Prevost verklaart bisschop DIE GENITALIËN DOOR KINDEREN LIET AANRAKEN eerbiedwaardig – nadat hij zaligverklaringsproces goedkeurde

Robert Prevost – “paus Leo XIV” – heeft onlangs een missionaire bisschop die inheemse jongeren in de Amazone zijn geslachtsdelen liet aanraken en naakt het bed deelde met een jongeman die eerder ‘provocerende homoseksuele pogingen’ had ondernomen, eerbiedwaardig verklaard, nadat hij vorig jaar reeds het zaligverklaringsproces had goedgekeurd. Zelfs Bergoglio had nog geen zo’n schandalige eerbiedwaardig- en binnenkort zaligverklaring op z’n naam staan!

Mgr. Alejandro Labaka – tevens bevrijdingstheoloog – gaf in zijn geschriften toe dat hij ‘naakt in bed lag’ met een jongeman die volgens hem eerder homoseksuele avances had gemaakt.

Prevost verklaarde Mgr. Labaka ‘eerbiedwaardig’, samen met zuster Inés Arango Velásquez, met wie hij samenwerkte. InfoCatólica bracht onlangs zorgwekkende passages uit Labaka’s autobiografische geschriften onder de aandacht, waarin de bisschop zijn observaties beschreef van ongeordende seksuele praktijken van het Huaorani-volk in het Amazonegebied. Bijzonder zorgwekkend is een voorval waarbij hij toegaf dat hij de inheemse jongeren toestond hem seksueel op te winden.

Zoals hij in de Huaorani-kroniek uitlegde: „Ze leefden naakt en ook ik was vaak naakt, net als zij.“ In plaats van hun naaktheid te benaderen vanuit het standpunt van de katholieke leer, die kleding beschouwt als een noodzakelijke bescherming na de erfzonde, stelde Labaka dat de Huaorani in hun „natuurlijke moraal“ geen kleding nodig hadden.

“Gezegend naaktleven van de Huaorani, die geen kleding nodig hebben om hun normen van natuurlijke moraal te beschermen!” schreef Labaka. “God heeft bij dit volk de levenswijze willen behouden, de natuurlijke moraal zoals in het paradijs vóór de zonde,” beweerde hij, waarbij hij zelfs zo ver ging dat hij de cultuur van de Huaorani een cultuur van “buitengewone seksuele volwassenheid” noemde.

Deze bewering dat de Huaorani geen kleding ‘nodig hadden’ en een ‘moraal leefden zoals in het paradijs vóór de zonde’ is in tegenspraak met Labaka’s beschrijving van de regelmatige, ongeordende seksuele experimenten van de jongeren.

Labaka werd in 1987 vermoord. Zijn gedrag wordt door katholieken als “ongeordend en schandalig” omschreven.

Chris Jackson schreef op substack:

Een missionairs kan een taal leren, eten wat hem wordt voorgeschoteld, in een hut slapen, armoede aanvaarden, gevaar aanvaarden, martelaarschap aanvaarden. Maar hij mag geen omstandigheden goedkeuren die onvermijdelijk tot seksuele zonde leiden, vooral niet in de aanwezigheid van jongeren.

Dit is Rome anno 2026! Zo iemand wordt eerbiedwaardig verklaard, maar de katholieke bisschoppen die straks door de FSSPX zullen worden gewijd, zullen worden “geëxcommuniceerd”!

Bron: Complicit Clergy, LifeSiteNews

Uitvoerige documentatie ook op InfoVaticana


Één reactie op “Prevost verklaart bisschop DIE GENITALIËN DOOR KINDEREN LIET AANRAKEN eerbiedwaardig – nadat hij zaligverklaringsproces goedkeurde”

  1. schildervolendam Avatar
    schildervolendam

    Katholieke Geloofsbelijdenis gericht aan Zijne Heiligheid paus Leo XIV door abt Davide Pagliarani, Superior Generaal van de Priesterbroederschap Sint-Pius X.

    Zeer Heilige Vader,

    Sinds meer dan vijftig jaar stelt de Broederschap Sint-Pius X zich in om aan de Heilige Stoel haar gewetenskwestie voor te leggen met betrekking tot de dwalingen die het katholieke geloof en de katholieke moraal vernietigen. Helaas zijn alle gevoerde gesprekken zonder resultaat gebleven, en hebben alle geuite bezorgdheden geen werkelijk bevredigend antwoord gekregen.

    Sinds meer dan vijftig jaar lijkt de enige oplossing die de Heilige Stoel werkelijk overweegt, die van de canonieke sancties te zijn. Tot ons groot leedwezen lijkt het er dus op dat het canoniek recht niet wordt gebruikt om te bevestigen in het geloof, maar om er mensen van weg te houden.

