Kritiek op Bergoglio

Aartsbisschop Viganò is ondergedoken en vreest voor zijn leven – het verhaal van hoe de publicatie van de brief tot stand kwam

De explosieve brief van Mgr. Carlo Maria Viganò heeft al heel wat stof doen opwaaien. Hijzelf is echter na de publicatie ervan naar een onbekend land vertrokken en ondergedoken, uit vrees voor zijn leven, zo bevestigde Ed Pentin op EWTN. De Italiaanse journalist Aldo Maria Valli had verschillende malen contact met de voormalige nuntius, en heeft nu het verhaal opgetekend dat voorafgaat aan het verschijnen van de brief. 

Dit is hoe Aartsbisschop Viganò mij zijn memoire gaf. En waarom ik besloot om het te publiceren – door Aldo Maria Valli.

“Dokter, ik moet u spreken.”

De toon van de stem is kalm, maar geeft een noot van vrees aan. Aan de telefoon is Aartsbisschop Carlo Maria Viganò, de vroegere nuntius van de Verenigde Staten. Ik steek mijn verbazing niet onder stoelen of banken. We hebben al meerdere keren elkaar ontmoet op verschillende publieke bijeenkomsten, maar we kunnen amper zeggen dat we elkaar kennen. Hij legt mij uit dat hij één van mijn meest vlijtige lezers is, die mijn moed en mijn klaarheid die vaak verenigd is met ironie, apprecieert. Ik bedank hem en vraag: “Maar waarom wilt u mij zien?” Hij antwoordt dat hij dit niet aan de telefoon kan uitleggen. “Ok, dan, laten we mekaar ontmoeten, maar waar?” Op naïeve wijze suggereer ik ‘op mijn kantoor’ of in de koffiebar aan het begin van de straat, wat mijn tweede kantoor is.

“Nee, nee, alstublieft. Zo ver mogelijk van het Vaticaan, ver van alle indiscrete ogen.” Van nature ben ik geen complotdenker, maar ik kan je vertellen dat de aartsbisschop vrij bezorgd is. “Ok, wat denk je van mijn huis? Voor het avondeten? Ik waarschuw je dat mijn vrouw daar zal zijn, en ook enkele van mijn kinderen.”

“Bij jou thuis zal perfect zijn.”

“Zal ik je komen ophalen.”

“Nee, ik kom in mijn auto.”

En zo kwam hij.

Toen de aartsbisschop aankomt, op een warme zomeravond, zie ik een man die ouder is dan ik mij herinnerde. Hij lacht, maar men kan onmiddellijk zien dat iets hem bezwaart. Hij heeft iets op zijn hart.

Nadat ik mijn vrouw en kinderen heb geïntroduceerd, en nadat hij de maaltijd heeft gezegend, grappen we wat over onze gemeenschappelijke roots in Lombardije, om de spanning wat te verminderen. De aartsbisschop kwam op het afgesproken uur, en geen minuut te laat: in Rome is dit een zeer zeldzame gebeurtenis.

Dan begint Viganò onmiddellijk te praten. Hij is bezorgd over de Kerk, bang dat in haar hoogste rangen personen opereren die niet werken om het Evangelie van Jezus uit te dragen naar de mannen en vrouwen van onze tijd, maar eerder de bedoeling hebben om verwarring te stichten en toe te geven aan de redenering van de wereld.

Dan begint hij te praten over zijn lange ervaring in het Staatssecretariaat, als hoofd van de Prefectuur van Vaticaanstad, en als nuntius, zowel in Nigeria als in de Verenigde Staten. Hij laat veel namen vallen en spreekt over veel situaties. Zelfs ik, die ruim twintig jaar een Vaticaan-journalist ben, vind het moeilijk om hem op bepaalde momenten te volgen. Maar ik onderbreek hem niet, omdat ik begrijp dat hij moet spreken. Mijn indruk is dat hij een man is die alleen en droevig is door wat hij rond hem ziet gebeuren, maar niet bitter. In zijn woorden is er geen enkel lelijk woord gericht aan één van de vele mensen over wie hij spreekt. De feiten spreken voor zich. Op momenten lacht hij en kijkt hij naar mij, alsof hij wil zeggen: “Wat zou ik moeten doen? Is er een weg hieruit?”

