christenvervolging

De Catacombe-kerk ten tijde van de Sovjet-Unie – opnieuw toepasselijk voor onze tijd

sovjetchurch22

Ivan Andreyev is een ex-Sovjet die is kunnen vluchten en die omstreeks 1950 zijn verhaal deed over de Ondergrondse Kerk, of de Catacombe-kerk in de Sovjet-Unie. Deze geschiedenis vertoont (helaas) treffende gelijkenissen met wat er nu in de Katholieke Kerk aan het gebeuren is. Ten tijde van de Sovjet-Unie was er een valse kerk, die door de overheid erkend was, en dus Communistisch was, en de Ware Kerk, die ondergronds gegaan was, en zwaar werd vervolgd. Nu hebben we de kerk van Bergoglio, die de traditie verwerpt en de bevrijdingstheologie (= een vorm van Communisme) omarmt, en de Ware Kerk, of de Restkerk, die trouw blijft aan de traditie, en op een gegeven moment in de nabije toekomst, zal moeten onderduiken, en zwaar zal worden vervolgd.

We laten nu Ivan aan het woord:

Volgens de officiële statistieken van het Bureau voor Wetenschappelijk onderzoek voor Criminologie in de Sovjet Concentratiekampen in 1929, bedroeg het aantal gevangenen voor Kerkelijke feiten rond de 20% van alle gevangenen in de kampen. De ware Orthodoxe Kerk (en ook de Katholieke Kerk, n.v.d.r.), had geen ander alternatief dan zich terug te trekken in de ‘catacomben’.

Het idee van een Ondergrondse Kerk werd in het leven geroepen door Patriarch Tikhon. Hij kan wel de spirituele vader van de Catacombe-kerk genoemd worden. In de beginjaren had de Catacombe-kerk geen organisatie of administratie. Het was fysiek en geografisch los van elkaar, en enkel bijeengehouden door de naam van de Metropoliet Peter. Later, toen er lange tijd geen contact meer was met de Metropoliet Peter, werd Metropoliet Cyril erkend door de Catacombe-kerk als haar spirituele leider en hoofd. In 1936, na de dood van Metropolieten Peter en Cyril, werd Metropoliet Jozef het spirituele en administratieve hoofd van de Catacombe-kerk, die op dat moment een soort organisatie geworden was. Tegen het eind van 1938 werd Metropoliet Jozef geëxecuteerd omdat hij het hoofd en de leider van de Geheime Catacombe-kerk was. Na zijn dood hield de Catacombe-kerk haar geheimen beter bewaard, in het bijzonder de namen en de verblijfplaatsen van haar spirituele leiders. Informatie over de Catacombe-kerk werd niet makkelijk bekomen. En de vijanden van de ondergrondse Kerk, de Sovjets en de pro-Sovjet kerkleiders, eisten de precieze informatie zoals de namen, adressen en activiteiten van de leden van de Catacombe-kerk, maar ze konden die niet bemachtigen, waardoor ze haar bestaan ontkenden en het een mythe noemden.

Ik had het geluk en de vreugde van een lid te zijn van de Catacombe-kerk van 1927 tot 1944. Toen ik in het Solovetsky Concentratiekamp zat, woonde ik vele geheime consecraties bij, door Bisschoppen Maxim, Victor, Hilarion en Nectarius. Gelijkaardige geheime consecraties vonden ook plaats in andere concentratiekampen zoals Svirlag, Belbaltlag en de kampen in Siberië. Van 1945 tot 1949 was nieuws van de Catacombe-kerk achter het IJzeren Gordijn schaars en moeilijk te verzekeren, maar elk jaar sijpelde het door, inclusief 1949. Deze informatie, werd uiteraard naar buiten gesmokkeld in een extreem cryptische code.

gulag2

Een Goelag-concentratiekamp in Siberië. Veel priesters, geestelijken en gewone christenen zijn in zo’n kampen omgekomen.

