Katholieke traditie

Dagen nadat Bergoglio zijn Broederlijkheidsmanifest ondertekende, publiceert Kardinaal Müller een glashelder geloofsmanifest

Wij geven hieronder integraal het geloofsmanifest van Kardinaal Müller weer, dat door velen gezien wordt als een correctie van Bergoglio’s verklaring van vorige week, dat “alle religies door God gewild zijn.” Müller ziet zich, in het licht van de vele ketterijen die uit het Vaticaan voortkomen, gedwongen om op te staan en het ware geloof te belijden en te verkondigen.

Geloofsmanifest

“Laat uw hart niet verontrust worden!” (Joh. 14:1)

Met het oog op groeiende verwarring over de leer van het Geloof, hebben vele bisschoppen, priesters, religieuzen en leken van de Katholieke Kerk gevraagd dat ik een publiek getuigenis zou geven over de waarheid van de openbaring. Het is de taak van de herders om diegenen die aan hen toevertrouwd werden, te leiden op het pad van de verlossing. Dit kan enkel slagen indien ze die weg kennen en hem zelf volgen. De woorden van de Apostel zijn hier van toepassing: “In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen ” (1 Kor. 15:3). Vandaag zijn veel christenen zelfs niet langer op de hoogte van de basisprincipes van het geloof, dus is er een groeiend gevaar van het mislopen van het pad naar het eeuwig leven. Echter, het blijft hét doel van de Kerk om de mensheid naar Jezus Christus te brengen, het licht van de naties (zie L.G. 1). In deze situatie, rijst de vraag van oriëntatie. Volgens Johannes Paulus II, is de Catechismus van de Katholieke Kerk “een veilige standaard voor de doctrine van het geloof” (Fidei Depositum IV). Het werd geschreven met het doel van het versterken van het Geloof van de broeders en zusters wiens geloof enorm in vraag is gesteld geweest door de “dictatuur van relativisme.”

1. De Ene en Drie-ene God geopenbaard in Jezus Christus

De samenvatting van het Geloof van alle Christenen wordt gevonden in de belijdenis van de Meest Heilige Drie-eenheid. We zijn leerlingen van Jezus geworden, kinderen en vrienden van God, door gedoopt te zijn in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De onderscheiding van de drie personen in de goddelijke eenheid (CKK 254) kenmerkt een fundamenteel verschil in het geloof in God en het beeld van de mens van dat van andere religies. Religies zijn het net oneens over dit geloof in Jezus Christus. Hij is ware God en ware Mens, ontvangen door de Heilige Geest en geboren uit de Maagd Maria. Het Vleesgeworden Woord, de Zoon van God, is de enige Verlosser van de wereld (CKK 679) en de enige Bemiddelaar tussen God en de mensen (CKK 846). Daarom verwijst de eerste brief van Johannes naar diegene die zijn Goddelijkheid afwijst als een antichrist (1 Joh. 2:22), omdat Jezus Christus, de Zoon van God, van in eeuwigheid één is met God, Zijn Vader (CKK 663). We moeten met duidelijke vastberadenheid het terugvallen in oude ketterijen weerstaan, die in Jezus Christus enkel een goed persoon zagen, broeder en vriend, profeet en moralist. Hij is eerst en vooral het Woord dat met God was, en God is, de Zoon van de Vader, die onze menselijke natuur aannam om ons te verlossen en Die zal komen om de levenden en de doden te oordelen. Hij alleen aanbidden we in eenheid met de Vader en de Heilige Geest als de Enige en Ware God (CKK 691).

2. De Kerk

Jezus Christus stichtte de Kerk als een zichtbaar teken en een instrument van verlossing, gerealiseerd in de Katholieke Kerk (CKK 816). Hij gaf Zijn Kerk, die voortkwam uit de zijde van Christus die stierf op het Kruis (CKK 766), een sacramentele constitutie die zal blijven totdat het Koninkrijk ten volle tot stand gekomen is (CKK 765). Christus, het Hoofd, en de gelovigen als leden van het lichaam, zijn een mystiek persoon (CKK 795), waardoor de Kerk heilig is, want de ene Middelaar heeft haar zichtbare structuur ontworpen en onderhouden (CKK 771). Doorheen de Kerk komt het verlossende werk van Christus tegenwoordig in ruimte en tijd via de viering van de Heilige Sacramenten, in het bijzonder het Eucharistisch Offer, de Heilige Mis (CKK 1330). De Kerk brengt met de autoriteit van Christus de goddelijke openbaring over, die zich uitstrekt tot alle elementen van de doctrine, “inclusief de moraalleer, zonder dewelke de verlossende waarheden van het geloof niet kunnen bewaard, uitgelegd en in acht genomen worden.” (CKK 2035)