Hij zegt dat hij mij telefoneerde omdat, hoewel hij mijn niet persoonlijk kent, hij mij waardeert, bovenal de moed die ik heb en de vrijheid die ik weergeef. Hij voegt er aan toe dat mijn blog gelezen en geapprecieerd is “in de heilige paleizen”, zelfs indien niet iedereen dit zo openlijk kan zeggen.

Ik vraag hem iets over zijn ervaring bij de Prefectuur, en hij spreekt over hoe hij erin slaagde om in het Vaticaan heel wat kosten te besparen door het opleggen van regels en het inorde brengen van de accounts.

Ik reageer: “Wel, monseigneur, na die opkuis hebt u zeker geen vrienden gemaakt!” Hij lacht weer en antwoordt: “Ik weet het, maar als ik het niet had gedaan, zou ik niet in staat zijn geweest om mijzelf te respecteren.

Hij is een man met een diepgaand plichtsbesef. Tenminste, dat komt toch voor mij zo over. Na slechts enkele minuten heeft er zich een harmonie ontwikkeld tussen ons.

Mijn vrouw, die catechiste is in onze parochie, en mijn dochters, blijven letterlijk sprakeloos als ze luisteren naar bepaalde verhalen. Ik zeg altijd, half-grappend, dat goede katholieken niet zouden moeten weten hoe dingen functioneren in de hoogste rangen van de hiërarchie, en het gesprek van deze avond bevestigt dat. Echter, ik heb er geen enkel ogenblik spijt van dat ik de aartsbisschop in mijn huis heb uitgenodigd. Ik geloof dat het droevige getuigenis van deze man, van deze oudere dienaar van de Kerk, ons iets vertelt van belang- iets dat zelfs in het midden van pijn en verwarring, ons geloofsleven kan helpen.

De aartsbisschop zegt: “Ik ben 78 jaar oud, en ik ben aan het eind van mijn leven. Het oordeel van de mensen interesseert mij niet. Het enige oordeel dat telt is dat van de goede God. Hij zal mij vragen wat ik heb gedaan voor de Kerk van Christus, en ik wil in staat zijn om te antwoorden dat ik haar verdedigd heb, en haar gediend, zelfs tot het eind.”

De avond ging op deze manier voorbij. We hebben het gevoel dat Zijne Excellentie zelfs nooit merkte wat hij op zijn bord had. Tussen de ene hap en de andere stopte hij niet met babbelen.

Toen ik hem vergezelde naar zijn auto, vroeg ik mijzelf: “Maar waarom wilde hij mij nu eigenlijk zien?” Uit respect voor hem, en vanwege een gebrek aan vertrouwen, vraag ik het hem niet, maar voordat hij afscheid neemt, zegt hij tegen mij: “Danku. We zullen elkaar opnieuw ontmoeten. Bel me niet op. Ik zal je contacteren.” En hij stapt in zijn auto.

Ik ben een journalist, zodus is in deze situaties mijn eerste impuls om naar mijn computer te gaan en alles op te schrijven wat hij mij gezegd heeft, maar ik weerhoud mij ervan. De aartsbisschop verbood mij niet om iets op te schrijven. In feite zei hij er helemaal niets over. Maar het staat buiten kijf dat hij enkele openbaringen aan mij bekend maakte. En dus ik begrijp dat de ontmoeting een soort test was. De aartsbisschop wilde zien of hij mij kon vertrouwen.

Meer dan een maand gaat voorbij, en hij belt mij opnieuw op. Het verzoek is net hetzelfde als de vorige keer: “Kunnen we elkaar ontmoeten?”