“Ik zal het geheim niet vertellen aan mijn vijanden” – onder dit motto, aan beide zijden van het IJzeren Gordijn, ontving ik nieuws van de Catacombe-kerk. Ik had de gelegenheid om te spreken met vluchtelingen van daar en van brieven te ontvangen van alle delen van de wereld, van voormalige leden van de Catacombe-kerk, die nu verspreid leven, in ballingschap. Ze waren vaak totale vreemden voor mij. Ze schreven mij naar aanleiding van mijn artikels, meestal in de maandelijkse “Orthodox Rusland”. De meeste van de brieven waren anoniem.

Volgens de informatie die ik heb ontvangen van een zeer betrouwbare bron, onderging de Ondergrondse of de Catacombe-kerk in Sovjet Rusland de zwaarste beproevingen na 4 februari 1945, na de aanstelling van de Sovjet-Patriarch Alexis. Diegenen die hem niet erkenden werden opnieuw gevangen gezet of werden doodgeschoten. Diegenen die hem erkenden en hun handtekening daarvoor gaven, werden vaak eerder vrijgelaten en kregen benoemingen. We hebben informatie dat een priester na zo’n registratie zijn vrouw en zijn twee dochters die hem kwamen bezoeken (priesters in de Orthodoxe Kerk mogen trouwen, n.v.d.r.), vertelde dat ze moesten ophouden de Sovjet-Patriarchale Kerk te bezoeken wanneer ze terug zouden keren naar huis. “Het is beter om helemaal naar geen enkele kerk te gaan of Communie te ontvangen, dan betrokken te raken bij een kerk van boosdoeners,” zo zei hij. De weduwe van die priester (hij werd kort daarna doodgeschoten) en haar twee dochters, werden vervolgd door de Sovjet-priesters, die hen schismatiekers en sekteleden noemden.

Ze werden gevoed in de Catacombe-kerk en bewaarden het Sacrament in hun huis. Een anonieme correspondent, die vluchtte uit de Sovjet-Unie vertelde: “De vervolging van de geheime priesters was zo wreed, dat het heel moeilijk was om de geheime Kerk te vinden.” De namen van de bisschoppen en priesters van de Catacombe-kerk worden bewaard met de meest strikte en meest eerbiedige geheimhouding. Het is onmogelijk om met zekerheid te zeggen hoeveel er zijn, hoewel de informatie betreffende de activiteit van meer dan 10 geheime bisschoppen zelfs het IJzeren Gordijn heeft kunnen doordringen. Sommige van de geheime bisschoppen leven nu elders. Ze zijn ook metropolieten in de Catacombe-kerk. Hoewel het niet mogelijk is om het juiste aantal priesters weer te geven, kunnen we stellen dat het geweten is dat er veel te weinig zijn om de kudde te voeden, dat de bediening verlangt van zo’n herders in de Sovjet-Unie. “Die hongerige zielen zijn als het zand van de zee,” om een geheime bisschop te citeren.

tabernaclebedroom

Tabernakel in een slaapkamer.

Het bestaan van de Catacombe-kerk in de omstandigheden van de Sovjet-Unie zou onmogelijk geweest zijn, ware het niet dat er in heel het land een dorst was naar de Ware Kerk, onderscheidbaar van de Valse kerk. Het gebrek aan priesters werd gedeeltelijk gecompenseerd door een aantal geheime nonnen alsook toegewijde mannen en vrouwen die de Geheime Kerk dienden. Ze lazen hymnen en begeleidden gebedsgroepen van algemene aard, die “ontmoetingen bij kaarslicht” werden genoemd. Sommige geheime bisschoppen noemen deze vrome mensen, die onbaatzuchtig de Geheime Kerk overal dienden, “sub-priesters” of “onderpriesters”. De sub-priesters bewaarden meestal in hun huis het Heilig Sacrament, dat met de grootste moeite en voorzichtigheid werd bemachtigd, tijdens de zeldzame gevallen toen een ontmoeting met de geheime herders gebeurde. Volgens de informatie gegeven door latere vluchtelingen (1947-1948), was het werk van de geheime priesters vóór 1945 duidelijk makkelijker in de concentratiekampen, dan in de “vrijheid”. Maar na 1945 werd het moeilijker in de concentratiekampen.

