Profetieën van heiligen

Een profetie van de H. Brigitta van Zweden over de ‘eindtijdpaus’

Sint Birgitta.0

Woorden van de Schepper in het midden van de 14e eeuw, meegedeeld aan de hemelse heerscharen en de bruid (de heilige Birgitta), over hoe de Schepper vijf mansfiguren aanklaagt van wie in eerste instantie de paus. Klaarblijkelijk niet zomaar één of andere paus maar de zogenaamde ‘eindtijdpaus’, wiens heerschappij vlak voorafgaat aan de Wederkomst van de Heer.

Ik ben de schepper van alle dingen. Ik ben nog voor de morgenster door de Vader verwekt en vertoef onafscheidelijk in de Vader zoals de Vader in Mij, en we zijn in beiden één Geest. Daarom zijn de Vader, de Zoon en de Geest één God, niet drie goden. Ik ben het die Abraham een eeuwige heerschappij heeft beloofd en mijn volk onder Mozes’ leiding uit Egypte heeft geleid. Ik ben dezelfde die door de profeten sprak. De Vader heeft Mij in de schoot van de Maagd gezonden (maar heeft zich niet van Mij gescheiden want Hij is onlosmakelijk met Mij verbonden), opdat de van God afgedwaalde mens dankzij mijn liefde naar God zou kunnen terugkeren.

Maar nu, ten aanschouwen van mijn aanwezige heerscharen, die natuurlijk alles in Mij zien en weten, richt Ik mij voor kennis en onderrichting tot de hier aanwezige bruid (Birgitta), die het geestelijke alleen via het lichamelijke kan begrijpen. Ik klaag in uw bijzijn vijf mansfiguren aan die hier voor ons staan, want ze beledigen Mij bovenmatig. Zoals Ik ooit in de wettische tijd met de term Israël heel het Israëlitische volk aanduidde, zo duid Ik met deze vijf mannen alle mensen over de hele wereld aan. De eerste van deze vijf belichaamt de opperherder van mijn Kerk. Daarna komen diens geestelijken. De derde figuur betreft de boze leken, de vierde de Joden en de vijfde de heidenen.

Van u, o Jood, neem Ik niets kwalijk als u heimelijk Christen zijt en Mij in oprechte liefde, in het ware geloof en met volmaakte werken heimelijk dient.

Van u, heiden, neem Ik niets kwalijk als u graag op de wegen van mijn geboden had willen wandelen indien u had geweten hoe en wanneer ze onderricht werden. Maar binnen de beperkingen van wat u kunt doen en weten heeft u toch ook goede werken verricht. Deze woorden zijn dus niet voor u bestemd.

Het is daarom dat Ik u aanklaag opperherder van mijn Kerk, u die op mijn stoel zit die Ik aan Petrus en zijn opvolgers heb gegeven om daarop in drievoudige waardigheid en aanzien plaats te nemen. U is de macht gegeven zielen te binden en van zonde te bevrijden. Aldus opent u voor de boetvaardigen de hemel maar voor de vervloekten en verachters sluit u die.

• U die de zielen moest verlossen en Mij schenken, u bent waarlijk een doder van zielen. Ik heb Petrus als herder en hoeder over al mijn schapen aangesteld (om die tot rechtschapenheid te leiden). U echter bent een vernieler en verscheurder van zielen.

• U bent erger dan Lucifer, want hij was jaloers op Mij en wilde Mij alleen doden om in mijn plaats te kunnen heersen. U bent veel erger want het is niet alleen dat u Mij door uw boze werken doodt en Mij van zich afstoot, maar door uw slechte voorbeeld vermoordt u zielen. Ik heb de zielen met mijn Bloed vrijgekocht en ze u als mijn trouwe vrienden toevertrouwd. Maar u heeft ze gewoon aan de vijanden teruggegeven van wie Ik ze eerst had vrijgekocht.

• U bent onrechtvaardiger dan Pilatus die buiten Mij niemand tot de dood veroordeelde. Niet alleen word Ik door u veroordeeld als zijnde iemand zonder heerschappij, als een onwaardige, maar u veroordeelt tevens onschuldige zielen terwijl u de schuldigen vrij laat gaan.

• U bent wreder dan Judas die Mij slechts verkocht heeft. Niet alleen Mij verkoopt u voor een smerige winst en onbetekenende naam, maar doet dat ook met de zielen van mijn uitverkorenen.

• U bent verachtelijker dan de Joden. Die kruisigden slechts mijn lichaam, maar u kruisigt en straft de zielen van mijn uitverkorenen. Tegen hen komen uw boosheid en overtreding bitterder aan dan om het even welk zwaard.

Het is daarom, omdat u op Lucifer gelijkt, onrechtvaardiger bent dan Pilatus, wreder dan Judas en gruwelijker dan de Joden, dat ik u terecht aanklaag.

Bron: “Die Gerechtigkeit Gottes – Visionen der heiligen Birgitta von Schweden”, samengesteld door Helmut Friedlmayer vanuit het boek “Leben und Offenbarungen der Heiligen Birgitta”, heruitgegeven door Ludwig Claus, Regensburg 1856, dat door Pro Fide Catholica in 1992 als een brochure werd uitgegeven.

 

Advertenties

Categorieën:Profetieën van heiligen

Getagd als:

4 antwoorden »

  1. Inderdaad er zijn geen drie goden ! Er is slechts één God de God die zich geopenbaard heeft in de bijbel de God van Israel de God van Abraham -Isaak en Jacob en buiten hem is er niemand ! Shalom

  2. Ik heb altijd geleerd in de kerk………GOD DE VADER DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST DE H DRIE
    Eenheid EEN GOD!

  3. Inderdaan Hanneke zo heb ik het ook geleerd één GOD de VADER de ZOON en de H.Geest en allen zijn één ! Shalom