“Ja, natuurlijk. Wilt u weer naar mijn huis komen?” Ik waarschuw hem dat deze keer, er één dochter extra aanwezig zal zijn, mijn oudste, alsook haar twee zonen, onze kleinkinderen.

“Het doet er niet toe,” zegt Viganò. “Het belangrijkste is dat op zeker moment, we een aparte ruimte hebben om samen te praten, enkel wij twee.”

En zo komt Zijn Excellentie de vroegere nuntius van de Verenigde Staten opnieuw naar ons om ons te zien. En deze keer lijkt hij iets minder gespannen. Je kon zien dat hij gelukkig was om samen te zijn met deze grote, wat luidruchtige familie. Op zeker ogenblik, ging rinkelde zijn smartphone. Een video-oproep vanuit de Verenigde Staten. Het is zijn neef: “O sorry nonkel, ik wilde je niet storen!” Viganò lacht geamuseerd en toont met zijn telefoon de hele bende aan de tafel, inclusief onze kleinkinderen. “Wat een mooi gezelschap!” zegt zijn neef. En dan spreekt hij tegen mij: “Ik zou van deze gelegenheid willen gebruik maken om je te vertellen hoeveel ik je respecteer.”

De spanning is weg. Onze drie jaar oude kleinzoon springt rond de aartsbisschop en noemt hem Carlo Maria. Viganò is geamuseerd, en het lijkt er voor enkele ogenblikken op dat hij zijn zorgen vergeet. Maar opnieuw, na de zegen uitgesproken te hebben over de maaltijd, is de aartsbisschop een overstromende rivier. Zoveel verhalen, zoveel situaties, zoveel namen. Maar deze keer focust hij zich meer op zijn jaren in Amerika. Hij spreekt over het McCarrick-geval, de (nu) ex-kardinaal die schuldig is aan de meest verschrikkelijke misbruiken, en hij maakt duidelijk dat iedereen het wist, in de VS en in het Vaticaan, sinds lange tijd, sinds jaren. Maar ze dekten het toe.

Ik vraag: “Werkelijk iedereen?”

Met een knik antwoordt de aartsbisschop ja: werkelijk iedereen.

Ik wil andere vragen stellen, maar het is niet gemakkelijk om mijzelf tussen de ononderbroken stroom van datums, memo’s, ontmoetingen en namen te krijgen. Volgens Viganò is de kern van de kwestie dat paus Franciscus het ook wist. En toch liet hij McCarrick ongestoord rondreizen, en maakte hij een klucht van de sancties die hem door Benedictus XVI werden opgelegd. Franciscus wist het tenminste sinds maart 2013, toen Viganò zelf, antwoordend op een vraag gesteld door de paus tijdens een rechtstreekse ontmoeting, hem vertelde dat er in het Vaticaan een groot dossier over McCarrick ligt, en dat hij het moet lezen.

Rekening houdend met onze vorige ontmoeting, is er de nieuwe ontwikkeling van bevindingen die naar boven zijn gekomen van het onderzoek van de Grootjury in Pensslvania, en Viganò bevestigt dat het beeld dat werd weergegeven door de bevindingen juist is. De seksuele misbruiken vormen een fenomeen dat groter is dan iemand zich kan inbeelden, en het is niet correct om te spreken van pedofilie, omdat bij de overgrote meerderheid van de gevallen het gaat om homoseksuele priesters die jagen op tienerjongens. Het is correcter, zegt de aartsbisschop, om te spreken over efebofilie (de voorkeur van volwassenen voor pubers). Maar het belangrijkste punt is dat het web van medeplichtigheid, stilte, toedekken en wederzijdse gunsten zo ver reikt dat er geen woorden voor zijn om het te beschrijven, en het omvat iedereen op de hoogste niveau’s, zowel in Amerika als in Rome.