Volgens een geheime priester van Siberië en een geheime monnik van Noord-Rusland, die vluchtte van het Sovjet-inferno in 1945 en die ik persoonlijk ontmoette, waren er voorvallen wanneer “komsomols” van de goddeloze afdeling (van een soort Communistische jeugdbeweging), die waren gekend voor hun antikerkelijke activiteiten, in gehoorzaamheid aan de partij-discipline, als studenten naar de hergeopende Theologische Seminaries werden gezonden.

Sovjetburgers die aanvankelijk naar de Kerk gingen en er nadien mee stopten werden soms door het Russische Ministerie voor staatsveiligheid verzocht om uit te leggen waarom ze niet meer naar de Kerk gingen. Ze werden gedwongen om of opnieuw naar de officiële kerk te gaan, om ofwel te schrijven voor een Sovjet-krant om erin uit te leggen dat religies – ‘een ‘opium’ voor het volk’ – volledig moesten verdwijnen. Naar een Sovjet-kerk gaan werd gelijkgesteld aan Christus verwerpen, en de volledige verwering van religie tout court. Een Russische priester, die in 1948 Oost-Duitsland ontvluchtte om in het westerse deel van Duitsland te gaan wonen, vertelde mij persoonlijk dat hij door het Russische Ministerie werd opgeroepen. Ze vroegen hem om een oude dame, de moeder van een Russische generaal, te beïnvloeden, opdat ze niet meer naar de kerk zou gaan. De priester werd met straffen bedreigd en het was hem verboden te vermelden dat het ministerie van staatsveiligheid iets met het zaakje te maken had. Hij deed wat van hem werd gevraagd. Alle ondergedoken priesters, die in Oost-Duitsland werden ontdekt, werden neergeschoten. Alle priesters die patriarch Alexis niet erkenden, werden ook neergeschoten. Volgens de getuigenis van vele Russische vluchtelingen die tussen 1945 en 1949 erediensten bijwoonden, is het merendeel van de geloven tegen het bewind van de officiële kerk, en in het bijzonder tegen patriarch Alexis. Sommigen zeggen dat ze “niet zonder de kerk kunnen leven”, anderen zeggen dat ze de patriarch niet kunnen erkennen. Velen gaan alleen nog naar de kerk omdat er nog steeds miraculeuze iconen worden tentoongesteld. Anderen zeggen dat ze naar de kerk gaan als er geen dienst aan de gang is, opdat ze de relikwieën zouden kunnen kussen. Nog anderen gaan naar de kerk, niet om te biechten of om de Communie te ontvangen, want de bisschoppen en priesters dienen volgens hen de Russische regering.

Er zijn priesters die thuis zitten wenen en kniezen omdat ze de Russische kerk dienen. Maar er zijn andere priesters en paters die zeggen dat je “nu jezelf kunt redden door in de kerk te liegen, maar “de wetten behouden is het belangrijkste.” Er zijn er heel weinig die volledige akkoord gaan met wat patriarch Alexis zegt en doet. De meerderheid van diegenen zijn intellectuelen, professors, die zichzelf aan het Sovjet-regime hebben laten vangen. Het simpelere volk, de heldere geesten, zij zien de valsheid in de kerk en ontmaskeren die. Het hoeft geen betoog dat veel geestelijken en leken in de Sovjet-kerk de zogeheten ‘afvalligen in tijden van onderdrukking’ zijn. Een vluchteling van ‘daar’, een man die de kerk was toegewijd en soms erediensten bijwoonde om erna te worden gestraft ervoor, zegt dat “als Rusland is bevrijd en de kerk mensen oproept om zich te bekeren, zal de bekering omvangrijk en oprecht zijn, en zal die over het hele land plaatsvinden.”

