Profetie van de Zalige A.K. Emmerick over de geloofsafval

E0702 MAX 7739

Uit de visioenen van de Zalige Anna Katharina Emmerick:

Grote lering in de tempel.
1728. 26 maart 1821

[…]

Jezus sprak ook met Petrus over de boetvaardigheid (berouw met belijdenis) en over de vergiffenis. Voor allen beschreef Hij het einde van de wereld en noemde de tekenen op die het zouden voorafgaan. Een ziener (Johannes) zou een gezicht daarover krijgen, en de Heer verhaalde enige taferelen of gebeurtenissen, die er aan moesten voorafgaan. Ik zag ook dat Hij de openbaring van Joannes bedoelde (de inhoud van de Apocalyps) want toen Jezus van de helderziende man (de ziener van Patmos) sprak, werd mij het tafereel getoond, hoe Joannes de Engel op de zee ziet staan (Apoc. 10).

Jezus zelf beschreef verscheidene soortgelijke taferelen. Hij sprak van de getekenden op het voorhoofd (Apoc. 7) en zei dat gans de bron van het levende water, dat op de Calvarieberg moest ontspringen, volkomen vergiftigd zou worden (dat is: Rome zou volledig het geloof verliezen) maar dat al het goede water zich in een vijver in het dal Josafat zou verzamelen (Jezus zal zijn overgebleven rest-kerk afzonderen). Ook maakte Hij nog gewag van mannen op paarden en van meer zulke taferelen (Apoc. 6).