We zitten daar, opnieuw met verstomming geslagen. Natuurlijk hadden we, vanwege mijn werk, een gevoel dat er iets van aan was, maar voor Katholieken zoals wij, geboren en getogen in de schoot van Moeder de Kerk is het werkelijk moeilijk om zo’n hoeveelheid te slikken. Mijn vraag, die de meest naïeve van allemaal is: “Waarom?”

Het antwoord van de aartsbisschop doet mijn bloed stollen: “Omdat de barsten waar Paulus VI van sprak, waarvan hij zei dat langs daar de rook van Satan het huis van God zou binnendringen, kloven geworden zijn. De duivel presteert overuren. En om dit niet toe te geven, of om ons gezicht daarvan af te wenden, dat zou onze grootste zonde zijn.”

Ik realiseerde me dat we nog geen moment gehad hebben om alleen te spreken, van aangezicht tot aangezicht, zoals de aartsbisschop had gevraagd. Hij heeft in het bijzijn van iedereen gesproken. Ik vraag hem of hij in een andere kamer wil gaan met mij, zonder mijn vrouw, dochters en kleinzoons, maar hij zegt: nee, het is OK op deze manier. Ik begreep dat hij tevreden was met zoals het was. Voor ons is het een beetje zoals het luisteren naar een grootvader die ons verhalen vertelt van verre werelden, en we wensten zo dat op zeker punt hij zou zeggen dat het allemaal fictie is. Maar in plaats daarvan is de wereld waarvan hij spreekt, onze wereld. Hij spreekt over onze Kerk. Hij spreekt over onze opperste herders.

Er blijft eigenlijk nog maar één vraag over: waarom vertelt de aartsbisschop ons dit alles? Wat wil hij van mij?

Deze keer vraag ik het hem, en het antwoord is dat hij een memoire heeft geschreven waarin hij alle omstandigheden bespreekt waar hij van gesproken heeft – inclusief de ontmoeting van 23 juni 2013 met de paus, toen hij, Viganò, Franciscus informeerde over het dossier over McCarrick.

En?

“En,” zegt hij tegen mij, “als je het mij toestaat, zou ik je graag mijn memoire geven, die aantoont dat de paus het wist en dat hij niets ondernam. En dan mag jij, nadat je het geëvalueerd hebt, beslissen of je het al dan niet zult publiceren op je blog, die op brede schaal gelezen wordt. Ik wil dat dit bekend wordt. Ik doe dit niet met plezier, maar ik denk dat het de enige manier is om te trachten verandering te brengen, een authentieke bekering.”

“Ik begrijp het. Zul je het enkel aan mij geven?”

“Nee, ik zal het geven aan een andere Italiaanse blogger, aan één in Engeland, aan een Amerikaan, aan een Canadees. Er zullen vertalingen gemaakt worden in het Engels en het Spaans.”

Deze keer vraagt de aartsbisschop mij ook niet om vertrouwelijkheid. Ik begrijp dat hij mij vertrouwt. We gaan daarom akkoord dat, op zijn verzoek, we opnieuw zullen ontmoeten, en hij mij dan zijn memoire zal geven. Na enkele dagen belt hij me opnieuw op, en we regelen de afspraak. Ik kan niet zeggen waar we elkaar ontmoetten, want ik gaf hem mijn woord.

De aartsbisschop verschijnt met een zonnebril en een baseballpetje. Hij vraagt dat mijn eerste blik op het document in zijn aanwezigheid wordt gedaan, recht vóór hem, en hij zegt: “indien iets je niet overtuigt, dan kunnen we het onmiddellijk bespreken.”

Ik lees het hele ding. Er zijn elf pagina’s. Hij is verbaasd over hoe snel ik het gelezen heb, en hij kijkt mij aan: “En?”

Ik zeg: “Het is sterk. Gedetailleerd. Goed geschreven. Een dramatisch beeld.”

Hij vraagt: “Zul je het publiceren?”

