Katholieke traditie

De H. Irenaeus over het Koninkrijk Gods

paradise-555862

Uit de geschriften van Sint Irenæus over het Koninkrijk Gods

Ontleend aan Adversus hæreses (Boek V). Irenæus spreekt in deze uittreksels over het Vrederijk wat simpelweg het Koninkrijk heet. Er is een koninkrijk in onze harten maar ook een reëel koninkrijk volgens de woorden van de Heer: ‘Zie, Ik maak alles nieuw.’ In de Joodse zegswijze wordt dit gewoonlijk aangeduid als de komende wereld als alle glorieuze beloften aan Abraham tot hun vervulling zullen zijn gekomen, als ook de twaalf apostels op de twaalf tronen van Israël zullen zitten. Irenæus, de bisshop van Lyon, is in Smyrna geboren. Hij had naar de preken van St. Polycarpus geluisterd, de bisschop van Smyrna. Polycarpus wordt traditioneel als een leerling van Johannes de Evangelist beschouwd.

Hfst 32:1 : “In zoverre bepaalde opinies van zekere (orthodoxe personen) aan ketterse verhandelingen zijn ontleend, kan worden gesteld dat zij onbekend zijn met Gods indeling in tijdperken (dispensaties) en met het geheimnis van de opstanding der rechtvaardigen en van het (aards) Koninkrijk, wat het begin is van de onbederfelijkheid. Onder dit rijk zullen zij die waardig zijn geleidelijk in de deelneming aan de goddelijke natuur worden ingevoerd. Men moet ze vertellen dat ze deze zaken in acht nemen, dat het de rechtvaardigen toekomt om als eersten de belofte van het erfdeel te ontvangen dat God aan de vaderen had beloofd, en om daar na de opstanding in te heersen en God in die hernieuwde schepping te aanschouwen – en dat het (laatste) oordeel pas daarna komt (als dat rijk ten einde is).”

Hfst. 32:2 : “Derhalve blijft de belofte die God aan Abraham gaf staan. Want Hij zei aldus: ‘Laat uw blik rondgaan en kijk vanaf de plaats waar u staat naar het noorden en zuiden, het oosten en westen. Al het land dat u ziet schenk Ik u en uw nageslacht, voor altijd.’ En wederom zegt Hij: ‘Ga het hele land door in de lengte en in de breedte, want Ik schenk het u; en toch gaf Hij hem er nog geen voetbreed van in eigendom, maar hij verbleef daar altijd als vreemdeling en pelgrim.’ Hij wachtte dus rustig (de vervulling van) Gods belofte af, en was blijkbaar niet bereid van mensen te ontvangen hetgeen God beloofd had hem te geven, toen Hij opnieuw tot hem sprak: ‘Ik zal dit land aan uw zaad geven, vanaf de rivier in Egypte tot helemaal aan de grote Eufrates rivier.’ Als God hem dan het erfdeel van het land beloofde terwijl hij het niet ontving tijdens de hele tijd van zijn verblijf aldaar, moet het zijn dat hij samen met zijn zaad, dat is met allen die God vrezen en in Hem geloven, de opstanding van de rechtvaardigen zal ontvangen. Want zijn zaad is de Kerk, die de aanneming door God verkrijgt door de Heer, zoals Johannes de Doper zei: ‘Want God is in staat om uit deze stenen kinderen van Abraham op verwekken.’ Aldus zegt de apostel ook in het Epistel aan de Galaten: ‘Maar jullie, broeders, zijn net als Izak kinderen van de belofte.’ En opnieuw in hetzelfde epistel verklaart hij duidelijk dat zij die in Christus geloven inderdaad Christus ontvangen volgens de belofte aan Abraham die als volgt gaat: ‘De beloften werden aan Abraham gegeven en aan zijn zaad (nageslacht). Nu zegt Hij niet: en aan zijn zaden alsof aan velen, maar aan één: …en aan uw zaad, welke Christus is.’ En opnieuw, waarbij zijn vorige woorden bevestigd worden, zegt hij (St. Paulus): ‘Neem nu Abraham: Hij heeft God geloofd en het werd hem als gerechtigheid toegerekend. U ziet dus dat de mensen die geloven kinderen van Abraham zijn. En aangezien de Schrift voorzag dat God de heidenvolken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend. Zo worden de gelovigen samen met de gelovige Abraham gezegend, en dat nu zijn de kinderen van Abraham.’ Nu heeft God de belofte van de aarde aan Abraham en zijn nageslacht gegeven. Evenwel ontvingen noch Abraham, noch zijn nageslacht, dat wil zeggen degenen die door het geloof gerechtvaardigd zijn heden enige erfenis daarin, maar ze zullen het ontvangen bij de wederopstanding van de rechtvaardigen. Want God is waar en getrouw. En op grond hiervan zei Hij: ‘Zalig zijn de zachtmoedigen want zij zullen het aardrijk beërven.’”

