Bergoglio: altijd anders

Hoe ballingschap in Argentinië Bergoglio heeft “gevormd”

bergo

Waar Bergoglio zijn “nederigheid” leerde

Voor Bergoglio is “nederigheid” meer een berekende zet dan een karaktereigenschap

“Waar is mijn aktetas?” vroeg Bergoglio. De pauselijke entourage was net gearriveerd op de Fiumicino luchthaven van Rome voor de eerste buitenlandse trip van Bergoglio. Hij was nog maar paus voor 4 maand en stond op het punt van te vertrekken naar Rio De Janeiro, waar 3,5 miljoen jongeren van over heel de wereld hem opwachtten voor de Wereldjongerendagen in Brazilië. En hij kon zijn aktetas niet vinden.

“Het werd al aan boord gebracht,” legde een medewerker uit.

“Maar ik wil het er zelf op dragen”, zei Bergoglio.

“Niet nodig, het is er al op.” antwoordde de asisstent.

“Je begrijpt het niet! Ga naar het vliegtuig. Neem de koffer en breng het naar hier a.u.b.!

Leden van de pers die al op het vliegtuig wachtten zagen door de venstertjes dat Bergoglio langs de aanwezige functionarissen naar het vliegtuig stapte, met zijn zwarte aktetas in zijn linkerhand. Dit was een verhaal: pausen hadden nooit eerder hun eigen bagage gedragen.

Pope Francis sets off for Brazil

Tijdens de vlucht vroeg een journalist wat er in de aktentas zit. Hij antwoordde: “De sleutels voor de atoombom zitten er niet in.” Wat zit er dan wel in? “Mijn scheerapparaat, mijn brevier, mijn dagboek, een boek om te lezen… de H. Theresia van Lisieux voor wie ik een devotie heb… Ik neem deze tas altijd mee wanneer ik reis. Het is normaal. En jullie zullen er moeten aan gewend worden dat dit normaal is.”

Het is het nieuwe normaal: Bergoglio stelde zichzelf aan de wereld voor als een icoon van “simpliciteit” en “nederigheid”; pauselijke limousines en het grote Apostolisch paleis vermijdt hij, en in plaats daarvan wordt hij vervoerd in een Ford Focus en woont hij in het gasthuis van het Vaticaan. Maar eenvoudig zijn kan een complexe zaak zijn als je de “leider” van één van de grootste religieuze denominaties en tevens staatshoofd bent.

En het levensverhaal van Bergoglio toont dat zijn “nederigheid” niet een spontane eigenschap van hem is, maar een goed berekende religieuze en soms politieke zet.

Bergoglio aangesteld als provinciale overste

In april 1973 werd hij, toen hij 36 jaar oud was, aangesteld als provinciale overste van alle Jezuïeten in zijn thuisland Argentinië alsook het buurland Uruguay. Maar spanningen zorgden voor een ‘bergoglio-‘ en ‘anti-bergogliokamp’ dat de provincie in twee verdeelde en uiteindelijk ervoor zorgde dat het hoofdkwartier van de Jezuïeten in Rome Bergoglio verbanden naar Cordoba, de tweede grootste stad van Argentinië.

Imagen de 1966 del seminarista argentino Jorge Mario Bergoglio en la escuela El Salvador, donde enseñaba literatura y psicología en Buenos Aires, Argentina. Bergoglio fue elegido papa el 13 de marzo de 2013; eligió el nombre de Francisco. (Foto AP/Escuela El Salvador)

Er waren twee grote en verstrengelde conflictgebieden. De ene was religieus, de andere politiek. De religieuze scheuring ging over het Tweede Vaticaans Concilie, dat de Katholieke Kerk op zo’n grondvesten deed schudden tussen 1962 en 1965. Vaticanum II zwaaide de ramen van de Kerk open om meer interactie met en invloed te hebben op de seculiere wereld. Toen verschillende delen van de Kerk begonnen te verkennen hoe ze de inzichten van het Concilie moesten toepassen, kwam er een polarisatie tussen conservatieve en progressieve fracties binnen de Argentijnse Jezuïeten. En dit verdiepte alleen maar. De conservatieven wilden gefocust blijven op hun innerlijke religieuze leven en hun traditionele sociale rol verderzetten van het onderrichten van de volgende generatie van de rijke elite van de natie. De progressieven wilden een meer naar buiten gaande spiritualiteit en een verschuiving naar het werken met de ongeletterde armen in de sloppenwijken.

De politieke scheuring was gecentreerd rond de Bevrijdingstheologie, een nieuwe benadering tot de katholieke leer dat de nood verklaarde om de armen niet enkel spiritueel te bevrijden, maar ook materieel, van onrechtvaardige economische, politieke en sociale omstandigheden. De progressieven waren daar enthousiast over, de conservatieven verwierpen deze theologie als zijnde Marxistisch, en een manier om communisme toe te laten in Latijns Amerika langs een achterpoortje.