3. De Sacramentele Orde

De Kerk is het universele sacrament van verlossing in Jezus Christus (CKK776). Ze weerspiegelt niet zichzelf, maar het licht van Christus, die op haar gezicht schijnt. Maar dit gebeurt enkel wanneer de waarheid geopenbaard in Jezus Christus het referentiepunt wordt, eerder dan de mening van een meerderheid of de geest van de tijd; want Christus zelf heeft de volheid van de genade en de waarheid aan de Katholieke Kerk toevertrouwd (CKK 819) en Hijzelf is tegenwoordig in de sacramenten van de Kerk.

De Kerk is geen door mensenhanden gemaakte vereniging wiens structuur door de wil van haar leden in het leven werd gebracht middels een stemronde. Het is van goddelijke oorsprong. “Christus zelf is de auteur van de bediening in de Kerk. Hij richtte haar op, gaf haar autoriteit en missie, oriëntatie en doel” (CKK 874). De vermaning van de Apostel is vandaag nog steeds geldig, dat wie een ander evangelie verkondigt, vervloekt is, “zelfs indien wij het zouden geven, of een engel van de hemel” (Gal. 1:8). De voorspraak van het geloof is onlosmakelijk verbonden met de menselijke geloofwaardigheid van z’n boodschappers, die in sommige gevallen de mensen in de steek gelaten hebben die aan hen werden toevertrouwd, en hen in de war sturen en hun geloof ernstig schade toebrengen. Hier beschrijft het Schriftwoord diegenen die niet luisteren naar de waarheid en hun eigen verlangens volgen, die hun oren strelen omdat ze de gezonde leer niet kunnen verdragen (cf. 2 Tim. 4:3-4).

De taak van het Magisterium van de Kerk is om “Gods volk te behoeden voor afwijkingen en afvalligheid” om “hen de objectieve mogelijkheid te garanderen van het belijden van het ware geloof zonder dwaling” (CKK 890). Dit is in het bijzonder waar met betrekking tot alle zeven sacramenten. De Heilige Eucharistie is “bron en hoogtepunt van het christelijk leven” (CKK 1324). Het Eucharistisch Offer, waarin Christus ons insluit in Zijn Offer op het Kruis, is gericht op de meest intieme vereniging met Hem (CKK 1382). Daarom vermaant de Heilige Schrift ons met betrekking tot het ontvangen van de Heilige Communie: Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker van de Heer drinkt, bezondigt zich aan het lichaam en bloed des Heren” (1 Kor. 11:27). “Ieder die zich bewust is van een zware zonde, moet het Sacrament van de Verzoening ontvangen vooraleer te Communie te gaan (CKK 1385). Vanuit de interne logica van het sacrament, is het duidelijk dat burgerlijk hergetrouwden, wiens sacramentele huwelijk voor God [nog altijd] bestaat, alsook die christenen die niet in volle eenheid zijn met het Katholiek Geloof en de Kerk, net als al diegenen die niet behoorlijk geschikt zijn, de Heilige Eucharistie niet vruchtbaar kunnen ontvangen (CKK 1457) omdat het hen niet naar de verlossing brengt. Dit duidelijk maken komt overeen met de spirituele werken van barmhartigheid.

De belijdenis van zonden in de Heilige Biecht, ten minste éénmaal per jaar, is één van de geboden van de Kerk (CKK 2042). Wanneer de gelovigen niet langer hun zonden belijden en niet langer de absolutie voor hun zonden ervaren, wordt verlossing onmogelijk; per slot van rekening werd Jezus Christus Mens om ons van onze zonden te verlossen. De macht van de vergeving die de Verrezen Heer aan de Apostelen en hun opvolgers in het ambt van bisschop en priesters heeft gegeven, is ook van toepassing voor de dood- en dagelijkse zonden die we begaan na het Doopsel. De huidige populaire praktijk van biecht [namelijk de bekende biechtvieringen, waar men z’n zonden niet meer hoeft te belijden, nvdr] maakt duidelijk dat het geweten van de gelovigen niet voldoende gevormd is. Gods barmhartigheid wordt aan ons alle gegeven, zodat we Zijn Geboden zouden vervullen en één zouden worden met Zijn Heilige Wil, en niet de roep tot bekering afwijzen (CKK 1458).

