Volgens het Modernisme komt ons godsidee voort uit het schimmige religieuze sentiment van de mens en vindt niet zijn ontstaan in een objectieve waarheid. De formules die we gebruiken om een religieuze waarheid uit te drukken zijn hiermee afgezwakt tot louter symbolische uitspraken. Hoe dit kan doorwerken blijkt als we even een sprong in de geschiedenis maken. Een vijftal jaar na het concilie, zo rond 1970, hield de Radboud Universiteit onder de priesters in Den Haag een enquête. En wat bleek? Voor bijna iedereen – de uitzonderingen waren zo zeldzaam dat ze niet in de uitkomst van de enquête werden verwerkt – had God opgehouden nog betekenis te hebben in hun leven; Hij was niet veel meer dan een naam geworden ver weg aan de horizon.