Hfst 33:2 : “En opnieuw zegt Hij: ‘Ieder die zijn huizen, broers, zusters, vader, moeder, kinderen of landerijen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en in het komende (rijk) zal hij deel hebben aan het eeuwig leven.’ Wat zijn de honderdvoudige (beloningen) in deze wereld, de verpozingen die aan de armen worden gegeven en de maaltijden die een beloning zijn? Deze zijn voor de tijden van het Koninkrijk, dat is, tijdens de zevende dag die geheiligd is, (de dag dus) waarin God van alle werken rustte die Hij gemaakt had, wat de ware sabbat van de rechtvaardigen is. Dan zijn ze niet betrokken bij aardse bezigheden, maar ze zullen een tafel door God bereid zien met allerlei schotels.”

Hfst 33:3 : “De voorspelde zegening behoort daarom ontwijfelbaar bij de tijden van het Koninkrijk wanneer de rechtvaardigen na van de dood te zijn herrezen zullen heersen, als ook de schepping, nadat die is hersteld en vrijgemaakt, een overvloed van allerlei voedsel zal voortbrengen – en dat dankzij de dauw van de hemel en vruchtbaarheid van de aarde.”

Hfst 34:1 : “Jesaja heeft dan ook duidelijk aangekondigd dat dit soort vreugde zal heersen bij de opstanding der rechtvaardigen als hij zegt: ‘De doden zullen herleven. Ook zij die in de graven zijn zullen opstaan en allen die in het stof slapen zullen zich verheugen. Want uw dauw strekt hen tot genezing.’ En opnieuw bij Ezechiël die ook zegt: ‘Zie, Ik ga uw graven openen. Ik wek u uit de dood op. En als Ik van mijn volk de graven open en mijn adem in u leg, zult u weten dat Ik de Heer ben.’ En dezelfde (schrijver) spreekt als volgt: ‘Zo spreekt de Heer God: Als Ik het volk van Israël heb teruggebracht uit de landen waarover ze verspreid zijn, zal Ik, door hen aan de volken te tonen laten zien dat Ik de Heilige ben, dan zullen ze wonen op hun eigen grond die Ik aan mijn dienaar Jakob gegeven heb. Daarop zullen ze veilig wonen, huizen bouwen en wijngaarden planten. Als Ik mijn strafgericht heb voltrokken aan de buurvolken die hen veracht hebben zullen ze in veiligheid leven en erkennen dat Ik de Heer hun God ben en de God van hun vaderen.’ Nu heb ik zojuist aangetoond dat de Kerk het zaad van Abraham is. En aldus is het dat we kunnen weten dat Hij die in het Nieuwe Testament uit de stenen kinderen van Abraham opwekt, ook Hem is die volgens het Oude Testament degenen zal verzamelen die vanuit alle naties zullen worden gered.”

Hfst 35:1 : “‘Want, zie [zegt Jesaja], de dag van de Heer komt ongenadig, een en al grimmigheid en hevige toorn, om dit land te veranderen in een woestenij, en Hij zal er de zondaars verdelgen.’ En hij zegt elders: ‘Laat ze worden weggehaald opdat ze de heerlijkheid van de Heer niet zullen zien.’ En als deze zaken gedaan zijn, zegt hij: ‘De Heer zal de mensen ver wegvoeren (…) en wat rest zal zich over de aarde vermenigvuldigen.’ ‘Zelf zullen zij wonen in de huizen die zij hebben gebouwd en eten van de vruchten van de wijngaard die zij zelf hebben geplant.’ Al deze woorden en nog veel meer werden uitgesproken met betrekking tot de opstanding van de rechtvaardigen, wat na de komst van de Antichrist zal plaatsvinden en de vernietiging van alle naties onder zijn bewind, en dan (als deze opstanding heeft plaatsgevonden) zullen de rechtvaardigen over de aarde heersen.”

