Schisma

Nieuwe brief van Viganò: “Misschien is hij verleid om zich trachten voor te doen als een substituut voor onze enige Meester en Heer?”

Aartsbisschop Carlo Maria Viganò. (CNS photo/Paul Haring)

Aartsbisschop Viganò heeft een nieuwe brief vrijgegeven. Deze geven wij hier integraal weer:

Tit. Aartsbisschop Van Ulpiana
Apostolische Nuntius

Scio Cui Credidi (2 Tim. 1:12)

Vooraleer ik begin met schrijven, zou ik eerst en vooral willen dank betuigen en glorie geven aan God de Vader voor elke omstandigheid en beproeving die Hij voor mij heeft voorbereid en zal voorbereiden tijdens mijn leven. Als priester en bisschop van de heilige Kerk, bruid van Christus, ben ik geroepen, net zoals ieder gedoopte persoon, om getuigenis af te leggen van de Waarheid. Door de gave van de Geest die mij met vreugde staande houdt op het pad dat ik geroepen ben te bewandelen, ben ik bereid dit te doen tot het einde van mijn dagen. Onze enige Heer heeft ook mij de uitnodiging toegesproken: “Volg mij!” en ik wil hem volgen met de hulp van zijn genade tot het einde van mijn dagen.

Voor de Heer zij mijn lied, heel mijn leven
Een psalm, tot het laatst, voor mijn God
Hem behage dit lied van mijn lippen
heel mijn vreugde vind ik in de Heer
(Psalm 103: 33-34)

*******

Het is een maand geleden sinds ik mijn getuigenis vrijgaf, enkel en alleen voor het goed van de Kerk, betreffende wat gebeurde tijdens de audiëntie met Paus Franciscus op 23 juni 2013 en betreffende bepaalde kwesties waarvan ik op de hoogte was gekomen via de taken die aan mij werden toevertrouwd aan het Staatssecretariaat en in Washington, met betrekking tot diegenen die verantwoordelijkheid dragen voor het toedekken van misdaden gepleegd door de vroegere aartsbisschop van die hoofdstad.

Mijn beslissing om deze erge feiten te openbaren was voor mij de meest pijnlijke en zware beslissing die ik ooit in mijn leven heb gemaakt. Ik maakte het na lange overweging en gebed, tijdens maanden van diepgaand lijden en zielensmart, tijdens een toenemende stroom van nieuws en erge gebeurtenissen, met duizenden onschuldige slachtoffers die verwoest werden en de roepingen en levens van jonge priesters en religieuzen die dooreengeschud werden. De stilte van de herders die een remedie zouden hebben kunnen voorzien, en nieuwe slachtoffers zouden kunnen hebben voorkomen, werd in toenemende mate onverdedigbaar, een verschrikkelijke misdaad voor de Kerk. Goed op de hoogte zijnde van de enorme gevolgen die mijn getuigenis zou kunnen hebben, omdat wat ik op het punt stond te openbaren de opvolger van Petrus zelf omvatte, koos ik er desalniettemin voor om te spreken om de Kerk te beschermen en ik verklaar met een zuiver geweten vóór God dat mijn getuigenis waar is. Christus stierf voor de Kerk en Petrus, Servus servorum Dei, is de eerste die geroepen is om de bruid van Christus te dienen.

Zeker, enkele van de feiten die ik op het punt stond te openbaren werden gedekt met de pauselijke geheimhouding welke ik beloofd had na te leven, en welke ik getrouw nageleefd had vanaf het begin van mijn dienst aan de H. Stoel. Maar het doel van gelijk welke geheimhouding, inclusief de pauselijke geheimhouding, is om de Kerk te beschermen voor haar vijanden, niet om misdaden gepleegd door sommige van haar leden toe te dekken en er medeplichtig aan te worden. Ik was een getuige, niet door mijn eigen keuze, van schokkende feiten en, zoals de Catechismus van de Katholieke Kerk zegt (§ 2491), is het zegel van geheimhouding niet bindend wanneer zware schade kan vermeden worden door enkel het onthullen van de waarheid. Enkel het biechtgeheim zou mijn stilte kunnen gerechtvaardigd hebben.

Noch de paus, noch één van de kardinalen in Rome heeft de feiten ontkent die ik in mijn getuigenis heb verkondigd. “Qui tacet consentit” is hier zeker van toepassing, want indien ze mijn getuigenis ontkennen, moeten ze het enkel maar zeggen, en documentatie voorzien die hun ontkenning staaft. Hoe kan men niet tot de conclusie komen dat de reden dat ze de documentatie niet voorzien, is dat ze weten dat het mijn getuigenis bevestigt?

Het centrum van mijn getuigenis was dat sinds ten minste 23 juni 2013, de paus van mij wist hoe pervers en boosaardig McCarrick was in zijn bedoelingen en daden, en in plaats van de maatregelen te nemen die elke goede herder zou genomen hebben, maakte de paus McCarrick één van zijn belangrijkste medewerkers in het besturen van de Kerk, met betrekking tot de Verenigde Staten, de Curie en zelfs China, zoals we deze dagen met grote bezorgdheid en vrees zien voor die martelaarskerk.