“Monseigneur, beseft u dat dit een bom is? Wat zouden we moeten doen?”

“Ik vertrouw het je toe. Denk er over na.”

“Monseigneur, weet je wat ze zullen zeggen? Dat je wraak wil. Dat je vol wrok bent omdat je ontslagen bent van de Prefectuur en andere dingen. Dat je de kraai bent die de Vatilieaks documenten hebt gelekt. Ze zullen zeggen dat je onstabiel bent, alsook een conservatief van het ergste soort.”

“Ik weet het, ik weet het. Maar dat kan mij niet schelen. Het enige dat er toe doet voor mij is de waarheid aan het oppervlak brengen, zodat een zuivering kan beginnen. Aan het punt dat we nu gekomen zijn is er geen andere weg.”

Ik ben niet benauwd. Diep in mijn binnenste heb ik reeds de beslissing genomen om het te publiceren, omdat ik voel dat ik deze man kan vertrouwen. Maar ik vraag mijzelf af: “Welk effect zal dit hebben op de meest eenvoudige zielen? Op goede katholieken? Is er geen risico dat we meer kwaad dan goed doen?”

Ik besef dat ik de vraag luidop heb gevraagd, en de aartsbisschop antwoordt: “Denk er over. Maak een rustige evaluatie.” We schudden elkaar de hand. Hij vertrekt met zijn donkere zonnebril, en we kijken elkaar recht in de ogen.

Het feit dat hij mij niet dwingt, dat hij niet angstig over komt bij de gedachte dat ik alles publiceer, doet mij hem nog meer vertrouwen. Is dit een maneuver? Manipuleert hij mij?

Thuis spreek ik met Serena en de meisjes. Hun advies is altijd zeer belangrijk voor mij. Wat zou ik moeten doen?

Dit zijn dagen van vragen. Ik herlees het memoire. Het is gedetailleerd, maar uiteraard is het Viganò’s versie van de gebeurtenissen. Ik denk dat de lezers het zullen begrijpen. Ik zal de versie van de aartsbisschop voorstellen, waarna, indien iemand tegenargumenten heeft, hij andere versies zal voorstellen.

Mijn vrouw herinnert mij: “Maar als je het publiceert, zullen ze denken dat, door het feit alleen dat je het publiceert, je aan zijn kant staat. Ben je hiermee OK?”

Ja. Zullen ze oordelen dat ik vooringenomen ben? Geduld. En daarbij, ik ben vooringenomen. Wanneer ik verslaggever ben, breng ik het nieuws, en dat is genoeg. Ik probeer zo aseptisch (neutraal) mogelijk te zijn. Maar in mijn blog neem ik reeds een standpunt in,en de lezers weten zeer goed wat ik denk met betrekking tot een zekere richting die de Kerk in de afgelopen jaren heeft genomen. Indien naderhand iemand mij documenten zal presenteren die bewijzen dat Viganò liegt, of dat zijn versie van de feiten incompleet of incorrect is, dan zal ik meer dan tevreden zijn om deze ook te publiceren.

Ik telefoneer naar de aartsbisschop. Ik maak hem mijn beslissing bekend. We komen de dag en het uur van de publicatie overeen. Hij zegt dat op dezelfde dag en hetzelfde uur de anderen het ook zullen publiceren. Hij heeft zondag 26 augustus besloten, omdat de paus, die terugkeert van Dublin, de kans zal hebben om erop te reageren, door te antwoorden op vragen van journalisten op het vliegtuig.

Hij maakt mij ook duidelijk dat de krant La Verità nu ook aan de lijst werd toegevoegd van diegenen die het zullen publiceren. Hij vertelt me dat hij reeds een vliegticket heeft gekocht. Hij zal het land verlaten. Hij kan mij niet vertellen waar hij heen gaat. Ik moet hem niet opzoeken. Zijn oud gsm-nummer zal niet langer werken. We zeggen voor de laatste keer vaarwel.