Boek der Waarheid: Boodschap 124 van 25 juni 2011 aan Maria van de Goddelijke Barmhartigheid. De eerste boodschap van God de Vader:

“De tijd is nu gekomen om Mijn Glorierijk Koninkrijk terug te eisen.”

Mijn kinderen, laat het Mij uitleggen. De tijd is gekomen voor Mij om het Paradijs, liefdevol door Mij geschapen, terug op te eisen zodat we opnieuw een familie vormen. Een hecht gezin gebonden door krachtige banden der Liefde, die het samen zullen houden. Dit Nieuw Paradijs op Aarde is nu gepland voor al mijn kinderen. Het zal 1.000 jaar op aarde duren en niemand mag worden uitgesloten want dat zou mijn Hart breken. Mijn geliefde Zoon Jezus Christus en de Heilige Geest trachten intensief jullie terug te brengen in mijn beminde kudde zodat het Paradijs, geschapen zoals in het begin, nog eenmaal als het grootste geschenk voor al mijn kinderen kan ontstaan tot grote vreugde van mijn kinderen opdat zij het zullen genieten. Dit Paradijs wordt een plaats van liefde, schoonheid, heerlijkheid en zal een thuis zijn voor allen die rein van hart en ziel zijn. Het is voor elke afzonderlijke ziel op aarde en het doel is dat elke ziel apart is voorbehouden op aarde, ook zij die dat niet begrijpen en zich dat niet realiseren.

Mijn Zoon spreekt tot de wereld en bereidt zich voor om zijn grote genade te tonen tijdens ‘De Waarschuwing’ (de innerlijke verlichting van het geweten) om alle zondaren een kans te geven om het Nieuwe Paradijs te genieten op Aarde. Jullie moeten luisteren naar mijn stem. Ik roep jullie allen op om daaraan aandacht te besteden. Kom terug tot Mij. Aanvaard dat Ik besta, dat Ik de bron ben van alle leven, de hele schepping, alle glorie. Als jullie dat doen, worden jullie verwelkomd in mijn Paradijs op Aarde, dat jullie alles biedt wat jullie ooit zouden kunnen dromen. Luister naar mijn Zoon en de boodschap die Hij geeft aan de wereld om jullie allemaal te bekeren. Voor degenen die niet willen luisteren, zelfs dan, of die op het pad van de afschuwelijke zonde blijven, zal geen genade worden getoond. (…)

Ik ben jullie God, jullie Schepper. Mijn Liefde sterft nooit. Zij staat in vlam en is vol van diepe tederheid voor jullie om jullie terug te brengen naar Mij, naar de erfenis die Ik zo liefdevol heb geschapen. Vanwege de zonde van veel van mijn kinderen zullen velen hun recht verliezen op dit erfgoed en een stap terug zetten om degenen die Mij werkelijk liefhebben toe te laten zonder hinderpaal door de poort binnen te gaan. Alstublieft, kinderen, wijs mijn verzoek niet af voor de mensheid. Aanvaard de Barmhartigheid nu aangeboden door mijn geliefde Zoon. Aanvaard ze met open armen.