“De priester zet het werk van de verlossing op aarde verder” (CKK 1589). De wijding van de priester “geeft hem een heilige macht” (CKK 1592), die onvervangbaar is, omdat hierdoor Jezus sacramenteel aanwezig komt in zijn Verlossende daad. Daarom kiest de priester vrijwillig voor het celibaat als “een teken van nieuw leven” (CKK 1579). Het gaat over het geven van zichzelf in de dienst van Christus en zijn komend Koninkrijk. Met een kijk op het ontvangen van de wijding in de drie stadia van dit ambt, is de Kerk “gebonden door de keuze die door de Heer zelf werd gemaakt. Dat is waarom het niet mogelijk is om vrouwen te wijden” (CKK 1577). Om te impliceren dat deze onmogelijkheid op één of andere manier een vorm van discriminatie tegen vrouwen is, toont enkel het gebrek aan begrip van dit sacrament, dat niet gaat over aardse macht, maar over de vertegenwoordiging van Christus, de Bruidegom van de Kerk.

4. Morele wet

Geloof en leven zijn onscheidbaar, want het Geloof zonder de werken is dood (CKK 1815). De morele wet is het werk van de goddelijke wijsheid en leidt de mens naar de beloofde zaligheid (CKK 1950). Daaruit volgt dat “kennis van de goddelijke en de natuurlijke wet noodzakelijk is” om het goede te doen en dit doel te bereiken (CKK 1955). Het aanvaarden van deze waarheid is essentieel voor alle mensen van goede wil. Want hij die sterft in doodzonde zonder bekering zal voor altijd van God gescheiden zijn (CKK 1033). Dit leidt tot praktische consequenties in het leven van christenen, die vandaag vaak genegeerd worden (CKK 2270-2283; 2350-2381). De morele wet is geen last, maar een deel van de bevrijdende waarheid (Joh. 8:32), waardoor de christen wandelt op de weg van de verlossing, en welke niet mag gerelativeerd worden.

5. Eeuwig leven

Velen vragen zich af welk doel de Kerk nog heeft in haar bestaan, wanneer zelfs bisschoppen verkiezen om politicus te zijn, in plaats van het Evangelie te verkondigen als leraars van het Geloof. De rol van de Kerk mag niet verslapt worden door onbenulligheden, maar er moet verwezen worden naar haar gepaste plaats. Iedere mens heeft een onsterfelijke ziel, die bij de dood van het lichaam gescheiden wordt, hopend op de verrijzenis van de doden (CKK 366). De dood maakt de keuze vóór of tegen God definitief. Iedereen moet onmiddellijk na de dood het bijzonder oordeel onder ogen zien (CKK 2021). Ofwel is er een zuivering nodig, ofwel gaat de mens rechtstreeks naar de hemelse gelukzaligheid en mag hij God zien van aangezicht tot aangezicht. Er is ook de vreselijke mogelijkheid dat een persoon tot het bittere eind tegen God gekeerd blijft, en door het definitief afwijzen van zijn Liefde, “zichzelf onmiddellijk en voor altijd veroordeelt” (CKK 1022). “God schiep ons, zonder ons, maar Hij wilde ons niet redden zonder ons” (CKK 1847). De eeuwigheid van de straf van de hel is een vreselijke realiteit, die – volgens het getuigenis van de Heilige Schrift – al diegenen aantrekt die “sterven in de staat van doodzonde” (CKK 1035). De christen gaat door de smalle poort, want “de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan” (Matt. 7:13).

Om te blijven zwijgen over deze en andere waarheden van het Geloof, en om de mensen overeenkomstig te onderrichten, is de grootste misleiding waarvoor de Catechismus krachtig waarschuwt. Het vertegenwoordigt de laatste beproeving van de Kerk en leidt de mensen naar een religieuze begoocheling, “de prijs voor hun afvalligheid” (CKK 675); het is het bedrog van de Antichrist. “De komst van de goddeloze zal steunen op de kracht van de satan, en vergezeld gaan van allerlei wonderen, tekenen en goochelkunsten, en van alle mogelijke misdadige verleiding, bestemd voor hen die verloren gaan, omdat zij zich hebben afgesloten voor de liefde tot de waarheid, die hen had kunnen redden” (2 Thess. 2, 9-10)

Oproep

Als werkers in de wijngaard van de Heer, hebben we allen de verantwoordelijkheid om deze fundamentele waarheden in herinnering te brengen, door vast te houden aan wat we zelf hebben ontvangen. We willen moed geven om de weg van Jezus Christus met overtuiging te gaan, om het eeuwig leven te verkrijgen door zijn geboden te onderhouden (CKK 2075).