Nu, het enige antwoord van de paus op mijn getuigenis was: “Ik zal geen woord zeggen!” Maar dan, zichzelf tegensprekend, heeft hij zijn stilte vergeleken met die van Jezus in Nazareth en vóór Pilatus, en mij vergeleken met de grote beschuldiger, Satan, die ergernis en verdeeldheid zaait in de Kerk – echter zonder ooit mijn naam uit te spreken. Indien hij had gezegd: “Viganò loog”, zou hij mijn geloofwaardigheid op de proef hebben gesteld terwijl hij die van zichzelf zou hebben trachten te bevestigen. Bij het doen hiervan zou hij de eis hebben doen toenemen van het volk van God en de wereld om de documentatie te voorzien die nodig is om te bepalen wie de waarheid heeft gesproken. In plaats daarvan heeft hij een subtiele laster tegen mij geuit – laster welke een misdaad is die hij zelf vaak heeft vergeleken met de zwaarwichtigheid van moord. Inderdaad, dit heeft hij vaak gedaan, in de context van de celebratie van het meest Heilig Sacrament, de Eucharistie, waar hij het risico niet loopt om te worden uitgedaagd door journalisten. Wanneer hij wel tegen journalisten sprak, vroeg hij hen hun professionele volwassenheid uit te oefenen en hun eigen conclusies te trekken. Maar hoe kunnen journalisten de waarheid ontdekken en weten als diegenen die rechtstreeks betrokken zijn in de materie weigeren te antwoorden op gelijk welke vragen, of gelijk welke documenten vrij te geven? De onwil van de paus om te antwoorden op mijn beschuldigingen en zijn doofheid tegenover de smekingen van de gelovigen om verantwoording af te leggen zijn amper in consistentie met zijn oproepen tot transparantie en het bouwen van bruggen.

Meer nog, het toedekken van McCarrick door de paus was niet een geïsoleerde misstap. Veel meer voorbeelden werden recent in de pers gedocumenteerd, die aantonen dat Paus Franciscus homoseksuele geestelijken die ernstige vormen van seksueel misbruik hebben gepleegd tegen minderjarigen en volwassenen, heeft verdedigd. Deze omvatten zin rol in het geval van Vader Julio Grassi in Buenos Aires, zijn rehabilitatie van Vader Mauro Inzoli nadat Paus Benedictus hem uit zijn ambt had verwijderd (totdat hij naar de gevangenis ging, op welk punt Paus Franciscus hem tot de lekenstand terugbracht) en het stopzetten van onderzoek naar beschuldigingen van seksueel misbruik tegen Kardinaal Cormac Murphy O’Connor.

In de tussentijd ging een delegatie van de USCCB, voorgezeten door president Kardinaal DiNardo, naar Rome om een Vaticaans onderzoek te vragen naar McCarrick. Kardinaal DiNardo en de andere prelaten zouden de Kerk in Amerika en de wereld moeten vertellen: weigerde de paus een onderzoek uit te voeren naar de misdaden van McCarrick en diegenen die verantwoordelijk zijn van ze toe te dekken? De gelovigen verdienen het te weten.

Ik zou graag een bijzondere oproep doen aan Kardinaal Ouellet, omdat ik als nuntius altijd in grote eendracht met hem samenwerkte, en ik heb altijd een groot respect en een grote genegenheid gehad voor hem. Hij zal zich herinneren wanneer, aan het eind van mijn missie in Washington, hij mij ’s avonds op zijn appartement in Rome ontving voor een lang gesprek. Aan het begin van het pontificaat van Franciscus, had hij zijn waardigheid behouden, zoals hij met moed had betoond toen hij Aartsbisschop van Québec was. Later echter, toen zijn werk als prefect van de Congregatie van de Bisschoppen werd ondermijnd omdat aanbevelingen voor bisschoppelijke benoemingen direct aan paus Franciscus werden gegeven door twee homoseksuele “vrienden” van zijn dicasterie, de kardinaal omzeilend, gaf hij op. Zijn lang artikel in L’Osservatore Romano, waarin hij zich uitsprak ten voordele van de meer controversiële aspecten van Amoris Laetitia, vertegenwoordigt zijn overgave. Uwe Eminentie, voordat ik vertrok naar Washington, waart u diegene die mij vertelde over Paus Benedictus’ sancties tegen McCarrick. U hebt de cruciale documenten die McCarrick en velen in de Curie aanklagen voor hun doofpotoperaties volledig tot uw beschikking. Uwe Eminentie, ik smeek u om te getuigen van de waarheid.

*****

Tot slot wil ik u, dierbare gelovigen, mijn broeders en zusters in Christus, bemoedigen: wees nooit moedeloos! Maak de daad van het geloof en het volledig vertrouwen in Christus Jezus, onze Redder, van Sint Paulus in zijn tweede Brief aan Timotheüs, Scio cui credidi, welke ik als mijn bisschoppelijke leuze maakte, u eigen. Dit is een tijd van berouw, van bekering, van gebed, van genade, om de Kerk, de bruid van het Lam, voor te bereiden om ze klaar te maken om te strijden en met Maria de strijd tegen de oude draak te winnen.