Bergoglio als een keiharde conservatief

Als een tiener was Bergoglio reeds geïnteresseerd in de relatie tussen geloof en communisme. Maar zijn centrale politieke vorming gebeurde in de context van het Peronisme, een eigenaardige Argentijnse mengelmoes van machten, die elders niet met elkaar worden geassocieerd: het leger, de vakbonden en de Kerk. Peronisme werd genoemd naar generaal Juan Domingo Peron, die tien jaar president van Argentinië was, vanaf 1946, en had z’n wortels in de Katholieke sociale leer en betrok daarbij een nieuwe industrialisatie om de economie een boost te geven en de rijkdom te herverdelen om te verzekeren dat de werkende middenklasse er voordeel bij had. Peronisten vonden van zichzelf dat ze socialisten waren, maar veel van hun beleid stond dichter bij het fascisme van Mussolini van Italië of Franco van Spanje.

Wat bijzonder was aan het Peronisme is de manier waarop het de fysieke macht van het leger en de morele autoriteit van de Kerk samenbracht om de autoritaire beslissingen op te dwingen, die onderdrukking van de oppositie en de pers omvatten. Het gebrek aan ideologische consistentie leidde ertoe dat de Peronistische beweging splitste in verschillende fracties. Sommige extreem linksen ontwikkelden antiklerikale en anti-Katholieke standpunten. De rechtse Peronisten zagen zichzelf als verdedigers van de natie, het privaat eigendom en het Katholicisme tegen de atheïstische, communistische bendes. Deze Peronistsiche fracties zetten zelfs doodseskaders die de straten afschuimden om tegenstanders om te brengen. Tussen 1973 en 1976 was er een virtuele burgeroorlog in de straten van Buenos Aires. Sommige historici suggereren dat er evenveel mensen stierven in die drie jaar, als tijdens de militaire dictatuur in de zogenaamde Vuile Oorlog die volgde op de militaire staatsgreep in 1976 en duurde tot 1983. De Jezuïeten waren gelijkaardig verdeeld. Progressieven stonden aan de zijde van de nieuw ontsproten politieke bewegingen die werkten met de armen. Anderen, gelijk Bergoglio, waren meer geneigd om het Peronisme en de staat als het middel voor een oplossing te zien.

Er groeide een polarisatie tussen een atheïstsiche, antikerkelijke linkervleugel en een rechtervleugel die beweerde te handelen in verdediging van de Kerk en haar waarden. Bergoglio trad hardhandig op tegen de Bevrijdingstheologie binnen de Jezuïeten. Progressieven binnen de orde beschuldigden hem van een de facto samenspanning met de wereldvisie van de Rechtsen, zelfs al dan niet met hun tactiek. In zijn eerste interview nadat hij verkozen was zei Bergoglio dat hij te maken had met moeilijke situaties en dat hij zijn beslissingen abrupt en op z’n eentje maakte. Zijn autoritaire en snelle manier van beslissingen maken leidde hem in de problemen en leidde ertoe dat hij beschuldigd werd van ultra conservatief te zijn.

Er volgde een reusachtige strijd voor de ziel van het Katholicisme. Bergoglio had veel steun toen hij de provinciale overste werd in 1973. Maar tegen de tijd dat hij zijn leidende rol als rector van het seminarie van de Jezuïeten in Buenos Aires beëindigde in 1986, begonnen diegenen die hem verafschuwden diegenen te overstijgen die hem beminden. Tegen 1990 was de steun binnen de orde volledig verdwenen door zijn autoritaire stijl en zijn onverbeterlijk onvermogen. Een senior Jezuïet vertelde: “Hij maakte mensen echt krankzinnig met zijn aandrang dat enkel hij de juiste manier wist om dingen te doen. Uiteindelijk zeiden de andere Jezuïeten: genoeg!”

Ballingschap

bergoglio2

Tegen de tijd dat hij in ballingschap werd gezonden had, volgens een senior Jezuïet in Rome, ongeveer 2/3 van de Jezuïeten in Argentinië hun geduld met hem verloren. Hij werd op zeer jonge leeftijd tot overste gemaakt en hij had nog niet de ervaring die hij nodig had om te kunnen omgaan met de competitieve druk van de Jezuïetenfracties, het Vaticaan en de militaire dictatuur. Als antwoord op de splitsingen binnen de Argentijnse Jezuïetengemeenschap beslisten de leiders in Rome om Bergoglio, die toen 50 was, van al zijn verantwoordelijkheid te ontdoen. In 1990 werd hij naar Cordoba gezonden om te leven in een Jezuïetenresidentie en om te bidden en te werken aan zijn doctorale thesis. Maar hij werd niet toegestaan om de Mis te doen in het openbaar in de Jezuïetenkerk. Hij mocht er enkel gaan om de biecht te horen. Hij werd niet toegestaan om te telefoneren zonder toestemming en zijn brieven werden gecontroleerd. Diegenen die hem steunden werden verteld om geen contact op te nemen met hem. De verbanning, weg van zijn collega’s, moest compleet zijn.