    Met de volgende tekst is de Broederschap Sint-Pius X blij U in de huidige omstandigheden filiaal en oprecht haar gehechtheid aan het katholieke geloof te mogen betuigen, zonder iets te verbergen, noch voor Uwe Heiligheid, noch voor de universele Kerk.

    De Broederschap legt deze eenvoudige Geloofsbelijdenis in Uw handen. Zij lijkt ons overeen te komen met het onmisbare minimum om in gemeenschap met de Kerk te kunnen zijn, ons werkelijk katholiek te mogen noemen en bijgevolg Uw zonen te zijn.

    Wij hebben geen ander verlangen dan te leven en bevestigd te worden in het rooms-katholieke geloof.

    « Blijf dus standvastig geworteld en gegrondvest in het ware katholieke geloof, en tracht steeds waardige dienaars te zijn van het goddelijk offer en van de Kerk van God, die het Lichaam van Christus is. Want, zoals de Apostel zegt: “Alles wat niet uit het geloof voortkomt, is zonde¹”, schismatiek en buiten de eenheid van de Kerk². »

    KATHOLIEKE GELOOFSBELIJDENIS

    In de naam van Onze Heer Jezus Christus, de goddelijke Wijsheid, het vleesgeworden Woord, die één enkele godsdienst heeft gewild, die het Oude Verbond definitief ongeldig heeft verklaard, die één enkele Kerk heeft gesticht, die Satan heeft overwonnen, die de wereld heeft overwonnen, die bij ons blijft tot het einde der tijden en die zal terugkeren om de levenden en de doden te oordelen.

    Hij, het volmaakte Beeld van de Vader, Zoon van God die mens is geworden, is door de Incarnatie en door het vrijwillig offer van het Kruisoffer gesteld als de enige Verlosser en Zaligmaker van de wereld. Onze Heer heeft voldaan aan de goddelijke gerechtigheid door Zijn zeer kostbaar Bloed te vergieten, en in dit Bloed heeft Hij het Nieuwe en Eeuwige Verbond gesloten, waardoor het Oude werd afgeschaft. Hij is bijgevolg de enige Middelaar tussen God en de mensen en de enige weg om tot de Vader te komen. Alleen hij die Hem kent, kent de Vader.

    Door een goddelijk besluit is de allerheiligste Maagd Maria rechtstreeks en innig betrokken bij het gehele werk van de Verlossing; derhalve komt het ontkennen van deze betrokkenheid — in de termen die de Traditie heeft overgeleverd — neer op het vervalsen van de notie van Verlossing zelf, zoals de goddelijke Voorzienigheid die heeft gewild.

    Er bestaat slechts één geloof en één Kerk waardoor wij kunnen worden gered. Buiten de rooms-katholieke Kerk, en zonder de belijdenis van het geloof dat zij altijd heeft onderwezen, is er geen heil en geen vergeving van zonden.

    Bijgevolg moet elk mens lid zijn van de katholieke Kerk om zijn ziel te redden, en er bestaat slechts één doopsel als middel om er in te worden ingelijfd. Deze noodzaak betreft de gehele mensheid zonder uitzondering en omvat onverschillig christenen, joden, moslims, heidenen en atheïsten.

    Het mandaat dat de Apostelen hebben ontvangen om het Evangelie aan elke mens te verkondigen en elke mens tot het katholieke geloof te bekeren, blijft geldig tot het einde der tijden en beantwoordt aan de meest absolute en dwingende noodzaak die er in de wereld bestaat. « Wie gelooft en gedoopt wordt, zal gered worden; wie niet gelooft, zal veroordeeld worden³. » Derhalve vormt het afzien van de uitvoering van dit mandaat het ernstigste misdrijf tegen de mensheid.

    De roomse Kerk is de enige die gelijktijdig de vier kenmerken bezit die de door Jezus Christus gestichte Kerk kenmerken: de Eenheid, de Heiligheid, de Katholiciteit en de Apostoliciteit.

    Haar eenheid vloeit wezenlijk voort uit de hechting van al haar leden aan het ene ware geloof, dat trouw bewaard, onderwezen en overgeleverd is door de katholieke hiërarchie door de eeuwen heen.

    De ontkenning van één enkele geloofswaarheid vernietigt het geloof zelf en maakt elke gemeenschap met de katholieke Kerk radicaal onmogelijk.

    De enige mogelijke weg om de eenheid te herstellen tussen christenen van verschillende confessies bestaat in de dringende en liefdevolle oproep gericht aan niet-katholieken om het ene ware geloof te belijden binnen de ene ware Kerk.