“Scio Cui credidi” (2 Tim 1:12)

Op U, Jezus, mijn enige Heer, stel ik al mijn vertrouwen.

“Diligentibus Deum omnia cooperantur in bonum” (Rom 8:28).

Om mijn bisschoppelijke wijding op 26 april 1992 te gedenken, mij verleend door St. Johannes Paulus II, koos ik deze afbeelding van een mozaïek van de basiliek van St. Marcus in Venetië. Het vertegenwoordigt het mirakel van het stillen van de storm. Ik werd getroffen door het feit dat in de boot van Petrus, die door het water heen en weer wordt geslingerd, de figuur van Jezus twee keer is afgebeeld. Jezus is diep in slaap in de boeg, terwijl Petrus hem tracht wakker te maken: “Meester, raakt het u niet dat wij op het punt staan om te komen?” Ondertussen kijken de bange apostelen in een andere richting en ze beseffen niet dat Jezus achter hen staat, hen zegenend en heel zeker aan het roer van de boot: “Hij ontwaakte en strafte de wind en de zee: ‘Stil, wees rustig!’ zei hij tot hen, ‘Waarom zijn jullie bang? Hebben jullie nu nog geen geloof?'” (Marc. 4:38-40)

De scène is zeer toepasselijk in het afbeelden van de gigantische storm in de Kerk die nu op dit ogenblik passeert, maar met één substantieel verschil: de opvolger van Petrus slaagt er niet enkel in de Heer in volledige controle van de boot te zien, het lijkt erop dat hij zelfs niet de bedoeling heeft om Jezus te wekken die in de boeg aan het slapen is.

Is Christus misschien onzichtbaar geworden voor zijn vicaris? Misschien is hij verleid om zich trachten voor te doen als een substituut van onze enige Meester en Heer?

De Heer is in volledige controle van de boot!

Moge Christus, de Waarheid, altijd het licht zijn op onze weg!

+ Carlo Maria Viganò
Titularis Aartsbisschop of Ulpiana
Apostolische Nuntius

Noot van de redactie: wij weten uiteraard dat Bergoglio niet de geldige paus is. Moge Mgr. Viganò dit ook spoedig inzien.

Bron: LifeSiteNews


 

Advertentie

Categorieën:Schisma

Getagd als:

5 antwoorden »

  1. Het zwijgen van deze paus is eigenlijk het toegeven en dat is laf zeer laf! Waarom komt hij niet uit voor de waarheid ? Waarom is hij op deze korte tijd de kerk aan het voorbereiden op een schisma? Waarom spreekt hij zichzelf steeds maar tegen, waarom liegt deze paus? Het antwoord vinden we in deze brief en artikel. hij de paus zal nooit getuigen van de waarheid want zijn vader is de duivel !!

    • |
      @willy,
      je slaat weer ‘ns de spijker op z’n kop, zogezegd — deze paus gehoorzaamt blijkbaar een *hogere macht* binnen het mensdom, een hogere macht die zo`n dergelijk SCHISMA na`streeft !?

  2. De verdediging van de Paus komt hierop neer: “Gij zult niet oordelen.” Wat is daar de betekenis van in theologische zin? Mensen moeten voortdurend oordelen, bijvoorbeeld als we een krantenartikel lezen over een of andere politieke kwestie welke wellicht onze goedkeuring of afkeuring heeft. We oordelen ook als we naar het stemhokje gaan. Daarom mag dit gebod niet in absolute zin worden uitgelegd. Een persoon oordelen om wat hij als persoon is, wat zijn innigste motivatie is, ja dat is verboden, maar tegendraadse bestuursdaden veroordelen is heel wat anders. Ik citeer nu uit de Cathechismus van het Theologisch Modernisme van Paus Pius X uit 1908: “Want niet van buiten maar van binnenuit werken de Modernisten aan de ondergang van de Kerk. Het gevaar zetelt bij wijze van spreken in haar ingewanden en aderen. De aangerichte schade is des te ernstiger naarmate zij de Kerk beter hebben leren kennen. Bedenk wel dat zij niet aan takken de bijl hebben gelegd maar aan de wortel zelf, aan het geloof in zijn innigste vezels. Indien het slechts om hun eigen belang ging, hadden wij misschien nog kunnen zwijgen, maar de Katholieke veste, haar integriteit staat op het spel. Daarom is het met stilzwijgen gedaan. Dat zou vanaf nu een misdaad zijn. Wie zal na kennis te hebben genomen van hun ideeën het niet terecht vinden dat wij hun taalgebruik en handelswijze streng veroordelen? Wij doen dat zonder een oordeel te willen uitspreken over hun motivatie, want zoiets komt alleen God toe. Gewis, wie zegt dat zij de ergste vijanden van de Kerk zijn doet de waarheid geen geweld aan.”

  3. Ik wens deze moedige bisschop héél véél sterkte toe, èn bovenal Gods bescherming èn Zegen!