In Cordoba keerde Bergoglio in zichzelf. Zijn belangrijkste spirituele engagement was het horen van de biecht. Hij spendeerde veel tijd in het naar buiten kijken door het raam, en het wandelen door de straten, van de Jezuïetenresidentie naar de kerk, langs een weg dat door vele wijken in de stad ging. Mensen van allerlei slag bezochten de kerk voor het sacrament van de biecht. Hij vond zijn interacties met de armen bijzonder aandoenlijk.

Vader Guillermo Marco, die later Bergoglio’s rechterhand werd in het bisdom van Buenos Aires, zei dat “Cordoba voor Bergoglio een plaats van nederigheid en vernedering was.” Cordoba werd een tijd van grote innerlijke crisis voor Bergoglio.

Zijn comeback

In 1992, toen Bergoglio terugkeerde naar Buenos Aires als hulpbisschop, had hij volledig zijn benadering als leidersfiguur veranderd. Zijn stijl werd deelnemend en zijn manier van doen was duidelijk anders. Hij ontwikkelde wat één van zijn best bekende gewoonten werd: alle ontmoetingen eindigen met de ander te vragen voor hem te bidden.

bergog5

Voor de nieuwe Bergoglio was nederigheid meer een intellectuele houding dan een persoonlijke eigenschap – een werktuig dat hij ontwikkelde in zijn strijd tegen wat hij leerde als de zwakheid in zijn eigen persoonlijkheid, met z’n stijve, autoritaire en egoïstische trekken. In Cordoba had Bergoglio twee lange jaren gehad om te reflecteren over zijn verdeeldheid zaaiend leiderschap bij de Jezuïeten in Argentinië en wat hij verkeerd of inadequaat gedaan had tijdens de Vuile Oorlog.

Maar de verandering kwam van meer dan dat: de geschiedenis was ook een bepalende factor. De wereld rond hem was veranderd. Bergoglio’s vroege politiek werd gevormd in het tijdperk van de Koude Oorlog, met de angst dat atheïstisch, Sovjet-achtig communisme zowel kapitalisme als Katholicisme zou vervangen in Latijns Amerika, met Cuba als voet tussen de deur. Maar dan kwam de Berlijnse muur naar beneden. De Sovjet Unie viel uiteen. De belangrijkste katholieke leer absorbeerde sleutelinzichten van de Bevrijdingstheologie – zoals het idee dat zonde niet enkel bestaat uit slechte daden van individuen, maar ook bestaat uit niet gebalanceerde economische structuren. Globalisatie internationaliseerde alleen maar die ‘onrechtvaardigheid’. En het verergerde alleen maar toen in 2001 zware economische crisis losbrak in Argentinië, toen de halve bevolking in de armoede gestort werd.

Bergoglio werd zeer kritisch over de economische systemen van het moderne kapitalisme; hij was bijzonder kritisch over de speculatieve financiële markten omwille van hun mogelijkheid om de echte economie te schaden. Om de uitbuiting van de armen te bekritiseren, was er geen risico meer om gezien te worden als een anti-religieuze Marxist. Bergoglio begon anders te denken over extreme armoede. Hij begon te spreken zoals een bevrijdingstheoloog.

0312_cartonero_francisco_g_jpg_1853027552

Bergoglio is eerder een pragmaticus dan een ideoloog. In zijn meer conservatieve jongere jaren, nam hij de pre-conciliaire stijlen aan voor godsdienstplicht, tucht en theologie omdat hij dacht dat ze beter zouden werken, zo vertelde Miguel Yanez, een student van hem in 1975. Maar als bisschop en aartsbisschop omarmde hij een groot deel van de voornaamste leer van de Bevrijdingstheologie – over armoede, ongelijkheid en economische onrechtvaardigheid – omdat deze pasten bij zijn veranderde prioriteiten.

In de eerste maanden dat Bergoglio paus was, werden mensen verrast en geschokt door grote gebaren zoals het verblijven in het Vaticaanse gasthuis, of de voetwassing van gevangenen. Maar het is sindsdien duidelijk geworden dat deze gebaren geen spontane of toevallige reacties zijn op situaties waarin hij zichzelf bevindt. Ze werden gepland om wat eigenlijk het programma van zijn pausschap is, tentoon te spreiden. 

De Renault van Bergoglio

Conclusie: Bergoglio heeft in die twee jaar ballingschap zijn geloof verloren en besloten om 1. de ketterij van bevrijdingstheologie te omarmen en 2.  het masker van de “nederigheid” op te zetten om, naar eigen zeggen, z’n stijve, autoritaire en egoïstische trekken te camoufleren.

Bron: http://www.theatlantic.com/international/archive/2015/08/pope-francis-cordoba-exile-humble/402032/

Advertenties