Het merendeel van zij die naar de Russische kerken gaan zijn ervan overtuigd dat er in het buitenland een ‘echte orthodoxe kerk’ is, dewelke de Russische patriarch niet erkent (volgens veel getuigen). De naam van Anastassy en zijn werk zijn nu beter bekend onder de gelovigen in Sovjet-Rusland, dan de vroegere naam van Anthony, die veel in het buitenland vertoefde. Deze grote publiciteit kan worden verklaard door de tijdelijke Duitse bezetting, toen vele Russische burger leerden over wat geestelijken allemaal in het buitenland deden. Tijdens de eerste jaren van de bezetting waren de aanvankelijk Russische burgers niet in staan om de verschillende orthodoxe jurisdicties van elkaar te onderscheiden, ze beschouwden ze als ‘allemaal gelijk.’ Maar langzaamaan begonnen ze de verschillen in te zien, en verwelkomden ze de buitenlandse kerk, die werd geleid door Anastassy, met veel vreugde. Over de andere jurisdicties begonnen ze met veel verontwaardiging te praten. De verklaart waarom de meerderheid van de zogeheten nieuwe emigranten lid werd van de buitenlandse kerk. De Baltische exarch, Sergius Voskresensky, die tijdens de Duitse bezetting zijn kerk uitbreidde, streed tevergeefs tegen de het niet opvolgen van zijn bevelen, om de diensten van de Russische Sergius bij naam te kunnen noemen.

Antikerkelijke propaganda in de Sovjet-Unie.

Antikerkelijke propaganda in de Sovjet-Unie.

De priesters van de Catacombe-kerk begonnen de orthodoxe kerk te dienen, ze werden door de Duitsers ook in grote aantallen heropend, en over de Sovjet-leider werd nauwelijks nog gesproken. Zo ook in de stad Soltsy, in het bisdom Novgorod, weigerde vader V. om Sergius te vermelden, al werd het hem door vader Rushanov opgedragen. Dat was in 1942, maar later werd V. een Catakombe-priester en in 1943 begon hij zich stiekem Anastassy te herinneren. Nu is het alom geweten dat velen die na de Duitse bezetting terugkeerden naar Rusland, in kerken voor Anastassy begonnen te bidden, en hem aanzagen als het hoofd van de Orthodoxe Kerk. Dit is informatie die ik deels heb gehoord, en deels heb vernomen door mijn correspondentie met vluchtelingen die ik persoonlijk niet ken, en tussen 1945 en 1949 van achter het IJzeren Gordijn tevoorschijn kwamen. De Russische mensen moeten weten dat de belangrijkste prelaten hebben gezondigd tegen de Orthodoxe Kerk en tegen het Russische volk, en we moeten nu voorzichtig het karakter van hun kudde omschrijven.

De Catacombe-kerk die vandaag in de Russische hel bestaat is waarlijk een heilig werk. Iedereen die deel uitmaakt van de stralende kerk, als pastoor of als eenvoudig lid, kunnen alleen enkele zeldzame uitverkorenen zijn die niet alleen ‘in de kerk leven’, maar er ook voor willen sterven als martelaren. Zo’n heldhaftigheid kan niet van iedereen worden verwacht. De massa heeft bewezen dat het is gevallen in de tijden van vervolging. In ieder geval moeten de ernst van de situatie, het karakter ervan, etc., apart worden benaderd. De zonde van afvalligheid moet worden verworpen, maar er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de verantwoordelijksheidgraad van de verleiders, die van de verleide mensen en de ‘kleinen’ die aan de verleiding toegeven.

Ivan Andreyev

http://stjohnthebaptist.org.au/en/articles/catacomb.html

Advertenties

Categorieën:christenvervolging

Getagd als: