Kardinaal Sarah wil ‘ad orientem’ terug invoeren

Sarah-Sacra_Liturgia

Op woensdag 6 juli sprak Kardinaal Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Sacramentendisclipine, op de Sacra Liturgia conferentie in London over de wenselijkheid van de bidrichting van de eucharistische voorganger. Hij zegt dat het “goed is voor de Kerk en goed voor onze mensen als de priester tijdens de mis voortaan dezelfde kant als de gelovigen opkijkt.”

Vroeger, als de kerk was ‘georiënteerd’ (gericht naar het oosten) droeg de priester de mis op met de rug naar het volk. Sinds de liturgiehervorming van het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965) werd het volksaltaar geïntroduceerd waardoor de voorganger zich omkeerde, met het gezicht naar het volk.

De mis werd oorspronkelijk ad orientem opgedragen omwille van de gedachte dat Christus is als de opkomende zon. Hij is het goddelijke licht waarop de gelovigen zich richten. Sarah zegt dat het “heel belangrijk is dat we zo snel mogelijk terugkeren naar een gemeenschappelijke oriëntering van de priesters en gelovigen, samen gericht op dezelfde richting – oostwaarts of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt. Ik vraag u om dit gebruik, waar het maar mogelijk is, in te voeren.”

Hij vertelde verder dat de invoering van het ad orientem op voorzichtige wijze dient te gebeuren en altijd onder begeleiding van catechetische uitleg. “Uw eigen pastorale oordeel zal zeggen hoe en wanneer dit mogelijk is. Misschien kunt u al beginnen op de Eerste Zondag van de Advent op 27 november van dit jaar, als we in afwachting zijn van ‘de Heer die zal komen’.” De toespraak van Sarah werd beantwoord met luid applaus.

Bron: Kro-ncrv.nl