Editoriaal: Dit ‘barmhartigheidisme’ dat zo in de mode is, is niets anders dan moralisme

mercylogo

Editoriaal uit de Radicati nella fede, juli 2016 – Nieuwsbrief van de Katholieke gemeenschap van Vocogno, bisdom Novara, Italië.

Dit ‘barmhartigheidisme’ dat tegenwoordig zoveel in de mode is, is niets anders dan moralisme (oordelen over een situatie a.d.h.v. normen en waarden, nvdr).

We kunnen allemaal zien dat het zeer in de mode is om de Katholieke Kerk voor te stellen als altijd vergevend, verwelkomend, en niet oordelend. Diegenen die in deze nieuwe koers van de gemoderniseerde Kerk willen blijven, moeten zo zijn. Er zijn veel priesters in de Kerk die zelfs niet één veroordeling over de zonde willen maken – tenzij deze veroordeling de dictaten van een dominante seculiere cultuur volgt. Ze herprogrammeren zichzelf als de stille barmhartige types en zo lijken ze de meest verschrikkelijke zonden te zegenen die burgerlijke vrijheden geworden zijn onder dit ‘barmhartigheidisme’.

Dit ‘barmhartigheidisme’ is niets meer dan het sombere moralisme: die ‘Katholieke afwijking’ die de Kerk enkel bezorgd maakt over moraliteit , en bijna volledig de waarheden van het geloof negeert. Een zekere moraliteit is belangrijk. Maar als moraliteit niet begint van dogma, van God zelf, eindigt het in het verworden tot sombere ‘instructies voor gebruik’.

In een oogopslag: zo’n Kerk, in plaats van dat ze een teken is van God, gaat heel ver in zeer vermoeiende verkondigingen met betrekking tot de samenleving en haar regels, daarbij trachtend de hedendaagse mens tevreden te stellen; trachtend diegenen tevreden te stellen die, terwijl ze niet geïnteresseerd zijn in de dingen van God, in de nabije toekomst een bruikbare kerk nodig hebben om mensen en hun zaakjes in onder te brengen. Een kerk zoals deze lijkt de kerkmensen te passen, die zichzelf gans in debatten gooien over ‘waarden’, en daarbij hopen dat ze de positie terugkrijgen die ze in de moderne, agnostische, atheïstische samenleving verloren zijn. Teveel pastoors, hebben op deze manier zichzelf getransformeerd in vertegenwoordigers van de moderne moraliteit, waarbij ze met de gevolgen van het “barmhartigheidisme” opzettelijk proberen om graag gezien te zijn in hun herontdekte sociale positie waar ze zich nuttig achten.

Welk bedrog is het om te denken dat moraal interessanter is dan God! Welk bedrog is het te denken dat menselijke moraliteit enige aantrekking heeft als het niet in verband wordt gebracht met God! Het is een situatie die zeer jammerlijk is, en verstikkend klimaat heeft gecreëerd: een kerk die blijkbaar praktischer is als het ondergedompeld is in hedendaagse gebeurtenissen, die onmiddellijk aangetoond hebben herhalend en nutteloos te zijn, omdat ze de mens eenzaam hebben gemaakt zonder God.

Dit ‘barmhartigheidisme’, binnen in het moralisme, is één van de meer duistere vruchten van het naturalisme: door niet langer te verwijzen naar God, Openbaring, het bovennatuurlijk leven en de heiligmakende genade, is de Kerk aan het wankelen gegaan door wat een “instructies voor gebruik”- type moraliteit lijkt te zijn.

Zodus, wat moet de Kerk dan doen? Ze moet een Teken van God zijn.

Ze moet een teken van God zijn voor de mensen, Ze moet een teken zijn van het mirakel van de genade die van Christus komt, de Enige die het hart en de wil sterker kan maken in hun gehoorzaamheid aan al Gods geboden. De grote pedagogie van de Katholieke Traditie en van de Heiligen doorheen 2000 jaar christendom, heeft altijd geleerd dat God op de eerste plaats staat, en zocht dan naar een moraliteit overeenkomstig Zijn heiligheid.

Omgekeerd kan de gemoderniseerde Kerk die volledig gefocust is op de mens dit niet meer doen. Het is een kerk die z’n goddelijk middelpunt heeft verloren en z’n vreselijke leegheid moet opvullen door te gaan ‘lullen’ over moraliteit. Deze moraliteit zonder God, deze moderne kerk, zal zich steeds meer verlagen, omdat deze moraliteit uitvoerbaar is door louter menselijke inspanning.

‘Barmhartigheidisme’ heeft precies dit doel: om het nieuwe, genaturaliseerde christendom een moraliteit mee te geven die makkelijk bereikt wordt; het is louter menselijk.

De heiligen aan de andere kant, door te leven in Gods genaden, waren een teken van Zijn heiligheid; ze vroegen voor zichzelf en voor iedereen heiligheid door Gods eigen heiligheid: dit is christelijke moraliteit! Verder waren ze een teken van het mirakel van de genade, de kracht van God zelf, die, wanneer ze onze zielen binnendringt, het even groot mirakel van onze bekering bewerkstelligt.

Dit is waarom we niet geïnteresseerd zijn in dit ‘barmhartigheidisme’, net zoals we niet geïnteresseerd zijn in ‘stijfheid’ omdat beiden vals en bedrieglijk zijn: beiden verlaten God en ’s mens enige nood is God.

Waakzaamheid tegen moralisme in al z’n vormen is essentieel als we welvaart willen in ons leven en Katholiek willen blijven. Dit is waarom we meer en meer bezorgd zijn over het behoud van de Traditionele Katholieke Mis en waarom we niet begonnen zijn met debatten over moraliteit. We deden dit omdat de Oude Mis altijd een teken is van God en van het bovennatuurlijk leven, die afwezig is in de samengeflanste liturgische hervormingen van de recente decennia. De Katholieke Mis van alle Tijden is het eerste en het grootste tegengif tegen de naturalistische ketterij die als uitkomst de moralistische ketterij heeft.

mass

We zouden graag tegen iedereen iets zeggen: zij het nu de fanatiekelingen van de verwelkomende kerk, die de zwaarte van de zonde stilzwijgen; zij het nu de neo-stijve conservatieven, die terecht beangstigd door de immorele afwijking binnen en buiten de Kerk, meedoen in een strijd die enkel lijkt te stoppen aan regels: beste vrienden, laten we ons zorgen maken dat onze ogen op God gericht blijven, laten we ons zorgen maken over de integriteit van de Ritus van de Mis, en dan zal de morele leer gerecupereerd worden.

We kunnen toch niet in de illusie blijven dat een omkering nooit zal gebeuren, tenzij de strijd voor de moraliteit teruggeleid wordt tot God. Als het daar niet begint, dan is het gedoemd om weg te zinken in de moerassen van de moraliteit die de mens doodt door hem in zichzelf te vangen.

Bron: Rorate Caeli