God de Vader,
Schepper en Maker van alle dingen

Hfst 35:2 : “Nu heeft de apostel dit gezegd: ‘Want de wereld die wij zien gaat voorbij.’ Met hetzelfde voor ogen verklaarde de Heer: ‘Hemel en aarde zullen voorbijgaan.’ Daarom als deze dingen op de aarde voorbijgaan zal volgens Johannes, de leerling van de Heer, ‘het nieuwe Jeruzalem neerdalen (…) als bij een bruid die zich voor haar man heeft getooid’ en (zegt hij:) ‘dit is de tent van God bij de mensen waarin Hij bij hen zal komen wonen.’ Dit Jeruzalem is van wat vroeger was een beeld – dat Jeruzalem van de vroegere aarde waarin de rechtvaardigen vooraf getuchtigd worden ten bate van de onbederfelijkheid en (aldus) op (hun) redding worden voorbereid. Van dit tabernakel (of deze tempel) ontving Mozes het ontwerp op de berg (Horeb). Niets kan verzinnebeeld worden (tenzij de tekst anders aangeeft), maar alle dingen staan vast en zijn waar, bevinden zich op stevige grond, omdat ze door God ten profijte van de rechtgeaarde mensen zijn gegeven. Want aangezien het God is die een mens werkelijk opheft, alzo rijst de mens werkelijk uit den dode op en dat is niet zinnebeeldig, wat ik reeds herhaaldelijk heb aangetoond. En omdat hij waarlijk opstaat, zal hij waarlijk worden voorbereid voor de onverderfelijkheid en zal in de tijden van het Koninkrijk voorwaarts gaan en bloeien en ontvankelijk zijn voor de glorie van de Vader. Dan als alles nieuw is gemaakt, zal hij werkelijk in de stad van God wonen. Want er staat: ‘Hij die op de troon zetelt zei: Zie, Ik maak alles nieuw. Ik hoorde zeggen: Schrijf deze woorden op, ze zijn betrouwbaar en waar. Toen zei Hij tegen mij: Ze zijn vervuld!’ En zo is het en niet anders.”

Hfst 36:3 : “Johannes voorzag daarom heel duidelijk de eerste opstanding van de rechtvaardigen en (hun) erfdeel in het rijk der aarde. Wat de profeten hierover hebben geprofeteerd, komt (met diens opvatting) overeen.”

Hfst 38 : “Want volgens hetzelfde aantal dagen waarin deze wereld werd gemaakt zal het in een gelijk aantal duizend jaren voltooid worden. En het is hierom dat de Schrift zegt: ‘Zo werden de hemel en de aarde voltooid, en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij had verricht tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al zijn werk.’ Dit is een verslag van de dingen die destijds werden geschapen, maar het is ook een profetie van hetgeen komen moet. Want de dag van de Heer is als duizend jaar. En aangezien de geschapen dingen (de materiële objecten) in zes dagen werden voltooid, is duidelijk dat ze aan het eind van zesduizend jaar tot een (geestelijke) conclusie zullen komen (6.000 jaar nadat Adam geschapen werd).”

Bron: toegestuurd door HL.

Lees ook ons ander artikel over het Paradijs

Advertenties

Categorieën:Katholieke traditie

Getagd als:

1 antwoord »

  1. Een oude opinie situeert het Paradijs waar nu de verzonken steden liggen van Sodom en Gomorrha. De Joodse commentator Flavius Josephus geeft daar een beschrijving van in zijn Joodse Oorlog (Boek 1:3, hfst 9 §8) t.a.v. de streek die nu ten oosten van de Dode Zee ligt: “De natuur ervan is wonderlijk en prachtig! De bodem is buitengewoon vruchtbaar waardoor de bewoners er allerlei soorten vruchtbomen kunnen planten. De lucht is er ook erg goed zodat er zelfs walnoten groeien en die gedijen goed. Ook zijn er palmbomen die heel goed groeien. Er zijn tevens vijgenbomen en olijfbomen. Men kan deze plaats een geschenk van de natuur noemen omdat planten die elkaar op een andere plek niet verdagen hier toch goed gedijen. Er groeien niet alleen veel fruitsoorten, maar die blijven nadat ze geplukt zijn ook heel lang goed. Het voorziet de bewoners van de bekendste fruitsoorten, druiven en vijgen, tien maanden van het jaar, en andere vruchten komen ook het gehele jaar tot rijpheid. Want behalve dat de lucht uitstekend is, komt er ook heel goed water uit fonteinen.” Het zij vermeld dat Gennesaret (ietsje noorderlijker) een verbastering is van het Hebreeuwse Gansar met de betekenis van “tuin van de vorst”, van Adam dus, de vorst der mensheid.