Laat ons de Heer vragen om ons te laten weten hoe groot de gave van het Katholiek Geloof is, waardoor hij de deur tot het eeuwig leven opent. “Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader” (Marc. 8:38). Daarom zijn we vastberaden om het geloof te versterken door de waarheid, die Jezus Christus zelf is, te belijden.

Ook wij, en in het bijzonder wij bisschoppen en priesters, worden aangesproken wanneer Paulus, de Apostel van Jezus Christus, zijn vermaning geeft aan zijn metgezel en opvolger, Timoteüs: “Ik bezweer u voor het aanschijn van God en van Christus Jezus die levenden en doden zal oordelen, bij zijn verschijning en bij zijn koningschap: verkondig het woord, dring aan te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, in een woord, geef uw onderricht met groot geduld. Want er komt een tijd dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Zij zullen zich een menigte leraars aanschaffen naar eigen smaak, die hun naar de mond praten. 4n zij zullen hun oren sluiten voor de waarheid om te luisteren naar allerlei mythen. Maar gij, blijf nuchter bij dit alles, aanvaard uw lijden, doe het werk van een evangelist, wijd u geheel aan uw dienst” (2 Tim. 4,1-5).

Moge Maria, de Moeder van God, voor ons de genade afsmeken om zonder wankeling trouw te blijven aan de belijdenis van de waarheid over Jezus Christus.

Verenigd in geloof en gebed

Gerhard Kardinaal Müller

Prefect van de Congregatie van de Geloofsleer 2012-2017

 

Bron: LifeSiteNews

Categorieën:Katholieke traditie

8 antwoorden »

  1. Deo gratias!!!
    Laten we bidden voor kardinaal Müller, opdat hij mag standhouden en de ware Leer mag blijven verkondigen.

  2. |
    trouwens ?… over *CONFUSIE* gesproken ? — bij toeval ontdekte ik in de bijbel, wat de_bron zou moeten zijn van de *gender confusie* — immers, wij mogen of moeten ‘r alvast aan wennen, dat straks : DE antichrist, een GENDER zal blijken -( dwz : zowel man plus vrouw )- de nu`nog vage? aanwijzingen in de bijbel, dienen nader bezien op de exacte betekenis van ’t grieks & hebreeuws, bij deze …

  3. Goed artikel dat het geloof in onze Heer Jezus en het doel van de kerk duidelijk laat uit komen niet veel aan toe te voegen!

  4. Hoef het niet eens te lezen om te weten dat het goed is.
    Eh, redactie, taalfoutje: ‘Religies zijn het net oneens over dit geloof in Jezus Christus.’

  5. PRAATJES VULLEN GEEN GAATJES. DOE WAT OLM TALLOZE MALEN HEEFT GEVRAAGD.
    BID DAGELIJKS HAAR MACHTIGE HEILIGE ROZENKRANS EN DRAAG HAAR BRUIN SCAPULIER!!!

    Sinister feit van fr. Ripperger over de toenemende kracht van de duivel in deze tijd. Ripperger is ook excorsist en zei in deze YouTube (https://youtu.be/FfBC7RcQLao – minuut 50) dat voor 1960 een excorsisme van 2-3 dagen genoeg was om de demonen uit te drijven. Tegenwoordig is dat een jaar!!!!! Conclusie is duidelijk, door enorm gebrek aan gebed, inclusief natuurlijk heilige missen, is de duivel veel en veel sterker geworden. Niet dat enige gefossiliseerde katholiek hierdoor nog te motiveren is, als is het maar om zichzelf te beschermen, maar ik waarschuw toch. Dan heb ik niet gezwegen ((Ez 3v17).

  6. Zie de Nederlandse Telegraaf van zaterdag 21 februari 2019.
    Hierin staat een artikel over het Sodom in het Vaticaan.
    Ouders van kinderen die naar catechese gaan hebben, om misbruik en indoctrinatie te voorkomen, het recht om te weten wat de seksuele geaardheid en het celibataire leven van hun parochiepriester en en bisschop is.