    De katholieke Kerk kan op geen enkele wijze als gelijkwaardig worden beschouwd of behandeld met een valse eredienst of een valse Kerk.

    De Romeinse Pontifex, Plaatsvervanger van Christus, is de enige drager van het hoogste gezag over de gehele Kerk. Hij alleen verleent rechtstreeks aan de andere leden van de katholieke hiërarchie de jurisdictie over de zielen.

    « De Heilige Geest is niet aan de opvolgers van Petrus beloofd opdat zij onder Zijn openbaring een nieuwe leer zouden bekendmaken, maar opdat zij met Zijn bijstand de door de Apostelen overgeleverde openbaring heilig zouden bewaren en getrouw zouden uiteenzetten, dat wil zeggen het depositum fidei⁴. »

    Aan één enkel geloof beantwoordt één enkele eredienst, de hoogste, authentieke en volmaakte uitdrukking van datzelfde geloof.

    De heilige Mis is de voortzetting in de tijd van het Kruisoffer, opgedragen voor velen en vernieuwd op het altaar. Hoewel op niet-bloedige wijze opgedragen, is het heilig Misoffer wezenlijk verzoenend en smekend. Geen enkele andere eredienst brengt de volmaakte aanbidding voort. Geen enkele eredienst die niet ermee in verband staat, is God welgevallig. Geen enkel ander middel is voldoende voor de heiliging van de zielen.

    Bijgevolg kan het heilig Misoffer op geen enkele wijze worden herleid tot een eenvoudige herdenking, een geestelijk maal, een heilige samenkomst gevierd door het volk, de viering van het paasmysterie zonder offer, zonder voldoening aan de goddelijke gerechtigheid, zonder boete voor de zonden, zonder verzoening en zonder Kruis.

    De hulp die de sacramenten van de katholieke Kerk aan de zielen bieden, is in elke omstandigheid en in elke tijd voldoende om de gelovigen in staat te stellen in de staat van genade te leven.

    De morele wet, vervat in de Tien Geboden en vervolmaakt in de Bergrede, is de enige die beoefenbaar is om het heil van de zielen te verkrijgen. Elke andere morele code — bijvoorbeeld gebaseerd op het respect voor de schepping of op de rechten van de mens — is radicaal onvoldoende om een ziel te heiligen en te redden. Op geen enkele wijze kan hij de ene ware morele wet vervangen.

    Naar het voorbeeld van de heilige Johannes de Doper verplicht de ware liefde ons om de zondaars te waarschuwen en nooit af te zien van de nodige middelen om hun zielen te redden.

    Wie het Lichaam van Onze Heer eet en Zijn Bloed drinkt in staat van zonde, eet en drinkt zijn eigen veroordeling, en geen enkel gezag kan deze wet, vervat in de leer van de heilige Paulus en in de Traditie, wijzigen.

    De onkuise zonde tegen de natuur is van zodanige ernst dat zij altijd en in elke omstandigheid wraak roept voor het aangezicht van God, en dat zij radicaal onverenigbaar is met elke vorm van authentieke en christelijke liefde. Derhalve kan een dergelijk “levensstijl” op geen enkele wijze als een gave van God worden erkend. Een paar dat deze ondeugd bedrijft, moet geholpen worden om ervan bevrijd te raken, en kan op geen enkele wijze — formeel noch informeel — gezegend worden door de dienaars van de Kerk.

    De onderwerping van de instellingen en de naties als zodanig aan het gezag van Onze Heer Jezus Christus vloeit rechtstreeks voort uit de Incarnatie en de Verlossing. Derhalve vormt de lekenstaat van instellingen en naties een impliciete ontkenning van de goddelijkheid en de universele koningschap van Onze Heer.

    Het christendom is geen eenvoudig historisch fenomeen, maar de enige door God gewilde orde onder de mensen.

    Het is niet aan de Kerk om zich aan de wereld aan te passen, maar aan de wereld om door de Kerk getransformeerd te worden.

    In dit geloof en in deze beginselen vragen wij onderricht en bevestigd te worden door Hem die het charisma heeft ontvangen om dit te doen. Met de hulp van Onze Heer verkiezen wij de dood boven het afzien ervan. In dit onveranderlijke geloof wensen wij te leven en te sterven, in de verwachting dat het plaatsmaakt voor de directe aanschouwing van de onveranderlijke eeuwige Waarheid.

    Menzingen, 14 mei 2026,

    op het feest van de Hemelvaart van Onze Heer

    Davide Pagliarani

    ¹ Rom 14, 23

    ² Cf. S. Thomas Aquinas, De articulis fidei et Ecclesiae sacramentis, a. 2

    ³ Mc 16, 16

    ⁴ Concilie van Vaticanum I, Pastor Aeternus, c. 4