Het Geheim van La Salette: “Rome zal het geloof verliezen…”

Er zijn een aantal versies van de geheime boodschap, drie van Maximin en vijf van Mélanie, die in essentie hetzelfde zeggen. Het uiteindelijk Geheim is dat van Mélanie dat in 1879 werd gepubliceerd. Begin 1851 heeft Mélanie in een verzegelde enveloppe het Geheim aan de paus gestuurd. In 1858 had dat aan de wereld bekend moeten zijn gemaakt.

Opvallend is dat 1858 juist het jaar is van de Mariale verschijningen te Lourdes. Omdat niets gebeurde, heeft Mélanie actie ondernomen, maar dat gebeurde wel nadat Napoleon III in januari 1873 was overleden. Dat kan nauwelijks toeval zijn geweest. Als hoofd van Frankrijk had hij immers alles in het werk gesteld om de boodschap te dwarsbomen. In dat jaar werd het Geheim in een uitgebreidere versie in het blad Le Liberateur gepubliceerd (was al rond 1860 op schrift gesteld) met de zegening van Pius IX († feb. 1878) en het imprimatur van kardinaal Sisto Sforza († 1877), de aartsbisschop van Napels. Deze publicatie heeft geen enkele tegenactie ondervonden, dankzij de sterke persoonlijkheden van deze twee. In november 1878 heeft Mélanie de definitieve versie opgesteld, gelijkend op die van Le Liberateur, en heeft dat in 1879 zelf gepubliceerd met het imprimatur van Salvatore Zola, de bisschop van Lecce [bij Napels], die Mélanie altijd al had gesteund.

Een complete herdruk [ne varietur] verscheen in 1904 in Lyon , (de stad van Pater Crozier), kort voordat Mélanie stierf. De titel luid de, als voorheen: “L’Apparition de la Très Sainte Vierge sur la montagne de La Salette” (De Verschijning van de Allerheiligste Maagd op de berg van La Salette). Deze twee publicaties hebben als basis gediend voor de openbaarmaking in andere talen, alsook hier. Maar de problemen onstonden nu pas echt! Vanaf het begin hebben Mélanie en Maximin veel tegenwerking ondervonden vanuit het episcopaat. Het is binnen die context dat de bisschop van Troyes in 1880 bij de Inquisitie [het Heilig Officie ge worden in 1908 en de Congregatie voor de Geloofsleer in 1965] het boek je van Mélanie aanklaagde, dat niettemin het imprimatur van de hoogste gezagsdragers had gekregen. D e secretaris van de Inquisitie, kardinaal Prospero Caterini, reageerde met een publieke aankondiging: “De Romeinse Curie is ontstemd over de publicatie van dit boek. Haar uitdrukkelijke wens is dat ieder exemplaar, dat in omloop is gebracht, binnen de grenzen van het mogelijke uit handen van de gelovigen dient te worden gehaald.” Het werd tevens op de index van verboden boeken geplaatst. Al die tijd is de brief uit 1851 in een lade verborgen gebleven, en niemand kende de inhoud. Tenslotte wist niemand meer waar deze zich bevond …totdat die per toeval in 1999 in het Vaticaan werd ontdekt door pater Michel Corteville, dus negen jaar na de toelichting door Zuster Guadaloupe.

Het Geheim uit 1851 bleek een samenvatting te zijn van het Geheim uit 1873 en staat op de volgende twee pagina’s weergegeven. Klaarblijkelijk was het de bedoeling om bij de publicatie van de samenvatting in 1858 [wat niet is gebeurd] een nadere toe lichting te geven. Zij was er trouwens op uit de paus niet te veel te choqueren en het dus in een wat mildere
vorm uit te brengen. Na deze ontdekking in 1999 verschenen commentaren waarin men het Geheim uit 1851 het ‘echte’ noemt en de openbaarmaking in 1879 toeschrijft aan een op hol geslagen fantasie van Mélanie. Uit een grondige bestudering van haar leven blijkt niets daar aanleiding toe te geven [zie de twee wetenschappelijk onderbouwde boeken van pater Corteville]. Indien we deze aantijging aanvaarden, worden kardinaal Sforza samen met Pius IX, en ook nog monseig-neur Zola, die het imprimatur en nihil ob stat hebben verleend, van een grenzeloze naïviteit beticht!! Het Geheim van 1873 is daarom het echte en die van ’51 gewoon een verkorte weergave.

In 1990 verscheen Onze Lieve Vrouw aan een zuster in Mexico om dat Geheim van La Salette verder te verduidelijken. Deze tekst kunt u vinden in onderstaand document (download door erop te klikken).

Een uittreksel:

O, dierbare kinderen, de priesters zijn zover afgegleden dat het een afgrijselijke aanblik is. Hoeveel homoseksuele priesters zijn er niet, hoeveel zijn er niet door politiek gemanoeuvreer verblind, hoeveel zijn er niet met vrouw en kinderen, hoeveel zijn niet bezig met alleen maar hamsteren en geld oppotten? Er is zoveel zonde in hun ziel dat velen hun priesterkleding overboord hebben gegooid. Ze spreken niet over de sacramenten of het kruisoffer, noch spreken zij tegen het volk over het afwijzen van zonde. Ze laten dit na omdat ze de zonde beminnen. Ze spreken niet over de redding der zielen. Ze zijn enkel nog om hun lichaam bekommerd. Ze hebben de wereld, de mens en de zonde vergoddelijkt. En omdat ze zich slaaf van de wereld hebben gemaakt, aarzelen ze niet de Kerk te vernietigen. Ze strekken de handen uit naar hun
vijanden en prijzen hun folteraars. Ze hebben de rug naar mijn goddelijke Zoon Jezus toegekeerd en volgen de duivel. De priesters die hun zondig gedrag niet willen volgen, die trouw willen blijven aan de leer van mijn goddelijke Zoon Jezus Christus , worden
vernederd en uitgelachen, vervolgd en tot geloofsafval aangezet.