! Onze Paus vraagt dagelijks de Rozenkrans te bidden, zich te wenden tot Maria: sub tuum praesidium en het gebed tot de H. Michael te bidden want niemand anders dan de duivel zaait verdeeldheid in de Kerk.