En zo gebeurde het. Niet dat de twijfels in mij voorbij zijn. Deed ik goed? Deed ik kwaad? Ik blijf dit mijzelf afvragen. Maar ik ben sereen. En ik herlees de woorden die Aartsbisschop Viganò schreef aan het slot van zijn memoire: “Laat ons allen bidden voor de Kerk en voor de paus, laat ons eraan denken hoe vaak hij ons gevraagd heeft voor hem te bidden! Laten we allen ons geloof in de Kerk, onze Moeder, hernieuwen: Ik geloof in één heilige, katholieke en apostolische Kerk! Christus zal zijn Kerk nooit verlaten! Hij creëerde haar in Zijn bloed en doet haar continu herleven met zijn Heilige Geest. Maria, Moeder van de Kerk, bid voor ons! Maria, Maagd en Koningin, Moeder van de Koning van de Glorie, bid voor ons!”

Aldo Maria Valli

Vertaald van: OnePeterFive

Advertenties

Categorieën:Kritiek op Bergoglio

3 antwoorden »

  1. Ik zie hem als de eerste martelaar van onze nieuwe tijd. We zijn weer terug bij de begintijd van de Kerk toen vervolging heel normaal was. Het verschil is dat er toen geen sprake was van een “instituut”. Dat is pas eind vierde eeuw ontstaan. Opnieuw zullen de ware Christenen het zonder instituut moeten doen. Er is geen sprake van een schisma (kerkscheuring) maar het uit de beschermde stal wegjagen van de schapen. Wie overblijven zijn de wolven. De schapen buiten de stal is wat we de restkerk noemen.

    • |
      @lunsius … en als ‘r straks nu ‘ns blijken : TWEE stallen te zijn !? — de kleine stal, welk door God, groot gemaakt zal gaan worden, en de groote stal, die door God zal worden vernietigd, uiteindelijk !? — dan zouden de goede schapen toch zeker voor de goede stal kiezen_!?

  2. Wegjagen uit de stal waar je bescherming zou verwachten kan ook betekenen dat mensen zich op een gegeven moment toch laten uitschrijven uit die Kerk. Daar kunnen vele redenen aan ten grondslag liggen. Seksueel misbruik is wellicht de grootste reden van de afgelopen jaren geweest. Maar ook een verkeerde Oecumenische instelling of omdat er nu juist binnen de Kerk zoveel verdeeldheid is. Je hebt progressieve kerken en conservatieve kerken, die elkaars bloed zouden kunnen drinken. Reacties aan beide zijden zijn soms heel extreem. Zowel binnen als buiten de Kerk overgeleverd worden aan de wolven valt niet mee. Velen weten dat ondanks alles God er is en Hij het eerste en het laatste Woord heeft. Er zijn gelovigen binnen alle religies te vinden die een oer vertrouwen hebben in de Goedheid van God en Zijn Wil doen. Dat kan zowel binnen als buiten de Kerk zijn. God kijkt op de eerste plaats naar het hart, niet of je lid bent van een Kerk (als Instituut), maar of je in Hem gelooft in Geest en Waarheid.

    Voordat de R.K. Kerk een instituut werd of als zodanig werd gezien, hoefde je geen lid te zijn van wat voor Kerk dan ook. Het volstond dat je gedoopt was ten teken dat je God wilde volgen en dienaar of dienares van God wilde zijn en Zijn Wil doen, voor zover je het ook kan volbrengen. Verleidingen zijn er overall en in onze tijd alleen maar verleidingen die elke dag wel op de loer liggen. Rust is er nauwelijks en de meeste kerken zijn door de weeks gesloten. Vandaar dat de interesse in het geloof, in God grotendeels en juist ook in Westerse landen USA en Europa verdwenen is of verdwenen lijkt. Wat zich verder in de harten afspeelt van individuele mensen weet God alleen.